Verbeter je looptechniek: doe-het-zelf-pakket
Franklin van Doesburg heeft afgelopen weken veel lopers gezien die met hun techniek aan de gang gaan. Hij schreef er een blog over, met een leuke tip om zelf te proberen.
De laatste maanden heb ik veel hardlopers begeleid met hun techniek.
Veel van de lopers trainen met het Sportrusten-schema. Dat is een feest. De lopers zijn kritisch, zelfdenkend en bereid om een nieuwe loopstijl te proberen.
Ik ben groot voorstander van techniektraining, maar Sportrusten-Koen schrijft boeken vol over ademhaling en hartslagen, en laat je vervolgens doodleuk de weg op gaan zonder naar je loopstijl te kijken. Dat is gek.
Daarom rijst de vraag… waarom lees ik op sportrusten.nl zo weinig over looptechniek?
Want net als een Sportrusten-schema is de looptechniek ook persoonlijk en voor iedereen anders. Okay, je wilt het liefst concrete tips om mee aan de slag te gaan. Je meet ook je individuele hartslag, onderzoekt je persoonlijke ademhaling en stelt je eigen kilometer-schema samen.
Je wilt geen algemene loopadviezen. Je wenst een manier waarop je zelf tot een betere loopstijl komt. Precies. Op. Maat.
Laten we dat eens uitproberen door wat kennis te delen en zelf je loopstijl te onderzoeken.
Alles begint met waarnemen
Daarna zullen we zien of je loopstijl beter kan. Misschien krijg je vragen over wat qua loopstijl bij je past. Of zoek je specifieke verbeterpunten? De kunst is altijd om eerst waar te nemen wat je nu doet. Dan aan te passen en daarna opnieuw waar te nemen wat er gebeurt.
Hier een aantal tips om je eigen looptechniek onder de loep te nemen:
Loop je liever met je duimen naar binnen of met je duimen omhoog? Let er gewoon eens op als je loopt. Wat is de favoriete stand van je duim? Â (hierover later meer)
Niemand loopt hetzelfde en dat is zichtbaar in de stand van je duim, maar ook in de loopscans die ik doe. Ik laat er een aantal zien.
De eerste scan. We kijken naar het eerste grondcontact: de landing in het midden van de voet. Iedere hardloper wikkelt altijd af op de voor- of middenvoet. De afwikkeling wordt vervolgd met inveren tot licht hakcontact en daarna naar voren (dat zie je aan de gemiddelde looplijn).
Bij het volgende voorbeeld van een andere atleet is de landing meer naar de buitenkant (weer met een mooie afwikkeling).
Na honderden loopscans te bekijken zie je dat er niet één optimale landingsplek is, die voor iedereen hetzelfde is
De sweet spot is nogal persoonlijk. Met specifieke oefeningen, precieze massage, houdingadvies en technische aanpassingen maak je de landing en voetdruk optimaal.
Waaraan herken je een optimale voetdruk:
- geen verschil tussen links en rechts
- steeds op dezelfde sweet spot landen
- iedere pas dezelfde afwikkeling (sweet spot – lichte hak – tenen)
- ontspannen inveren (bij teveel spanning blijft de druk ‘strak’ op de voorvoet)
Deze aandachtspunten geven een nauwkeurige weergave van je spierketens. Koen heeft ook ontdekt dat zijn voet gek deed.
A-symmetrie in je loopbeweging is inefficiënt en leidt uiteindelijk tot pijntjes en blessures. Is er ergens te veel spanning, te weinig kracht of geen goede afstemming tussen de ketens dan zie je dat direct terug in een onregelmatige voetscan. En ook in a-symmetrie in het lichaam:
- verschil in arminzet links en rechts
- verkrampte elleboogbeweging
- verschillende voetstand links en rechts
Ga nu zelf eens voelen of je duimstand links en rechts gelijks is
Niet direct corrigeren. Eerst waarnemen.
En waar je denkt dat je sweet spot zit. Niet gelijk je afwikkeling veranderen, maar gewoon eens kijken waar je denkt/voelt dat je landt. Vervolgens kun je eens je duimstand die je eerder hebt gecheckt veranderen: meer naar binnen of omhoog.
Dan voel je hoe de inzet van je handen impact heeft op je voetlanding
Al deze details kun je waarnemen en beïnvloeden. Stap voor stap. Langzaam kom je er zelf achter wat het beste bij je past.
Een optimale houding vermindert direct de druk op overbelaste lichaamsdelen.



Dag Wouter, da’s een waarneming gebaseerd op keiharde cijfers! Het geeft een klein verschil in grondcontacttijd tussen links en rechts. Kijk je vaker naar deze cijfers en is het verschil constant? Of zie je fluctuaties? Probeer te achterhalen waardoor je grondcontacttijden kunnen fluctueren.
Ik zit even te denken aan de vele mogelijke oorzaken van het verschil en ook wat het grondcontact het meest zal beïnvloeden…
Okay Wouter, probeer bijvoorbeeld eens één van deze experimenten:
Exp. 1 – a. Loop het ene rondje met hogere stapfrequentie of kleinere passen
b. Het volgende rondje met lagere pasfrequentie/iets grotere passen
Exp 2 – a. Loop het ene rondje met je armen in een hoek kleiner dan 90 graden (meer gebogen armen)
b. Het volgende rondje armen in een hoek groter dan 90 graden (meer gestrekte armen)
Maak niet te grote rondjes bij deze test en bij pijn direct stoppen.
Check telkens de grond-contacttijden en ook wat je prettiger vindt.
I want a full report! ?
Groet Franklin
Ik zie in de gegevens van mijn garmin dat in niet in balans loop, ongeveer 48,5 links en 51,5 rechts. Hoe kan ik die onbalans aanpakken?
Wel interessant, sinds een paar maanden focus ik meer op techniek en ik vind de combinatie van techniek en sportrusten echt geweldig 🙂