Waarom je geen lampje nodig hebt

Ik ben wakker.

Ik kijk op de klok.

00:23.

Bij de buren staat de muziek hard. Zo’n ondefinieerbare dreun waarop niet te dansen valt. Dus mensen dansen niet, maar proberen boven de muziek uit te komen en praten hard. Dat hoor ik ook.

00:24.

Af en toe een feestje moet kunnen.

De buren hadden netjes een briefje in de bus gegooid.

Toen zag ik de bui al hangen, mijn wekker gaat om 2:40

Nog twee uur en een kwartier en ik moet opstaan.

Ik ging nog wel vroeg naar bed, maar slapen lukt niet.

Straks ga ik hardlopen met Hans Koeleman en een groepje enthousiastelingen die óók willen weten hoe het is om in het pikkedonker hard te lopen.

Na een korte nacht sta ik om tien over half drie op, drink een glas water, stap in de auto, rij naar Hilversum en om 3:30 doe ik de deur open in Hilversum.

Hans komt gelijktijdig aan en heeft meteen mooie verhalen, nog voor zijn eerste koffie.

Deelnemers druppelen binnen en Hans leest voor uit zijn boek Het Blauwe Uur.

We gaan zo op avontuur. Zonder lampjes lopen in het donkere bos.

Eerst nog een biologieles om uit te leggen waarom we geen licht nodig hebben.

We hebben twee soorten lichtreceptoren: de staafjes en de kegeltjes.

De staafjes zijn lichtgevoelig. Zó gevoelig dat ze bij daglicht te sterk geprikkeld worden en beschermd worden door een pigmentlaag. Bij weinig licht kun je met de staafjes nog zien. Met de staafjes kun je grijstinten waarnemen, maar geen kleuren, ze leveren niet zo’n heel scherp beeld, doordat ze met meerdere aan een zenuwcel vastzitten, maar ze zijn wel erg gevoelig voor beweging. Het menselijk oog heeft er meer dan een 100 miljoen (!?); ze bevinden zich vooral aan de buitenrand van het netvlies en niet in het midden.

De kegeltjes zitten vooral in het midden van het netvlies, rondom de gele vlek. In de gele vlek zitten zelfs alleen maar kegeltjes. De kegeltjes hebben meer licht nodig om te kunnen werken (overdag). Met de kegeltjes kun je kleuren zien. De kegeltjes kunnen een heel scherp beeld doorgeven, doordat elk kegeltje apart verbonden is met een zenuwcel die het beeld doorgeeft.

Door hard te lopen in de nacht gaan de kegeltjes uit en de staafjes aan waardoor je in grijstinten eigenlijk prima kunt kijken en precies ziet wat nodig is

Ik hoor het Hans zeggen en denk: jaja, dat zal wel.

Maar als we even later vanuit de straat (met straatverlichting) het donkere gat van het bos inlopen merk ik dat Hans gelijk heeft.

Ik ben vandaag de gids en loop voorop. De eerste vijfhonderd meter zie ik bijna niets en ligt het tempo dichter bij wandelen dan bij hardlopen. Maar dan – de kegeltjes gaan uit en de staafjes gaan op scherp – zie ik in grijstinten het pad. Ik zie (nu wel) een hek. En als we even later op een schelpenpad lopen en de bomen niet meer over het pad reiken worden we bijgelicht door een mooie maan.

Na een kilometer zie ik de paden, de afslagen en de bomen bijna net zo goed als overdag. Alleen in een ander bewustzijn. Een scherper bewustzijn.

We lopen twee uur in een rustig tempo en na 14 kilometer drinken we koffie op kantoor.

Iedereen verbaast zich erover hoeveel je eigenlijk kunt zien als je zonder lampje het bos induikt

Hans hoort het aan en lacht. Hij wist het al lang.

Drie uur later krijg ik een mailtje van Hans.

Met een link.

Als Nederland ervoor kiest de zomertijd af te schaffen, zijn sporters de dupe omdat ze dan alleen nog in de weekenden buiten kunnen trainen, zegt NOC*NSF aan de vooravond van het terugzetten van de klok.

Hans is het daar natuurlijk niet mee eens

Ik zal NOC directeur Gerard Dielessen laten weten dat het voor de hardloper geen ene donder uitmaakt of de klok nu naar voren of naar achteren gezet wordt. Mocht het donker zijn dan gaan wij gewoon lekker in het donker lopen.

En ik ook. Hardlopen in het donker: doe het gewoon.

Ps. Wil jij 23 november met Hans naar Terschelling om hard te lopen op het donkerste plekkie van Nederland? Dat kan: https://www.sportrusten.nl/hardlopen-op-het-donkerste-plekkie-van-nederland/

Over de auteur

Ademhaling is mijn favoriete onderwerp. Hardlopen en kou staan gedeeld tweede. Over deze onderwerpen schreef ik 10 boeken en ik leid ademcoaches en koucoaches op. Mijn favoriete ademhalingsoefening is anapana en run-dip-run is mijn favoriete training.

Koen de Jong