Het blauwe uur: ’s nachts hardlopen

Op een steenkoude februariochtend heb ik afgesproken in het Amsterdamse Bos.

Het is 7:00 uur en het is pikdonker. Vanaf de bekende bosbaan moet ik ergens links het bos in. Op Google Maps had ik gezien dat ik de Duizendmeterweg in moest, en dat aan het eind van die weg een parkeerterrein is, waar mijn afspraak zou zijn.

Maar het is donker.

En ik heb geen straatnaambordje gezien. Dus ik ben op goed gevoel linksaf gegaan halverwege de bosbaan en mijn lullige fietslamp schijnt net voldoende bij om het fietspad te onderscheiden van het bos.

Op mijn stadsfiets nader ik een parkeerterrein.

Waar ik – volgens mij – heb afgesproken.

Op het parkeerterrein zie ik één auto staan.

Ik kan niet zien of er iemand in de auto zit en net als ik begin te twijfelen of ik wel goed zit, stapt er iemand uit de auto.

Hans? vraag ik met lichte twijfel in mijn stem.

Ja. klinkt het opgewekt.

Ik heb afgesproken met Hans Koeleman en ik ken hem alleen van horen zeggen

Hij toert momenteel door Nederland met een theatertour over hardlopen, samen met Bram Bakker en Abdelkader Benali. Hij heeft tien Nederlandse records op zijn naam staan en twee keer mee gedaan aan de Olympische Spelen. Als ik ergens een lezing geef over hardlopen en ademhaling, dan is Hans me meestal voor geweest met een optreden over hardlopen in het donker.

Hij is een avonturier en schrijft boeken.

Ook werkte hij 15 jaar voor Nike, dus hij zal wel veel hebben met uiterlijk vertoon en dure schoenen. Denk ik.

We hebben afgesproken op mijn initiatief, omdat ik de voorbije weken wel tien mensen iets hoorde zeggen over Koeleman. Allemaal in de categorie leuke vent. En bij uitgeverij Lucht verschijnt een boek van hem over hardlopen, dus ik werd nieuwsgierig en vroeg of hij zin had om een rondje te lopen.

Dat wilde hij wel. Maar dan wel graag in het donker.

In de snijdende kou stellen we elkaar voor.

Hans wapent zich tegen de kou met een ouwe capuchontrui. Niks geen windjack van een duur merk. Ik mag hem gelijk.

Hans praat enthousiasmerend. Hij is dol op hardlopen in het schemergebied tussen nacht en dag. Hij kent het Amsterdamse Bos op zijn duimpje en we lopen op zijn aanwijzingen. Soms zwijgen we een stukkie, maar al snel komt Hans weer met een verhaal.

Over zijn theatertour.

Over het donkerste plekkie van Nederland.

Over hardlopen in de nacht.

Over avontuur.

Voorafgaand aan onze ontmoeting boezemde Wikipedia nog angst in.

Hans heeft indrukwekkende PR’s op zijn naam staan.

PR 5 kilometer: 13m40″ (!)

PR 10 mijl: 47m45″ (!)

Soms ontaardt een rustig loopje in haantjesgedrag en snoeihard beulen

Niet met Hans

We lopen écht relaxed en halverwege het loopje verrast de Olympiër.

Hij zegt:

Ik heb dertig marathons gelopen, en weet je wat ik het mooist vind?

Ik ben benieuwd.

Het publiek?

Een PR?

Een concurrent naar de klote lopen? (hij ís topsporter)

Flow?

Er schiet van alles door mijn hoofd, maar ik wacht rustig af. Het is donker. We lopen rustig.

Net als ik twijfel of de vraag wel retorisch is – waar ik vanuit ging – gaat Hans verder.

Het allermooiste vind ik de trots van volwassen mensen als ze na dik vier uur lopen een bord zien staan met 1 kilometer erop. Hun stralende ogen bij het besef dat ze de marathon uit gaan lopen. Dat vind ik prachtig.

Wow. Denk ik. Een Olympiër die met geen woord rept over tijden, topsport en concurrentie. Maar wel over avontuur, je geest vrij lopen en stralende ogen van andere lopers.

Aan het eind van onze loop komt zijn boek over lopen ter sprake: Het Blauwe Uur.

Een boek dat nu bij uitgeverij Lucht heruitgegeven wordt.

Heb je het gelezen?, vraagt Hans.

Nee, zeg ik wat verlegen,  ik lees nooit meer boeken over hardlopen. Die stellen altijd teleur. Hardlopen is iets dat ik dóé en als ik wil lezen, dan verlies ik me liever in een mooie roman. Van de Japanse schrijver Haruki  Murakami heb ik alles met gretig plezier gelezen. Alles. De Jacht op het verloren schaap heb ik zelfs 3 x gelezen. Al zijn boeken verslind ik. Op één boek na. Zijn boek over hardlopen heb ik halverwege weg gelegd. Het boeide me niet. 

Toen zelfs Murakami me niet kon boeien over hardlopen gaf ik het op: géén boeken meer over hardlopen.

Maar na het gesprek met Hans over lopen in het donker was ik wel nieuwsgierig.

Het blauwe uur.

Ik begon.

En het greep me direct. Hans loopt met zes anderen midden in de nacht vier uur hard. Ze beginnen in Schoorl: Kiwi, Bloem, Stompie, Knoest, Chico, Bravo en Hans. Vier uur hardlopen in het donker. Twee van de zeven hebben nog nooit langer gelopen dan 2 uur.

De hoofdpersonen bestaan echt, en al na twee bladzijden wil ik de zeven ontmoeten, een stukje met ze meelopen en horen welke grappen ze maken.

Ik wil Hans opbellen en vragen wanneer hij weer in de nacht gaat lopen met een groepje en of ik dan mee mag.

Maar ik bel Hans niet, ik lees door.

Want ik wil weten hoe dit avontuur van deze zeven afloopt. Het is een heerlijk boek.

Ik lees opgewonden in één ruk het boek uit en bedenk direct een stout plan om ’s nachts te lopen. Een avontuur in het donker. Kijken wat ik tegenkom in mezelf of in de natuur als ik in de nacht ga lopen. Dat avontuur volgt snel.

Bedankt Hans, dat je me een nieuwe manier van lopen geleerd hebt.

Of eigenlijk geen manier van lopen, maar een manier om avonturen te beleven.

Da’s nog mooier dan lopen.

Wordt vervolgd.

Over de auteur

Ademhaling is mijn favoriete onderwerp. Hardlopen en kou staan gedeeld tweede. Over deze onderwerpen schreef ik 10 boeken en ik leid ademcoaches en koucoaches op. Mijn favoriete ademhalingsoefening is anapana en run-dip-run is mijn favoriete training.

Koen de Jong