Hans leest: The quotable runner
Goede trainers, is wel eens geopperd, gebruiken zowel wetenschap en logica – harde cijfers en feiten – als inspiratie en emotie – verhalen en anekdotes – om de loper harder of langer te laten lopen.
Zij zijn als de raketbouwer die twee elementen, vloeibare zuurstof en vloeibare stikstof, samenbrengt om deze tezamen te laten ontbranden en al doende de raket naar grote hoogte te brengen.
Bob Boverman, de vorig jaar overleden hardlooptrainer, vertelde zijn atleten voordat zij een heuveltraining gingen doen over de zandheuvels die de Fin Pekka Vasala oprende op weg naar zijn Olympisch 1500 meter goud in 1972, over de lange klimmen die Arthur Lydiard zijn lopers liet doen, over de Australische trainer Percy Cerutty, wiens steile duin bij Portsea het middel was om de men van de boys te scheiden.
Moest er een lange duurloop gedaan worden, dan kon het gebeuren dat er een lang epistel kwam over de Nieuw-Zeelander Peter Snell die in 1964, op weg naar Olympisch goud op de 800 en 1500 meter, de moordend heuvelachtige twintig mijl lange Waitarua ‘long jog’ volbracht, om vervolgens huilend van vermoeidheid op de bank te gaan liggen.
De verhalen werkten: we liepen in de voetsporen van de grote atleten op aarde, wat motiverend was. De trainingen kregen ook zingeving: we begrepen waarom deze training belangrijk was, waar op de kalender deze paste in het weefsel van trainingselementen die typerend was voor periodisering.
Inspirerende hardloopverhalen zijn ruim voorhanden en vooral de Angelsaksische landen blinken uit in deze vorm van literatuur. Voor hen die geloven dat een anekdote, uitroep of korte beschrijving een pepmiddel ter ondersteuning van training of wedstrijd, of een hulpmiddel ter motivatie kan zijn, is The Quotable Runner een fantastisch boek.
Eerst uitgebracht in 1995 en verzameld door Mark Will-Weber, een redacteur van Runner’s World, biedt The Quotable Runner de lezer honderden citaten en aforismen, gerubriceerd in specifieke hoofdstukken die, om de omslag te citeren, ‘de grote momenten van wijsheid, inspiratie, koppigheid en humor’ van het hardlopen illustreren.
De hoofdstukken, allen geïntroduceerd met een kort verhaal, vaak met historische inslag, zijn ontworpen rondom thema’s die verhalen uitlokken: ‘The Starting Line’, ‘Coaches’, ‘Eat, Drink, but be wary’, ‘Fear’, ‘Hills’, ‘In the Footsteps of Atalanta’, ‘The Marathon’, ‘Pain’, en nog een aantal andere.
Lees hoe Emil Zatopek zijn eerste stappen zette als hardloper, wat de politieagent op de motor in 1984 in New York de Italiaan Orlando Pizzolato toeschreeuwde toen deze door de hitte bevangen in winnende positie begon te wandelen, wat er volgens Don Kardong, ooit vierde op de Olympische marathon, gebeuren zal wanneer er op de wereld geen roomijs meer te vinden zou zijn, waarom het volgens Grete Waitz, negenmaal winnares van de New York Marathon, niet mogelijk is om op deze marathon uit te stappen, wat er met lopers zal gebeuren wanneer ze onvoorbereid de heuvelsessies van Pekka Vasala kopiëren, wat Mao Tse Tung, William Shakespeare en Oprah Winfrey over hardlopen te zeggen hadden.
En lees de kleine subtiele wijsheden die de grote coaches uit de hardloopsport hun pupillen toestopten.

The Quotable Runner, een bijbel die elke coach of loper bij zich moet hebben om vlak voor de training of wedstrijd nog even inspiratie op te doen, of te ontspannen en te lachen om tragikomische voorvallen. Of om erachter te komen dat je toch echt de enige loper op aarde niet bent met hoop, geloof en twijfels, nachtmerries, zenuwen vlak voor de start, pijnlijke benen tijdens of na een heuveltraining of echt niet bij machte bent om de verleidingen van roomijs te weerstaan.
Een link naar het boek op Amazon.com.

Dank voor de tip! Ik heb net Running on empty uit van Marshall Ulrich, een verslag van zijn non stop run dwars door Amerika: van San Francisco naar New York in 52 dagen. Echt de moeite waard.
Natuurlijk ‘What I talk about when I talk about running’ van Haruki Murakami, en ook het (lange) verhaal van Alan Silitoe, ‘The loneliness of the long-distance runner’ (uit 1958).
Maar mijn absolute favoriet is ‘Altijd verder’ van Dolf Jansen (uit 2008) !!
Dank voor je reactie Astrid, Alan Silitoe ken ik nog niet.
Alan Silitoe = classic!
“The terrible and wonderful reasons why I run long distances” van The Oatmeal. Maar ook de boeken van Adhanarand Finn vond ik geweldig, evenals “Born to run” en het hardloopboek van Murakami. Verder het verhaal van Silitoe. Voor de meer wetenschappelijke benadering: “Het geheim van hardlopen” plus “Endure” van Hutchinson. Ik lees nu Eat and run van Scott Jurek.
Eet en Ren van Scott Jurek inderdaad. Erg inspirerend.
Dank voor je boekentips Albert, enne veel leesplezier met Scott Jurek.