‘Jij krijgt die tandartsen nooit zover’

‘Jij krijgt die tandartsen nooit zover’

‘Maak je borst maar nat,’ tandarts A neemt een slok bier en trekt de rits van zijn skipully open, ‘tandartsen zijn stuk voor stuk eigenwijze haantjes en hebben niets met dat ademhalingsgedoe van jou.’

‘Met hoeveel zijn jullie morgen?’ ik doe mijn muts af en smeer mijn voorhoofd in met zonnebrand factor 50.

‘Een man of zestig.’

‘Heb je nog tips voor me?’

Tandarts A slaat hard met zijn vlakke hand op mijn schouder en laat zijn hand daar rusten: ‘Begin niet over mediteren, maak er vooral geen Happinez-praatje van.’

Hij tilt zijn hand van mijn schouder en wenkt één van de serveersters in een roodgroen geruite blouse met bruine bretels.

‘Ok, géén meditatie dus,’ zeg ik beleefd, maar ik denk dat ik nog wel een list verzin om het toch over meditatie te hebben, op een manier die de tandartsen wel aanspreekt. Ik vervolg: ‘En kou, kan ik het wel over koud douchen en ijsbaden hebben? Ik wil morgenavond zoveel mogelijk tandartsen meekrijgen in het meer bij Zell am See.’

Tandarts A buldert een lach over het terras: ‘Vent, je bent gek. Je krijgt niemand mee in dat meer. Er is geen tandarts die in zijn zwembroek met jou in een meer gaat zitten van 3 graden.’

‘Kou is interessante kost, ik krijg minstens tien mensen mee,’ antwoord ik strijdvaardiger dan ik me voel.

‘Als jij tien mensen meekrijgt, krijg je van mij een fles wijn,’ daagt tandarts A uit.

Ik drink mijn Mineralwasser op en ga terug naar het hotel. Tandarts A blijft nog even hangen met collega’s. Ik ben in Kaprun voor een tandartsencongres.

Thea de Leeuw en Sebastiaan van Wermeskerken van Dentalcens hebben het congres georganiseerd en mij als spreker uitgenodigd. Op congressen leren tandartsen normaal over nieuwe (technologische) ontwikkelingen op het gebied van materialen en technieken om bijvoorbeeld een kroon of een brug te zetten.

Maar Thea wilde eens wat anders.

Het percentage tandartsen dat met een burnout thuis komt te zitten, is schrikbarend hoog

Stress om personeel en (onzinnige) regelgeving lijken de grote boosdoener. Anders dan veel andere artsen, zijn tandartsen vaak ook eigen baas, met bijbehorende verantwoordelijkheid.

Dus dacht Thea: als die tandartsen wat leren over ademhaling en ontspanning, is dat mooi meegenomen. Vandaar dat ze mij als auteur van Verademing uitnodigde om 2,5 uur een sessie te doen. Zo belandde ik in een zaal in Kaprun met zestig tandartsen.

Ik had het over het brein, gedachtes, koolzuur, stress gerelateerde klachten, brandstof en fysiologie.

De waarschuwingen van tandarts A, baarde me wel wat zorgen.

Ik was van plan om ook wat voor te lezen uit Tien dagen stil (mijn boek over meditatie) en ik wilde ook de anapana-meditatie doen met de groep.

En ik wilde óók wat doen met de ademhalingsoefeningen van Wim Hof uit Koud Kunstje.

Ondanks  de waarschuwingen van tandarts A, doe ik het gewoon: vertellen over wat meditatie kan doen.

En ik vertel ook over de effecten van ijskoud water op je stemming en je fysiek.

Bottom line: minder piekeren, meer betekenisvolle pret

We doen vier verschillende oefeningen en de tandartsen reageren enthousiast.

Als afsluiting van mijn sessie vraag ik: ‘Wie gaat morgen met me mee naar Zell am See om het water in te gaan?’

Tot mijn schik gaan er 25 handen de lucht in.

Tandarts A was de eerste die zijn hand in de lucht stak en begint te klappen als hij ziet dat er 24 collega’s met hem mee gaan.

Het was een mooie belevenis.

Terug in het hotel praten we na over de lezing én de dip.

Veel tandartsen praten enthousiast over hun eigen ervaringen met meditatie, yoga, oefeningen en kou. Tandarts A hoort het met groeiende verbazing aan.

‘Misschien moet ik ook maar eens tien dagen gaan mediteren,’ zegt hij, ‘maar eerst moet je me je adres geven. Want die fles wijn heb je dik verdiend.’

Cheers.

Deel dit artikel
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin

Nieuwsbrief
Wil je wekelijks het nieuwste blog, aankondiging van webinars, nieuwe interessante boeken en meer in je mailbox? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief.


Over de auteur

Koen de Jong (1979) loopt hard, fietst graag, ademt rustig en doucht koud. Hij is bedenker van het 100-dagen-sportrustenprogramma en geeft veel presentaties bij bedrijven.

Koen schreef de boeken Verademing (met Bram Bakker), Ik hardloper en De Hardlooprevolutie (met Stans van der Poel), Ik, de wielrenner (met Aart Vierhouten) en Koud kunstje (met Wim Hof). Zijn werk is in meerdere landen vertaald.

Zijn favoriete boek: Momo en de tijdspaarders.

Verder is hij dol op vers gemaaid gras, landkaarten, boekwinkels en ijsvogels.

8 reacties op "‘Jij krijgt die tandartsen nooit zover’"