Alweer een PR: hoe kan dat (en waarom eigenlijk)?
Afgelopen zondag liep ik de CPC: de halve marathon van Den Haag.
Na 21,1 kilometer lopen keek ik op mijn horloge: 1:15:03”
Een record.
Ik buig over het hek vlak na de finish om uit te hijgen. Na twee minuten loop ik door. Een vrouw geeft me een medaille, een man een flesje drinken. Blije mensen.
Op het Malieveld staan kraampjes. Met eten en drinken. Met tassen van deelnemers. De zon schijnt. Ik ben vrolijk en tevreden.
Yes. Een persoonlijk record.
Waarom is een persoonlijk record lopen zo leuk en waarom is het (on)belangrijk?
Een dag voor de CPC lees ik Wij zijn ons brein van Dick Swaab. Hij vindt het een groot misverstand dat sport gezond is. Hij vindt boksen bezopen en gevaarlijk en ook hardlopen ziet hij eerst en vooral als een uiting van ziekte; anorexia, Creutzfeldt-Jakob en meer varianten van dementie. Een onderzoek naar vliegen leert dat als een vlieg minder vliegt (beweegt) hij langer leeft. Swaab sluit zijn hoofdstuk over sport af met de boodschap dat je beter kunt kijken naar sport dan het zelf doen. En als je dan absoluut aan sport wilt doen, dan moet je gaan schaken.
Met mijn (loop)vriend en trainer Klaas Boomsma mag ik hardlopen graag héél belangrijk maken. We ouwehoeren uren over tempoblokken van 4:15 /km of 4:25 /km en het verschil tussen Yasso’s op vermogen of Yasso’s op tempo en het verschil tussen een 10 mijl of een halve marathon. Natuurlijk weten we dat we de wereld er niet mee redden en dat het in het licht van zeeën vol plastic, hongersnood in Somalië en oorlog in Ukraine onbelangrijk is. Maar voor ons is het niet onbelangrijk. Wij zijn ons brein en ons brein is ons beter gezind als we rennen.
Dus we lopen hard.
En evenementen zijn verrukkelijk. Alléén in het bos lopen is ook verrukkelijk, zeker in de herfst, maar de afwisseling tussen lopen in de natuur en lopen met duizenden anderen is een feestje.
Sinds begin vorig jaar neem ik hardlopen serieuzer dan ooit. Mijn eerste beloning was een record bij de marathon in Den Bosch vorig jaar en sindsdien regent het records.
De reden van mijn records op mijn 43ste zijn verklaarbaar. Toen ik 25 was, zat ik op vrijdagavond vaker in het café, dan dat ik sportte op zaterdagmorgen. Vermogensmeter Stryd leert me veel over de mogelijkheden en mijn loopgroep Team KBoom (ja, van Klaas Boomsma) werkt aanstekelijk enthousiasmerend. Zo liepen ook Koen D., Mark Z. én David de Goede een record in Den Haag.
Maar er is meer aan de hand: een record lopen opent een vakje in mijn lijf. Een vakje vol inspiratie, energie en creativiteit
Dat ik 1:15:03” loop op een halve marathon en geen 1:45:03” (bijvoorbeeld) komt natuurlijk niet door Stryd of Klaas. Zij zetten me aan om mijn talent te gebruiken. Talent laat zich bij duursport makkelijk in een cijfer vangen. Je maximale zuurstofopname ligt bij je geboorte vast. Dat ik een hoge VO2max heb, daar hoef ik verder niks voor te doen. Door een hoge VO2max kan ik (als ik train en me ertoe zet) hard een berg op fietsen en snel naar voren rennen.
Toen ik na een periode van serieus wielrennen (1998 – 2002) een paar jaar kipsaté had gegeten en bier had gedronken, ontdekte ik in 2005 mediteren. Gelijkmoedigheid oefenen en observeren trok mijn interesse. Prestatiegericht sporten verloor betekenis. Mijn hoge VO2max gebruikte ik niet en de wil om te winnen was ver weg. Het deed me onzinnig voor om sportprestaties op een voetstuk te plaatsen, in de wetenschap dat ik op mijn 50ste, 60ste, 70ste, 80ste en 90ste alleen maar achteruit zou gaan. Hechten aan sportprestaties leek me een voorbode voor een ongelukkige oude dag, mediteren en schrijven is logischer, want daar kun je tot je 90ste (nou vooruit, 80ste) alleen maar geoefender in worden.
De wil om te winnen verstopt zich nog steeds.
Maar de wil om te ontdekken wat ik met mijn lijf kan is op mijn 43ste weer opgelaaid.
Het voelt goed om mijn talent te gebruiken, zonder er aan te hechten. De kunst is om talent te gebruiken zonder ermee te identificeren.
Verrassend bijeffect is dat mijn toewijding aan hardlopen, doorsijpelt in alle gebieden: vaderschap, creativiteit, vriendschappen, mediteren en schrijven.
Dat zal vast voor alle talenten hetzelfde zijn.
Kortom; ben je muzikaal, kun je goed tekenen, mooi dansen of hard rennen? Doe vooral je best, het loont de moeite.
Gelijkmoedig voorwaarts.
Enne: Team KBoom, tot snel, laten we spoedig weer keihard rennen 😉

Het klopt. Iets met kielzog ahw
Volgens mij omschrijf je wat ook in ‘Wilskracht’ van Baumeister en Tierney staat.
( Aanrader overigens)
Mooie ervaring weer Koen. Leuk om te lezen En Klasse. Gefeliciteerd!
Merci Egbert!
Je vrolijkheid werkt aanstekelijk! Wat een leuk stuk. En een zetje om dat looptalent opnieuw in te zetten want het brengt zoveel meer in beweging dan je benen;-). Sinds enkele weken daalde mijn loopvolume en het maakt me onrustig en prikkelbaar. Zelfs ademhalingsoefeningen vullen het gat niet. Vandaag liep ik vogels te kijken met een vriendin die voor het eerst 10 mijl liep. Voor haar een mijlpaal met wat gezeur onderweg, voor mij een knipogend motiveren en genieten van een zonnig landschap waar we bijna alleen waren. En om 21u15 huppel ik nog steeds rond, uitkijkend om morgen hard 5 km te rennen 🙂
Dat is een mooi bericht Maaike. Het brengt meer in beweging dan je benen dat is mooi gezegd. Mooie maandag!
De ene vrolijkheid is de andere waard! En ik perste er gisteren een 21:04 uit op die 5 km, geen PR maar een 3e beste dus toch een podiumplek ;-).
Jihaaaaa
Mooi stuk Koen! Dankjewel voor de inspiratie.
Graag gedaan Bretske, dank voor je aardige reactie!
Bravo 🙌🏻
Merci!