Chronische hyperventilatie: wat kun je (niet) doen?

Herplaatst: mei 2023

‘Ik heb chronische hyperventilatie,’ zegt J. ‘moet ik ademhalingsoefeningen doen?’

Met haar rechterhand houdt ze haar linker bovenarm vast. J. had me een week eerder gemaild. Ze wilde iets vragen over ademhaling en woonde in Amsterdam. Of we een keer koffie konden drinken en praten.

Van ademhalingsoefeningen krijg ik het benauwd, maar ik wil zo graag van mijn klachten af, mailde ze.

Ik benadrukte dat ik geen arts ben, maar dat we zeker een kopje koffie konden drinken op dinsdagmorgen bij Terrasmus, een koffie-café in het Erasmuspark.

Het is druk bij Terrasmus. Kinderen op de glijbaan, ouders met cappuccino’s aan de rand van de zandbak naast het café. Jonge vrouwen met groene smoothies en een ouder echtpaar met een ijsje. Een jong stel praat in het Frans en ze proosten met hun IJwit.

Het is 11:10 en er heerst vrolijke opwinding in het park.

Je voelt een gedeelde ontlading: de zomer klopt op de deur.

J. heeft een groen vest aan en kijkt bezorgt naar het volle terras. Ik bestel een thee en een koffie en we wandelen een rustiger deel van het park in. Tien minuten later – de composteerbare koffiebekers hebben we in een afvalbak gegooid – zitten we op een bankje op twee meter afstand.

‘Ik heb chronische hyperventilatie. Moet ik ademhalingsoefeningen doen?’

De zon prikt op mijn wang en ik weet niet wat ik moet zeggen.

Het zijn maar acht woorden en het is een eenvoudige vraag.

Maar ik heb geen benul.

Ik vraag me af of je hyperventilatie kunt hebben. Niet boos worden als je dit leest J. Het raakt me diep hoe de klachten je leven beheersen, het laatste wat ik wil, is de ernst van je klachten in twijfel trekken.

Hyperventilatie betekent sneller of dieper ademen dan nodig is. Dat is iets dat je doet niet iets dat je hebt. 

Ik heb hyperventilatie’ klinkt toch anders dan ‘ik adem sneller dan nodig is.’ En chronisch betekent aanhoudend, voortdurend en wekt ook de suggestie dat het niet meer over gaat. Dus zeggen dat je chronische hyperventilatie hebt lijkt me moedeloosmakend. En vervolgens vraag je of je ademhalingsoefeningen moet doen.

Hoe het bij jou werkt, weet ik niet.

Maar als iemand mij zegt dat ik iets moet doen, denk ik: hoepel op, dat bepaal ik zelf wel.

Zeker met ademhalingsoefeningen.

Er is kans dat je een tijd in een onveilige omgeving hebt gezeten en dat je lichaam daarom áán staat. Een explosieve vader, een kwaadaardige moeder, een boze partner of een gestresste, heftige baas.

Even overweeg ik om te zeggen dat het goed is voor je lichaam om ademhalingsoefeningen te doen om meer CO2 vast te houden, omdat je je met een hogere dosis CO2 in je bloed vermoedelijk al veel beter voelt.

Maar dat zeg ik niet.

‘Heb je enig idee waarom je hyperventileert?’ vraag ik.

Je trekt met je rechterhand wat steviger aan je linker bovenarm. Je armen lijken een schild voor je borst en je buik. Met je linkerhand friemel je aan je vest.

‘Nee, geen idee’ zeg je en je kijkt in de verte zonder iets te zien.

Daarna zeg ik dat er altijd wel een ademhalingsoefening te vinden is, die goed voelt. Dat je geen boeken hoeft te lezen en dat oefeningen met weinig instructie goed zijn.

Dus geen ingewikkelde oefeningen met middenrifademhaling of controlepauze tellen, maar gewoon observeren of even pauzeren na je uitademing. Dat is genoeg. Zeker als je lange tijd sneller of dieper hebt geademd dan nodig is, merk je dat een eenvoudige oefening veel kan betekenen.

‘Is er iets?’ vraag ik. Je kijkt nog steeds naar een punt in de verte.

‘Nee hoor. Er is niets,’ zeg je zacht.

Je bent er niet bij met je hoofd. Als ik een behandelaar was, wist ik misschien wat ik moest doen. Maar ik ben geen behandelaar en kijk met je mee in de verte. Je zegt dat je naar huis moet en je loopt weg. Je schouders opgetrokken. Een moeder met een draagdoek komt je tegemoet. Onderaan de doek bungelen twee minivoetjes en de moeder knikt naar je.

Je knikt terug en loopt weg. Het park uit.

’s Avonds tijdens het mediteren ben ik dankbaar dat ik mijn ademhaling kan observeren en dat het ontspant. Goede vriend Klaas vertelde eerder hoe hij de observatieoefening ervoer.

‘Vroeger tijdens een vakantie in de bergen had je een modderige, troebele rivier na een heftige regenbui. Na een droge dag was de modder naar de bodem gezakt en was de rivier weer helder. Zo voelt het ook na twintig minuten observeren. Alsof de modder zakt en alles helder wordt.’

Welke oefening dat dan is?

De oefening is bedrieglijk eenvoudig.

Observeer je ademhaling in het driehoekige gebied dat begint tussen je ogen en je neusvleugels bestrijkt. Observeer als een onderzoeker waar je de adem voelt. Boven je bovenlip? In je linkerneusgat? In je rechterneusgat? Gaat het snel? Of rustig? Voel je de adem krachtig of is het subtiel of voel je niks? Observeer je eigen ademhaling als een nieuwsgierig kind dat door een microscoop naar een wesp kijkt en zich verbaast over de patronen en de kleuren. Observeer je ademhaling met aandacht en nieuwsgierigheid. Met je ogen dicht, twintig minuten deze oefening doen is een zegen.

De modder zakt.

En het wordt weer helder.

Noot voor mensen met hyperventilatie (laten we het voor het gemak toch zo noemen):  deze oefening kan in het begin vervelend of benauwend voelen. Goed om te weten: dat kan geen kwaad. Ook al is het benauwend of vervelend, het is ongevaarlijk. Het kan goed werken om deze oefening te doen met iemand die je vertrouwt en die je aardig vindt.

Over de auteur

Ademhaling is mijn favoriete onderwerp. Hardlopen en kou staan gedeeld tweede. Over deze onderwerpen schreef ik 10 boeken en ik leid ademcoaches en koucoaches op. Mijn favoriete ademhalingsoefening is anapana en run-dip-run is mijn favoriete training.

Koen de Jong