Lopen op de maan: zo voelt dat dus

Lopen op de maan: zo voelt dat dus

19 kilometer per uur.

Ik loop het al minutenlang.

Zonder moeite.

Ik speel vals.

Normaal kan ik geen 19 km/uur lopen, maar fysiotherapeut Simon van Woerkom heeft de Alter G: een speciale loopband waarmee je de zwaartekracht op kunt heffen. Simon is zo’n type die de Comrades loopt (90 kilometer) en twee dagen later alweer zin heeft om een rondje te lopen. Hij heeft me uitgenodigd om eens op de maan te lopen, zoals hij het noemt.

In een broek die doet denken aan een wetsuite zonder pijpen zit ik vast geritst aan een beugel van de loopband. Daaronder is de lucht afgesloten in een grote plastic zak en met een paar drukken op het display kan ik zoveel lichaamsgewicht opheffen als ik wil. Ik word als het ware wat omhoog geblazen.

Zo loop ik 19km/uur met 65% van mijn lichaamsgewicht.

Het voelt spectaculair

Ik wist natuurlijk al dat gewicht en snelheid nogal veel met elkaar te maken hebben. Niet voor niets loop je op de marathon 6 minuten sneller als je een kilo kwijt bent.

Om het verschil in gewicht te testen loop ik tijdens de sessie een paar minuten constant met een snelheid van 14,5 kilometer per uur. Dat is een tempo dat ik normaal – met pijn en moeite – een uur vol hou.

Linksboven op het display staat weight control .  Zet ik dat op 100% dan ben ik gewoon 60 kilo. 14,5 km/uur lopen voelt dan zwaar, ik begin te zweten, praten lukt niet meer. Dan drukt Simon van Woerkom op de min en zakt mijn gewicht 5%.

In 5 seconden tijd ben ik drie kilo lichter.

Het verschilt enorm. Het zweet loopt niet meer langs mijn rug en ik kan rustig een praatje maken.

Ik denk aan mensen die hardlopen met tien kilo overgewicht en wat een feest het moet zijn om die kwijt te raken.

Voor wie is dit interessant?

‘Wie komen hierop trainen?’ vraag ik, terwijl ik grote passen neem bij 19 km/uur.

‘Ik heb dit apparaat vooral voor mensen die geblesseerd zijn en revalideren,’ legt Simon uit. ‘En om mensen met overgewicht te laten voelen hoe het is om wat gewicht kwijt te raken.’

‘Hebben lopers zoals ik (niet geblesseerd,  geen overgewicht) er ook wat aan?’ vraag ik.

Simon knikt en straalt: ‘Je traint je neuromusculaire systeem. Je lijf slaat dit tempo op.’

Ik droom hoe het is om 19 km/uur te kunnen lopen gewoon op de weg en in een wedstrijd.

Het lijkt me verrukkelijk.

Maar ik kan niet lang meer wegdromen bij dit tempo.

Aan de muur hangt een klok: 17:00 uur.

‘Koentje,’ zo noemt Simon me al 15 jaar, ‘je moet eraf, de volgende is aan de beurt.’

Ik verwacht iemand met een blessure. Of overgewicht.

Maar mijn bek valt open

Is dat…..?

Susan Kuijken komt binnen in hardloopkleren. Vijf minuten geleden fantaseerde ik hoe het zou zijn om 19 km/uur te kunnen lopen. Kuijken hoeft daar niet over te fantaseren, met een PR op de 10K van 31:43 kán zij dat ook echt. Met een koptelefoontje begint ze haar training. Om met een lage hartslag toch het hoge tempo te kunnen lopen.

31:43, denk ik bij mezelf.

Hoe hard kan zij wel niet lopen als ze de weight control op 70% zet?

Simon slaat me op mijn schouder: ‘Kom we gaan zo een hapje eten.’


Nieuwsbrief
Wil je wekelijks het nieuwste blog, aankondiging van webinars, nieuwe interessante boeken en meer in je mailbox? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief.


Over de auteur

Koen de Jong (1979) loopt hard, fietst graag, ademt rustig en doucht koud. Hij is bedenker van het 100-dagen-sportrustenprogramma en geeft veel presentaties bij bedrijven.

Koen schreef de boeken Verademing (met Bram Bakker), Ik hardloper en De Hardlooprevolutie (met Stans van der Poel), Ik, de wielrenner (met Aart Vierhouten) en Koud kunstje (met Wim Hof). Zijn werk is in meerdere landen vertaald.

Zijn favoriete boek: Momo en de tijdspaarders.

Verder is hij dol op vers gemaaid gras, landkaarten, boekwinkels en ijsvogels.

3 reacties op "Lopen op de maan: zo voelt dat dus"

Geef een reactie