60 kilometer hardlopen: toppunt van fitheid of gekte?

Zaterdag 21 oktober 2017 liep ik 60 kilometer hard.

Ik was niet de enige gek, het was een heus evenement.

De Indian Summer Trail, in Rolde.

Op camping De Weyert startten 73 lopers om 9u45 in de ochtend. Ik sta – met neef Mark – in de kantine te wachten. Aan de bar staat een woeste loper: baard, bandana met doodshoofd, zwarte Salomon-schoenen, zwarte Salomon-rugzak, zwarte Salomon broek en een zwart Salomon-shirt.

Da’s een echte, denk ik bij mezelf.

Op de bar staat een mandje met 9 appelkoeken. Uit het mandje steekt een papiertje waarop met blauwe pen de prijs is opgeschreven: Appelkoek 0,80 cent. Aan een tafeltje zit een vrouw in een spijkerbroek met een dikke trui. Een wijde, warme trui voor het weekend. Ze leest de nieuwe Dan Brown en neemt een hap van haar appelkoek.

Ben ik niet meer een type dat met een koek een boek leest, in plaats van zo’n Salomon-type die 60 kilometer gaat hardlopen, vraag ik me af.

Ik laat mijn hoofd hangen en weet het antwoord weer: startnummer 171, dat ben ik. Ik ga het echt doen, 60 kilometer hardlopen.

De kantine loopt leeg, we gaan starten.

Nog 59 kilometer te gaan, welk tempo loop je dan?

Met Mark heb ik afgesproken dat we in principe samen lopen, maar als iemand het zwaar krijgt, hoeft de ander niet te wachten. We beginnen rustig tussen de 5:50 en 6:10 per kilometer. We gaan ervan uit dat we ruim binnen 6 uur lopen en dat we straks wat kunnen versnellen.

Al snel blijkt dat ik deze route wel een tikkie heb onderschat. ‘Drenthe?’, riep ik bij de inschrijving, ‘da’s gewoon vlak en niet zo moeilijk.’ Maar een Trail blijkt toch andere koek dan mijn lunchloopje in het Corversbos in Hilversum. Drassig mos waar je 5 centimeter in weg zakt, bomen op de weg, modder op de paden, aardappelvelden, plassen waar je probeert langs te lopen, plassen waar je dwars doorheen gaat.

Het is loodzwaar.

Mijn tempo zakt al wat in en Mark loopt bij me weg.

Bij de eerste verzorgingspost kijk ik zorgelijk op Strava, het staat er echt: 22 kilometer. Ik heb het gevoel dat we minstens 35 kilometer gelopen hebben.  Na wat chips, tucjes, bouillon en winegums bij de verzorgingspost (goed geregeld Adam en Events!) gaan we verder.

Na 38 kilometer gebeurt er iets geks. Ineens wandel ik. Ik kan mij niet herinneren dat ik ervoor heb gekozen om te gaan wandelen, maar mijn benen hebben blijkbaar mijn wil overgenomen en ik wandel een paar honderd meter rustig door de prachtige natuur.

Als je me vooraf had gezegd dat ik zou gaan wandelen, dan had ik je voor gek verklaard. Maar ik loop daar met zere benen en ik vind het wel best. Ik denk terug aan het ontbijt waar we met een ervaren ultraloper in gesprek raakten. Ik vroeg hem naar marathontijden en ultra-afstanden en training en voeding. Hij leerde me dat afstanden van 60 kilometer (of verder) niet te vergelijken zijn met een marathon. ‘Een marathon in 3u06 lopen is zwaarder dan de 60 kilometer van vandaag’, vertelde de ervaren ultra-loper. Toen hoorde ik het geruststellend aan, nu ben ik het niet met hem eens. Het is (te) zwaar.

Het is wel mooi.

Indian Summer T

Het gekke is altijd: hoe moe je ook bent, je hervindt altijd energie

Na een korte wandeling ga ik weer hardlopen en de tweede verzorgingspost na 43 kilometer komt als geroepen. Inmiddels ben ik Mark weer tegengekomen en we zitten kapot op een bankje te fantaseren over stoppen. 43 kilometer, zo lang hebben we nog nooit gelopen. En we zijn al bijna vijf uur onderweg.

De reden om hier te lopen was om 5 uur hard te lopen, het was niet de bedoeling om ruim 6 of zelfs 7 uur hard te lopen. We kijken elkaar even aan en besluiten dan: natúúrlijk lopen we gewoon naar de finish. En na 45 kilometer kom ik in de modus die ik van mezelf ken als het fysiek echt zwaar is. Ik voel dat mijn benen leeg zijn en pijn doen, maar ik identificeer me niet met de pijn. Arme benen, denk ik bij mezelf en ik loop rustig verder.

Na dik 7 uur finish ik en even later komt neef Mark aanzetten.

Het was zeker de zwaarste loopervaring van mijn leven.

Nu weet ik nog niet of ik het logischer vind om in afstand te denken (loop een marathon) of in tijd (loop 4 uur). Maar voor mensen die vijf uur lopen neem ik mijn pet af, of ze dan 30, 40, 50 of 60 kilometer lopen maakt me geen biet uit.

Mijn herstel is top en de volgende dag had ik nauwelijks last. Dus ik ben – nog meer dan eerst – fan van weinig kilometers trainen in de dagelijkse routine en af en toe flink diep gaan om het lijf en het brein te prikkelen.

Hoe was de voorbereiding?

Bij de finish kreeg ik vaak de vraag hoe ik me had voorbereid: met het Sportrusten schema? 

Ik heb zeker de basisprincipes van Stans van der Poel gebruikt. Niet teveel kilometers trainen en wel gericht trainen met de  hartslag die je tijdens het evenement loopt. Eén keer heb ik 21 kilometer gelopen, verder 3 of 4 keer in de week een korte loop met een lage hartslag.

Of ik in kracht nu iets miste, weet ik niet. Mijn looptechniek kan beter, da’s zeker.

Volgend jaar weer?

Normaal ben ik de dag na een marathon alweer bezig om nieuwe plannen te maken voor de volgende marathon. Nu moet ik even bijkomen en lijkt het me leuker om met een groepje de estafette te doen volgend jaar: ieder 20 kilometer is ook leuk.

De organisatie heeft geweldig werk geleverd, de route is magnifiek en alles is perfect aangegeven.

Overigens voel ik me hele pief met mijn 60 kilometer, maar in Rolde was het de kortste afstand want je kon ook 102 en 127 lopen. De snelste bij de 127 kilometer was een vrouw, Leonie Ton, die gemiddeld een stuk sneller was dan ik op de 60.

Het kan altijd verder en harder.

Voor nu ga ik even lekker fietsen en aanmodderen in het Corversbos, welke loop doe jij binnenkort?

Over de auteur

Ademhaling is mijn favoriete onderwerp. Hardlopen en kou staan gedeeld tweede. Over deze onderwerpen schreef ik 10 boeken en ik leid ademcoaches en koucoaches op. Mijn favoriete ademhalingsoefening is anapana en run-dip-run is mijn favoriete training.

Koen de Jong