Lange duurlopen: hoe bevalt het?

Lange duurlopen: hoe bevalt het?

En, hoe bevalt je nieuwe schema? W. neemt een slok van zijn zwarte koffie.

Weet ik niet, zeg ik en ik stop de cantuccini in mijn mond die op mijn schoteltje lag.

Geen idioot streng dieet meer? W. knikt naar mijn lege schoteltje.

Neuh, zeg ik, in december even niet.

Maar hoezo weet je niet of dat nieuwe schema bevalt? Moet je veel lopen?

W. weet dat ik na 6 marathons eens wat anders doe dan het 14-kilometer-schema. Op weg naar de marathon van Zaltbommel (Two Rivers Marathon) doe ik een schema met lange duurlopen. Een marathonschema op ProRun van Paul Oude Vrielink.

Die lange duurlopen op zondag zijn op zich wel leuk. Maar ik heb toch het gevoel dat het schema zijn doel een beetje voorbij schiet.

Want? vraagt W.

Ik train natuurlijk niet om de Olympische Spelen te halen, maar gewoon om me goed te voelen. Het liefst begin ik de dag om 5:45 met meditatie en lezen: mijn ochtendritueel. Maar de dag na een lange duurloop heb ik geen zin om al om 5:45 mijn bed uit te komen. En dat is zonde, want ik vind het lekkerder om de dag wél met mediteren te beginnen.

Dus je stapt weer over op het 14-kilometer-schema?

Nee. Tot 9 februari volg ik dit schema. Het is leuk om eens wat anders te doen. Een marathonschema is toch niet hetzelfde als Into my arms van Nick Cave, zo’n schema gaat wél vervelen.

En die vermoeidheid dan?

Misschien moet mijn lijf gewoon even wennen aan de omvang en voel ik me straks weer fitter. Of misschien ligt de oorzaak van duffe ochtenden wel ergens anders. Door de winter? Of de zoetigheid rond Sinterklaas? En jij? Sport jij nog een beetje?

Weinig. Druk op werk. Vroeg donker. Verbouwing.

Ga je zondag mee de gracht in? Heb je toch ff een fysieke prikkel.

Hoepel op vent. Dat jij duizenden mensen zo gek krijgt om dat te doen omdat ze je boeken lezen, wil niet zeggen dat je mij meekrijgt met die gekkigheid van je.

Een kwartier later rekent W. 2 koffie en 2 cappuccino af.

Hij stapt op zijn fiets, ik zet mijn Polar aan voor deel II van mijn training.

Ik vraag me af waar de grens ligt tussen energie krijgen van hardlopen en vermoeidheid opbouwen. Wat is het me waard om 2:55 op de marathon te lopen? Ik moet denken aan een bloedfanatieke loper van begin 60 die ik drie maanden terug op de atletiekbaan tegenkwam. Het gesprek kwam op het lopen van een PR. De loper met grijs haar en rimpels op zijn voorhoofd vertelde dat ie natuurlijk geen PR meer kon lopen. Want op zijn 28ste was ie ook al fanatiek. Maar hij liep nog steeds wedstrijden om goede tijden te lopen en hij had formules om te controleren of zijn tijden van nu vergelijkbaar zijn met de tijden van zijn 28-jarige zelf.

Hij was duidelijk.

Lopen betekende veel voor hem:

Vader? Man van? Werknemer? Mantelzorger? Kan allemaal ook wel wezen, maar ik blijf eerst en vooral hardloper. Lopen staat altijd op de eerste plaats.

Ik zou mezelf nooit hardloper noemen

Niet op de eerste plaats. Maar ook niet op de vijfde plaats.

Vader? Zoon van? Schrijver? Ademhalingsavonturier? Eigenaar van Sportrusten?

Ja.

Maar hardloper? Nee.

Nu ik erover nadenk word ik nieuwsgierig hoe Hans Koeleman zichzelf ziet. De Olympiër. Voelt hij zich vooral loper? Of schrijver? Of vader? Of man van? Of verhalenverteller?

Ik sla rechtsaf het Vondelpark in.

Mijn horloge trilt.

Een kilometer voorbij.

Ik moet een kilometer op marathonwatt lopen. 244 Watt. Of eigenlijk wat sneller.

Op dit snelle tempo verschuift mijmeren naar focus voor mijn techniek.

Pasfrequentie 180.

Rechterelleboog niet laten zakken. Tak. Tak. Tak.

Ik haal een groepje lopers in.

Kijk, die gaat hard, hoor ik een vrouw uit het groepje zeggen. Dat is een echte.

Toch wel.

Eventjes.

Deel dit artikel
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin

Nieuwsbrief
Wil je wekelijks het nieuwste blog, aankondiging van webinars, nieuwe interessante boeken en meer in je mailbox? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief.


Over de auteur

Koen de Jong (1979) loopt hard, fietst graag, ademt rustig en doucht koud. Hij is bedenker van het 100-dagen-sportrustenprogramma en geeft veel presentaties bij bedrijven.

Koen schreef de boeken Verademing (met Bram Bakker), Ik hardloper en De Hardlooprevolutie (met Stans van der Poel), Kopwerk (met Aart Vierhouten) en Koud kunstje (met Wim Hof). Zijn werk is in meerdere landen vertaald.

Zijn favoriete boek: Momo en de tijdspaarders.

Verder is hij dol op vers gemaaid gras, landkaarten, boekwinkels en ijsvogels.

14 reacties op "Lange duurlopen: hoe bevalt het?"

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.