Trainen op een Sintelbaan – ineens wil ik het ook

Ineens wil ik het ook: trainen op een atletiekbaan.

In Nijmegen fiets ik rondjes op een atletiekbaan met achter mij een cluppie lopers. Ik geef het tempo aan en versnel iedere twee minuten. De lopers gaan tot het gaatje om hun omslagpunt te bepalen en ik hou het tempo in de gaten.

De geur van de sintelbaan prikkelt een herinnering.

Ik zie flarden van de Olympische Spelen van 1988 in Seoul en zie een groepje lopers op een sintelbaan een bocht in gaan. Namen heb ik niet bij de beelden in mijn hoofd. In 1988 keek ik de Olympische Spelen voor Romario, niet voor atletiek. De Braziliaanse spits had ik nog een brief gestuurd, geadresseerd aan het adres van PSV. Of ie tips had, hoe ik vaker kon scoren bij mijn club BFC. Ik kreeg een kaart terug met een foto en een (gedrukte) handtekening. Dolblij was ik ermee en ik vergat voor het gemak dat Feyenoord mijn club was. Wachtend op beelden van Romario die de Olympische finale speelde voor Brazilië, zag ik hardlopers in een vol stadion.

Ik zag lopers zweten, versnellen, duwen, huilen, juichen en uitgeput op de baan liggen.

Toen deed het me niets. En 31 jaar later denk ik ineens: dat wil ik ook.

Trainen op een sintelbaan.

Ik vraag me niet af waarom ik dat in vredesnaam wil, ik ga het gewoon doen.

Dus de maandag na Nijmegen stap ik op mijn roestige fiets naar ASV Arsenal om op de sintelbaan te trainen.

Ik train zelden interval.

Nu ga ik voor de verandering voor 4 x 1000 meter intensief en tussendoor 1000 meter rust.

Kijken hoe dat is.

Mijn rugzak zet ik naast de baan. Ik doe mijn trainingsbroek uit en hang hem samen met mijn grijze capuchontrui over het hek van het middenterrein. Op het middenterrein zijn mannen aan het voetballen: 7 tegen 7. Mijn bidon met water positioneer ik pal naast baan 1.

Hartslagmeterband: check.

Veters goed strak: check.

Strava aan: check.

Voor het eerst van mijn leven ga ik hardlopen op een sintelbaan en ik heb er zin in. Één man loopt op dribbeltempo in baan 3 en verder is de baan leeg.

Bij de startlijn zet ik Strava aan en ik ben weg.

2,5 ronde rustig aan.
2,5 ronde hard.
2,5 ronde rustig aan.
2,5 ronde hard.
2,5 ronde rustig aan.
2,5 ronde hard.
2,5 ronde rustig aan.
2,5 ronde hard.
1,5 ronde rustig aan.

Liggen.

In tijd:

5:25
3:48
6:17
3:36
6:19
3:42
6:35
3:36
7:21

Liggend in het gras voel ik mijn benen branden. De laatste kilometer volle bak viel me zwaar. Hier lig ik dan. Een vent van veertig ligt naast een lege atletiekbaan met zere benen omdat hij zo nodig 3:36 moest lopen op een kilometer.

Een grijns komt op.

Het voelt lekker.

Overmorgen word ik hiervoor beloond.

En ik kom zeker terug naar de baan om eens een interval met 400 meters te doen.

Wordt vervolgd.

Over de auteur

Ademhaling is mijn favoriete onderwerp. Hardlopen en kou staan gedeeld tweede. Over deze onderwerpen schreef ik 10 boeken en ik leid ademcoaches en koucoaches op. Mijn favoriete ademhalingsoefening is anapana en run-dip-run is mijn favoriete training.

Koen de Jong