Inspanningstest: zinnig // onzinnig

Inspanningstest: zinnig // onzinnig

,Wat leer ik van een inspanningstest? Moet ik dat ook eens doen?’, vroeg W. M. in de pauze van een lezing in Amersfoort.

In 1999 deed ik mijn eerste inspanningstest. Stans van der Poel had een magische ruimte in de kelder van sportschool Rebel in Huizen. Er stond een speciale testfiets, een computer en er was veel apparatuur.

Van de inspanningstest herinner ik me vooral dat het zweet in straaltjes langs mijn lijf liep en dat het enthousiasme van Stans steeds groter werd.

AT – punt en zones

Na de test legde Stans me uit dat ze mijn AT punt (het punt van verzuren) heel nauwkeurig had bepaald. Ze leerde mij mijn hartslagzones.

D0 100% / 0%
D1 75% / 25%
D2 50% / 50%
D3 25% / 75%
AT + 0% / 100%

Naast de hartslagzones staat een percentage. Dit is het percentage vet dat je aanspreekt ten opzichte van de suikers. Stans legde uit dat je meer energiesnelle suikers aanspreekt naarmate je intensiever fietst of loopt.

D2-training

,D2-training is goud waard’, zei Stans erbij.

Vanaf deze test ging ik natuurlijk met een hartslagmeter trainen

Al na twee weken merkte ik dat de hartslag die mijn Polar hartslagmeter aangaf niet alleen een getal is maar dat ik prima aanvoelde wanneer ik van D1 naar D2 schoof. En ook de andere zones voelde ik prima aan.

De hartslagmeter had ik al een tijdje liggen maar met deze uitslagen ernaast kon ik precies zien wanneer ik moest versnellen of vertragen. Want alle zones hebben hun voordeel, dus variatie in de training werd het sleutelwoord.

‘Vogels kijken’, interval, hersteltraining, de goede basis, explosieve interval. Elke training kreeg een hartslag en ik wist precies waar ik zat.

Weg met de hartslagmeter

Na drie maanden gooide ik mijn hartslagmeter in de kast. Niet omdat mijn interesse voor de zones verdwenen was maar omdat ik wist welke hartslag ik had, ook zonder meter.

Eens per twee weken controleerde ik mijn gevoel met de meter. En het klopte altijd.

Grappig genoeg leerde ik door de inspanningstest en mijn hartslagmeter dat mijn eigen lichaam aangeeft en weet waar ik behoefte aan heb. Deze kennis had ik nooit gehad zonder inspanningstest en zonder hartslagmeter.

Waar

Na deze uitleg vroeg W.M. waar hij het best zo’n meting kon laten doen. Bij een SMA kun je een inspanningstest doen, maar die nemen nooit je ademhaling in rust mee en dat is zonde.

Als je een inspanningstest laat doen is het mooi om direct je adempatroon en je hartslag in rust mee te nemen. Het liefst ook nog terwijl je een ademhalingsoefening doet. Dan weet je precies wat je met lopen of fietsen kunt doen, maar je weet ook direct welke ademhalingsoefening aanslaat.

Gerrit Heijkoop doet een inspanningstest en steekt er heel wat van op

Meer informatie over rustmetingen en inspanningstesten, zie https://www.sportrusten.nl/inspanningstest/.

Heb jij ervaringen met een inspanningstest of vragen? Reageer dan hieronder.

Sportse, ademse en een goede week.

Deel dit artikel
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin

Nieuwsbrief
Wil je wekelijks het nieuwste blog, aankondiging van webinars, nieuwe interessante boeken en meer in je mailbox? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief.


Over de auteur

Koen de Jong (1979) loopt hard, fietst graag, ademt rustig en doucht koud. Hij is bedenker van het 100-dagen-sportrustenprogramma en geeft veel presentaties bij bedrijven.

Koen schreef de boeken Verademing (met Bram Bakker), Ik hardloper en De Hardlooprevolutie (met Stans van der Poel), Kopwerk (met Aart Vierhouten) en Koud kunstje (met Wim Hof). Zijn werk is in meerdere landen vertaald.

Zijn favoriete boek: Momo en de tijdspaarders.

Verder is hij dol op vers gemaaid gras, landkaarten, boekwinkels en ijsvogels.

3 reacties op "Inspanningstest: zinnig // onzinnig"

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.