5 redenen om een marathon te lopen (en 6 om het niet te doen)

Bijgewerkt: februari 2024

14 april loop ik de marathon van Rotterdam. We zijn met een groepje aan het trainen en het gesprek gaat met (loop)vrienden  geregeld over tempo’s, kilometers, progressie, wattages en hartslagzones.

In mijn ‘bubbel’ op het clubhuis is het heel gewoon: een marathon lopen. Aan tafel met Mark, Klaas, Eline, Bas en Franklin is er maar eentje die geen marathon heeft gelopen.

De rest doet dat ‘gewoon’.

Buiten mijn loopbubbel zat ik laatst in het café met een groepje. Van de vijf was ik daar de enige die marathons loopt.

‘Je hebt een smal bekkie,’ zei V. ‘Eet je wel genoeg?’

‘Ja, zeker. Ik ben aan het trainen voor de marathon van Rotterdam. Een smal bekkie is een goed teken: dat vergroot de kans op een snelle tijd.’

‘Het lijkt me niet gezond,’ viel T. bij. ‘overdreven gedoe, niet goed voor je hart.’ Hij doopt een bitterbal in een schaaltje mosterd.

Ik vertel dat het me veel brengt om fysiek diep te gaan. Dat ik er – om eerlijk te zijn – helemaal niet mee bezig ben of het gezond is of niet. Het brengt me veel vreugde, inspiratie, voldoening. Ik voel dat ik leef. Leef. In periodes dat ik fysiek diep ga, voel ik me de hele dag gewoon wat lekkerder. Voor niet-lopers wat vaag en ongrijpbaar, voor mede-lopers herkenbaar.

Maar er zijn meer redenen om een marathon te lopen.

5 redenen om een marathon te lopen

1. Het goede gevoel dat ik krijg als ik fysiek diep ga is één van de belangrijkste redenen om een marathon te lopen.

Ik heb nóg vier redenen om een marathon te lopen.

2. Doel om naar toe te leven. Het gebeurt iedere week wel een keer. Ik heb een hele dag gezeten. Veel achter de computer, een paar gesprekken aan tafel en voor ik het weet is het vijf uur. De hele dag is het er niet van gekomen om een wandelingetje te maken, een stuk te fietsen of een rondje hard te lopen. ‘s Avonds moet er nog gekookt, mijn zoon wil een potje Catan spelen én ik moet nog 2 mensen terugbellen. Hardlopen komt er niet meer van. Als ik een marathon heb staan en ik weet dat de datum dichterbij komt, dan kan ik me er altijd toe zetten om toch nog een rondje te lopen. En na afloop is het altijd verrukkelijk. Wel jammer om dan in de pan gehakt te worden met Catan, maar soit.

3. De sfeer tijdens een marathon is genieten. Competitie ontbreekt bij deze sport bij de meeste lopers en dat is een groot voordeel: je loopt niet tegen een tegenstander, maar met gelijkgestemden (of gelijkgestemde gekken) voor je eigen doel. Het maakt immers niet zoveel uit of je sneller loopt dan degene die naast je loopt, het gaat erom dat je samen zo hard mogelijk rent of de finish haalt. Dit gezamenlijke doel schept een band en is mooi om mee te nemen na je marathon. De uitdrukking alleen ga je sneller, samen kom je verder gaat niet op bij de marathon. Dat is eerder: samen ga je sneller, samen kom je verder. 

4.  Marathonhartslag is goud waard. Ik loop niet voor een toptijd, maar om me goed te voelen. En marathonhartslag is voor mij niet te intensief (ik kan na een training gewoon weer aan de slag) maar ook niet te rustig (ik heb wel een oppepper van een training). Noot: tegenwoordig loop ik op vermogen. Mijn marathonhartslag van 176 heb ik ingeruild voor marathonwattage van 265. Maar dat is een ander verhaal, voor het fysieke effect, komt het op hetzelfde neer.

