Waarom ik na mijn 40ste dikke PR’s loop

‘We lopen ook door Britsum straks, daar heb ik vroeger pianoles gehad,’ Klaas begint het Friese volkslied te zingen, schakelt naar zijn vijf en voegt in op de snelweg.

Leeuwarden 126 kilometer, staat er op een bord. Ik neem een slok uit mijn bidon en kijk op mijn horloge. Nog twee uur tot de start. Ik probeer me Klaas voor te stellen als tienjarige op een pianokrukje die de akkoorden aanslaat van Bachs Was Gott tut, das ist wohlgetan. Het lukt niet echt.

We lopen in Leeuwarden een halve marathon. Klaas heeft jarenlang in Stiens gewoond, een dorp op 10 kilometer van Leeuwarden en het keerpunt van de halve marathon. We rennen ook door Britsum, Koarnjum, Jelsum en Snakkerburen.

Mijn tijd: 1:16:39.

Een nieuw persoonlijk record.

Vijf jaar geleden liep ik 1:23:13 bij de Halve van de Haar, mijn oude PR.

Dik zes minuten sneller. En dat met warm weer.

Hoe kan ik op mijn 43ste persoonlijke records lopen?

Eigenlijk is het antwoord heel simpel: van mijn 18de tot mijn 32ste liep ik niet hard. Toch loopt niet iedereen van boven de veertig die fanatieker gaat lopen, jaren achtereen persoonlijke records.

Het verval van ouderdom is langzaam. De reden dat de meeste mensen op hun 50ste niet meer zo fit (snel) zijn als op hun 25ste heeft meer te maken met leefwijze dan met leeftijd.

Ga maar na. Als je op je zestiende begint met roken dan heb je daar na negen jaar roken minder last van, dan na vierendertig jaar roken. En als je dol bent op toetjes ben je op je 25ste een kilo of twee zwaarder dan nodig is en op je vijftigste, ben je zo tien kilo zwaarder.

Op je vijftigste kun je dan het gevoel krijgen dat je nu-eenmaal-niet-meer-zo-fit-bent-als-vroeger, maar dat heeft niks te maken met leeftijd.

En dat is goed nieuws.

Want als je stopt met roken, herstellen je longen zich (gedeeltelijk) en als je minder toetjes eet val je vanzelf weer af.

Ik heb nooit gerookt (als opstandige puber deed ik natuurlijk niet wat mijn ouders deden ;)) en in aanloop naar de marathon van Rotterdam ben ik wat overtollige toetjeskilo’s kwijtgeraakt.

Dus kon ik in Leeuwarden – op mijn 43ste – een dik PR lopen op de halve marathon.

Overigens kwam ik er pas maandagochtend ná de halve marathon achter dat ik een dik PR had gelopen. In Rotterdam kwam ik tijdens de marathon halverwege door in 1:15:54. In Leeuwarden liep ik (dertien graden warmer) 1:16:39, nadat ik de kopgroep drie kilometer had bijgehouden en daarna hijgend en verhit naar een vijfde plek liep.

Helaas, geen persoonlijk record, dacht ik.

‘Gefeliciteerd nog met je dikke PR,’ kwam Klaas lachend het clubhuis binnen op maandagmorgen.

Wat blijkt: de Atletiekunie telt een persoonlijk record op de finishlijn. Records onderweg gesnoept op een langere afstand tellen niet (lees je mee Mark, je moet binnenkort even een 10 lopen…).

Dus nu staat mijn record op de halve sinds afgelopen weekend op 1:16:39.

Maar goed: niet roken en wat toetjeskilo’s kwijtraken is toch niet het enige wat er nodig is voor records na je 40ste?

Natuurlijk is mijn gewicht niet de belangrijkste verandering de afgelopen jaren. Het is een mooie combinatie van hardlopen met andere snelle lopers (Team KBoom), loopvreugde (niet te onderschatten voor puike prestaties) en nieuwe prikkels (interval/Stryd).

Maar waar begint de mogelijkheid om méér uit je lichaam te halen?

Het is voor mij nu makkelijker om gericht te trainen en hard te lopen dan tien jaar geleden.

Mijn lichaam kon op zijn 33ste wellicht ietsje meer dan nu, maar het echte leven is nu rustiger dan tien jaar geleden.

Soms is je eigen herstel een paar jaar ondergeschikt aan het leven zelf.

In die periode is het onmogelijk om je te richten op fysiek recordgeweld.

Dus als je als veertiger mediteert en met een tiener in huis zit (in plaats van jongere gezinsuitbreiding) en je ouders zijn gezond, kun je harder lopen dan tien jaar eerder.

Dat bleek maar weer in de hoofdstand van Friesland.

‘Maar het was toch snikheet?’

Het was wel warm, maar de organisatie was geweldig, dus om de haverklap stonden er vrolijke types met bekertjes water en koele sponzen.

Al met al: een heerlijke zondag met een mooie halve marathon.

Neef Mark Z. vergrootte de feestvreugde met een bizar PR op zijn halve marathon: 1:22:50. Die liep ook gewoon een record op de tien kilometer, maar dat telt dus niet voor het eggie.

Of Klaas B. net zoveel pianovreugde uitwasemt als loopvreugde weet ik niet, maar in Britsum deed hij waar hij goed in is: keihard rennen, diepgaan en genieten.

Op naar de volgende.

Over de auteur

Ademhaling is mijn favoriete onderwerp. Hardlopen en kou staan gedeeld tweede. Over deze onderwerpen schreef ik 10 boeken en ik leid ademcoaches en koucoaches op. Mijn favoriete ademhalingsoefening is anapana en run-dip-run is mijn favoriete training.

Koen de Jong