Heb je sportvoeding nodig als duursporter?

Nu wil ik het wel eens écht weten: is het goed voor een duursporter om sportgels te eten tijdens het sporten?

En zijn koolhydraten goed voor sporters of kun je ook een supervetverbrander worden en sporten op je vetvoorraden?

Als wielrenner werd ik in etappekoersen om 6:00 uur uit bed gehaald om pasta te eten en in de koers at ik me misselijk aan zoete sportdrank en vloeibare voeding.

Maar is dat echt nodig? Al die zoetigheid en koolhydraten voor duursporters?

Maaike de Vries schreef een boek: Hoe word ik een supervetverbrander.

Ze beweert dat je een metabole truc uit kunt halen om je vet als brandstof slimmer aan te spreken.

Omdat De Vries zelf ook marathons loopt, las ik het boek met grote interesse en het klinkt allemaal heel logisch: sport nuchter, eet maximaal drie keer per dag, eet geen (nauwelijks) geraffineerde suikers. Met als doel om je vetten als brandstof aan te spreken.

Lijkt me handig: je hebt immers veel meer vetten dan glycose, dan kan ik gewoon een marathon lopen op een bakje yoghurt. Daar schreef ik eerder al een blog over: https://www.sportrusten.nl/marathonexperiment-wel-of-geen-koolhydraten/.

Daarbij zijn er bosjes mensen die wel wat kilo’s kunnen missen, dus het lijkt slim om je vet als brandstof te gebruiken.

Arts William Cortvriendt gaat nog een stap verder dan De Vries. Hij zegt: stop met brood, rijst en aardappels en eet veel groente, fruit en volvette producten zoals vis en Griekse yoghurt. Zijn kookboek hielp al tienduizenden mensen om gewicht te verliezen en zelfs van diabetes type II af te komen. Het boek is niet gericht op sporters, maar in gesprekken zegt Cortvriendt dat zijn adviezen ook voor sporters goud zijn.

En het lijkt wel logisch: als mensen met overgewicht afvallen zonder honger te lijden, kunnen sporters hun vet efficiënter aanspreken, zonder honger te lijden.

So far, so good, maar er schuurt wat

Want berichten op internet over Cortvriendt leiden ook altijd tot verontwaardigde en felle reacties. Een vetverbrander worden kan helemaal niet volgens de tegenstanders.

Bijvoorbeeld Liesbeth Oerlemans:

De kritiek die Cortvriendt krijgt, is altijd een variant op de reactie van Oerlemans: een calorie is een calorie en als je vet wil verbranden moet je minder calorieën eten dan je gebruikt.

Cortvriendt zegt: calorieën tellen is onzin

Eén van de redenen waarom het volgens Cortvriendt onzin is om calorieën te tellen, begint al bij de vertering. Hij zegt dat koolhydraten bijna zonder verlies worden omgezet als brandstof, terwijl bij bijvoorbeeld eiwitten de helft van de calorieën al verloren gaat voor het überhaupt als brandstof wordt opgeslagen*.

Tegenstanders zeggen dan weer dat de redenatie van Cortvriendt niet klopt.

Iemand mailde me:

Wat Cortvriendt zegt over vertering klopt niet, aangezien de KCAL al wordt verrekend aan de hand van verteringsprocessen. Alleen thermogenese is nog niet meegerekend.

Koolhydraten worden namelijk liever niet omgezet tot triglyceriden, maar kunnen dat wel in een energie-overschot (kcal). Zelfde geldt voor eiwit. 

En zo gaat het steeds met voeding: iedereen spreekt elkaar tegen en als leek snap je er al snel he-le-maal niets meer van. Het is lastig te bepalen wat nu klopt en wat niet.

Ik wil het nu wel eens echt weten: kan ik mijn vet – waar ik veel meer van heb – efficiënter aanspreken door anders te eten en nuchter te sporten?

Wat ik vooral wil weten: is sportvoeding van toegevoegde waarde? Want ik blijf het gek vinden om gezond te sporten en mezelf dan vol te moeten stoppen met snoep.

Om daarachter te komen moet ik weten hoeveel vet ik nu heb en daarna gericht gaan sporten met de gerechten van Cortvriendt. Eerder heb ik het een tijdje gedaan, maar toen heb ik niet gemeten wat er gebeurde met mijn vetpercentage. De laatste maanden eet ik weer ‘gewoon’ (met lekkere taartjes in Frankrijk en bier en bitterballen in Amsterdamse café’s).