5. Groente, fruit en noten. Ik eet graag gezond. Maar ik ben ook dol op gele M&M’s en een tweede koekje bij de koffie. Normaal weeg ik 59 kilo (tja, ik ben ook niet langer dan 1m68) maar als ik even niet op let ben ik zo 4 of 5 kilo zwaarder. Na een marathon ben ik altijd weer op een aangenaam gewicht, da’s mooi meegenomen.

Wat wordt je eindtijd?

Onder lopers is de eindtijd een dingetje. ‘Voor welke tijd ga je?’ In Rotterdam ben ik haas en is mijn eigen tijd van ondergeschikt belang. Toch is het doel nooit zozeer om een snelle tijd te lopen, het is eerder een gevolg van een nieuw experiment: trainen met Stryd en trainen met Klaas Boomsma bijvoorbeeld.

Kortom: ik ben fan van marathons lopen en geniet ervan.

Maar: ik ben niet vóór of tégen het lopen van marathons in algemene zin. Er zijn ook genoeg redenen om géén marathon te (willen) lopen.

6 redenen om géén marathon te lopen

Er zijn genoeg redenen om nooit aan een marathon te beginnen.

In het kort:

  • 10 kilometer is genoeg. Als je het hebt over voldoende bewegen, gezondheid, doorbloeding en ontspanning. Is wandelen eigenlijk prima. Heb je van nature een hoge VO2/max dan is wandelen niet echt een prikkel om energie op te bouwen. Dan is sporten (hardlopen) een goed alternatief. Maar met sporten (trainen) tot 10 kilometer kun je ook energie opbouwen en de meeste voordelen van hardlopen al omarmen.
  • Te massaal, te duur. Ik ken lopers genoeg die het bezopen vinden om meer dan € 70,00 te betalen voor een startbewijs. En dan met meer dan 10.000 mensen op zoek naar een w.c., naar de start, in een startvak. Tja, eigenlijk is het ook bezopen. Het is niet moeilijk om je in te leven in mensen die dat afschuwelijk vinden.
  • D2-hartslag is goud waard.  De voordelen van marathonhartslag gelden natuurlijk niet alleen voor de marathon. Lopers die niet trainen voor een marathon kunnen prima aan de slag in hartslagzone D2 voor alle gezondheidseffecten. Dat kan ook op een fiets of roeiend.
  • Om jezelf af en toe fysiek uit te dagen kun je alle kanten op. Ook met yoga, meditatie, koud water, vasten, krachttraining en wandelen kun je jezelf prikkelen. Waarom zou dat in vredesnaam een marathon moeten zijn?
  • Hardlopen is één van de meest blessuregevoelige sporten. Na veldvoetbal is hardlopen al jaren nummer 2 wat betreft aantal blessures. Een goede reden om wat minder te lopen, als je blessuregevoelig bent.
  • Naast roken en zonnebaden is hardlopen één van de oorzaken van rimpels. Iedereen kent wel een loper met een zogenaamd loopgezicht (the runner’s face). Ik vind een rauwe smoel vol rimpels niet erg, maar als je liever een gladde huid hebt/houdt, dan kun je overwegen om wat minder te lopen.

Bottom line: genoeg redenen om een marathon te lopen, genoeg redenen om het niet te doen.

Vraag is dan: wat zegt je onderbuik. Ja of nee?

Tot 14 april, we zien elkaar in het startvak 😉

Over de auteur

Koen de Jong (1979) is oprichter van Sportrusten. Hij loopt hard, mediteert dagelijks en zit graag in een ijsbad.

Zijn nieuwste boek, Tem je brein, gaat over zijn favoriete onderwerp: voordelen van minder denken.

Koen schreef eerder de boeken Verademing (met Bram Bakker), De Hardlooprevolutie (met Stans van der Poel), Koud kunstje (met Wim Hof) en Tien dagen stil. Zijn werk is in meerdere landen vertaald.

Tussen 2014 en 2023 liep hij acht keer een marathon met het 14-kilometerschema. Zijn PR met dit schema is 2:42:41, maar stiekem is 'vogels kijken' zijn favoriete training.


Nieuwsbrief

Wil je wekelijks het nieuwste blog, aankondiging van webinars, meer interessante kost je mailbox? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief.

*  Website URL


83 reacties

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *