Wat doet mijn voet gek

Franklin van Doesburg kijkt naar mijn looptechniek en ziet meteen waarom ik bij lange afstanden last van mijn lies krijg: het is de schuld van mijn linkervoet.

Ik ken Franklin nu een jaar.

Hij is een bevlogen vakidioot die alles weet over biomechanica, houding en looptechniek. Zo’n type die te slim is voor gewone opleidingen, maar zelf logisch nadenkt en alles leest wat écht interessant is (en wat ik niet meer begrijp).

Twee maanden geleden kwam het gesprek een keer op mijn PR op de marathon. Mijn 3u06 is volgens kenners te langzaam vergeleken met mijn PR op de halve marathon (1u23).

Dus de vraag was: is 14 kilometer trainen te weinig voor een tijd onder de drie uur?

Het trainingsschema is echter prima geschikt om onder de drie uur te lopen bewijzen de  14K-marathonhelden op de website: https://www.sportrusten.nl/marathonhelden/.

Ik heb ook niet het gevoel dat méér kilometers me sneller maken op de marathon.

‘Waarom heb je dan verval in het tweede deel van je marathon?’ vraagt Franklin, die had gezien dat ik halverwege de marathon vaak wél op koers lig voor een tijd onder de drie uur.

‘Na vijfentwintig kilometer krijg ik last van mijn linkerlies en dan wordt mijn been wat stijf. Mijn hartslag wordt dan lager, maar ik kan niet versnellen omdat mijn linkerbeen niet lekker meedoet.’ antwoord ik.

Daar wil Franklin meer van weten.

Dus hij komt een keer langs en wil me zien lopen.

In het Corversbos in Hilversum vraagt hij of ik een sprintje wil trekken.

Hij ziet meteen wat er mis gaat: mijn linkervoet gaat te ver naar buiten.

Vervolgens laat hij me in korte tijd verschillende oefeningen doen: dribbelen, zijwaarts stappen, sprinten met grotere uitzwaai van mijn ellebogen, dieper zitten, ‘afzetten’ met mijn kleine teen.

Franklin kijkt, vraagt en legt uit. Soms roept ie meteen: ‘Ho, stop maar. Dit is voor jou geen goede instructie, vergeet wat ik heb gezegd.’

Even later roept hij (met pretoogjes): ‘Jaja, dit is geweldig. Voel je het? Voel je dat je nu technisch beter loopt? Dit  is goed hoor.’

En ja, ik voelde het inderdaad als ik niet afzet met de binnenkant van mijn voorvoet, maar meer met de buitenkant van mijn voorvoet, loopt dat veel lekkerder. En mijn hele loophouding verandert.

Na afloop drinken we koffie en hekelt Franklin de looptrainers die voor iedere loper dezelfde techniek in petto hebben. Elk mens is zo anders, je moet als trainer niet beweren dat er een looptechniek is die iedereen past. Soms lijkt een houding onlogisch, maar lopen mensen er toch Olympische medailles mee. Hij verwijst naar Marti ten Kate en glundert: ‘Zie je nog voor je hoe Ten Kate liep bij de Olympische spelen? Die heeft jouw lengte en jouw looptechniek heeft wel overeenkomsten met die van hem.’

Ten Kate liep zijn snelste tijden eind jaren tachtig. Toen was ik tien en interesseerde lopen me helemaal niets. Dus op youtube kijk ik wat filmpjes terug van Ten Kate en het is leerzaam: volg je eigen techniek.

Een beetje hulp van een goeie looptrainer kan geen kwaad om anders naar je eigen techniek te leren kijken

Franklin van Doesburg stuurt me een filmpje en geeft oefeningen mee (als ik had geweten dat ie een camera mee zou nemen had ik wel even een zwart broekje en een Sportrusten-shirtje aangetrokken). Het is leerzaam:

Als je zelf ook bij Franklin een loopanalyse hebt gedaan, hoor ik graag wat je ervan vond.

Franklin schreef ook een blog over Marti ten Kate en looptechniek: https://www.sportrusten.nl/vergeten-loopstijl-ken-jij-iemand-die-zo-loopt/

Over de auteur

Ademhaling is mijn favoriete onderwerp. Hardlopen en kou staan gedeeld tweede. Over deze onderwerpen schreef ik 10 boeken en ik leid ademcoaches en koucoaches op. Mijn favoriete ademhalingsoefening is anapana en run-dip-run is mijn favoriete training.

Koen de Jong