De exacte hoeveelheid vetmassa en vetvrije massa laat ik meten bij PreventiMed, een centrum in Alkmaar dat medisch wetenschappelijk onderzoek doet naar visceraal vet, het vet tussen de organen wat een belangrijke maatstaf voor gezondheid en risico op diabetes is. Voor sporters is DEXA een ideale meting om te zien welk effect sporten heeft op de spiermassa en het vetpercentage.

Ik lig in Alkmaar bij Preventimed in een scan en Dexascan-specialist Nico Zwarthoed vraagt me om stil te blijven liggen.

De scan is een Dexa-scan en meet mijn lichaamsvet. Ik lig op een tafel die doet denken aan de behandeltafel van een fysiotherapeut. Naast mijn hoofd zit echter een rode alarmknop en boven de tafel is een witte kap van ongeveer 30 centimeter breed die langzaam beweegt en van mijn voeten tot mijn nek beweegt en weer terug.

Na ongeveer twee minuten mag ik eraf en Nico vraagt me om naar zijn computer te komen kijken. Ik zie mezelf, zoals ik mezelf nog nooit heb gezien.

Lichtblauw zijn mijn botten. Ik kijk of ik wat slijtage zie bij mijn knieën, maar dat valt mee.

Nico wijst me op de gele stukken, want daar kom ik voor.

Geel is vet.

Ik zie wat vet op mijn heupen, mijn bovenarmen en aan de binnenkant van mijn bovenbenen.

Mijn totale vetvoorraad wordt onder elkaar gezet.

 

 

 

 

12820 gram vet.

 

Daar kan ik wat mee

Van gezondheidswetenschapper Maaike de Vries leerde ik dat een kilo vet goed is voor 7000 calorieën, dus ik heb nu 89.600 calorieën aan vet.

De komende maanden volg ik de adviezen van Cortvriendt nauwkeurig en over drie maanden meet ik opnieuw mijn vetvoorraden bij Preventimed en loop ik een marathon.

De insteek is simpel: drie maanden eten volgens Cortvriendt en dan een marathon lopen zonder gels en sportdrank. Eerder liep ik met koolhydraten en sportgels een paar marathons tussen 3u06 en 3u11. Loop ik met deze gerechten tussen 3u06 en 3u11 dan is er geen verschil. Loop ik langzamer dan 3u11 dan lever ik wat in op mezelf mét koolhydraten en loop ik sneller dan 3u05 dan ben ik de beste versie van mezelf zonder koolhydraten.

Wordt vervolgd.

* Cortvriendt schrijft daarover in zijn boek Lichter het volgende:

De ene calorie is de andere niet en ze mogen dus niet bij elkaar worden opgeteld. Dit begint al bij de vertering. Koolhydraten worden doorgaans heel efficiënt verteerd en in energie omgezet zonder al teveel verlies. In sommige gevallen, zoals bij koolhydraten in vezelrijke voeding, is dat proces al minder energie-efficiënt. Nog meer energie kost het om een gram eiwit of vet te verteren. Tijdens het verteringsproces van eiwitten tot aminozuren verliezen we bijvoorbeeld al gauw 30 procent van de oorspronkelijke energiewaarde. Wanneer ons lichaam vervolgens de aminozuren wil aanwenden voor energie, dan moeten deze eerst nog worden omgezet in glucose. Dit complexe proces wordt ‘gluconeogenese’ genoemd en kost opnieuw veel energie. Hierdoor levert eiwit slechts maximaal de helft van de calorieën op en niet de calorieën die op de verpakking van een product staan.

Over de auteur

Ik schreef tien boeken over ademhaling, kou, hardlopen, wielrennen en mediteren.

In 2014 ontmoet ik William Cortvriendt, een arts en schrijver die zegt dat mensen te vaak eten. Na deze ontmoeting experimenteerde ik met vasten, koolhydraatarm eten en hardlopen zonder sportdrank. Het resultaat: meer energie en een grote interesse in voeding. En om daar met volle teugen van te genieten is goed eten een waardevol uitgangspunt. In 2026 verschijnt mijn nieuwe boek: Eten tot je erbij afvalt. Eet smakelijk!

Koen de Jong