Geen Zweden maar Rhenen

‘Het meisje dat heeft gewonnen ken ik niet,’ zei Annemiek van Vleuten na de finish.

Van Vleuten kwam juichend over de streep, ze dacht te winnen maar ze werd tweede bij de Olympische wegwedstrijd wielrennen.

De Oostenrijkse Anna Kiesenhofer was ruim een minuut eerder al gefinisht.

Wegens gebrek aan communicatie wist de Nederlandse favoriet niet hoeveel rensters er voorop lagen, ze dacht dat ze iedereen uit de vroege vlucht had teruggehaald.

Maar helaas.

Anna Kiesenhofer reed er nog voor.

Het meisje dat heeft gewonnen ken ik niet.

Dat zinnetje intrigeerde me. Op de finishfoto zag Anna Kiesenhofer er helemaal niet uit als een meisje. Kiesenhofer is 30 jaar oud, heeft een doctoraat in de wiskunde en werd drie jaar op rij Oostenrijks kampioene tijdrijden. Het hele podium bij de wegwedstrijd van de mannen was jonger dan ‘meisje’ Kiesenhofer. Ik vroeg me af hoe Van Vleuten de jongetjes Carapaz, Van Aert en Pogacar zou noemen.

Met taal kun je iets wat groot is klein maken en iets wat klein is, groot

Op vrijdag liep ik met Mark van Rhenen naar Driebergen-Zeist.

Er stond eigenlijk een spectaculaire trip gepland in onherbergzaam Noord-Zweden. Die ging niet door. In plaats van een trail boven de poolcirkel waar we met een helikopter naar de start moesten, werd het een loopje van station Rhenen naar station Driebergen-Zeist.

Met de trein is het 29 minuten van Rhenen naar Driebergen. De sprinter stopt onderweg in Veenendaal Centrum, Veenendaal West en Maarn.

In plaats van een klein ritje in een sprinter, maakten Mark en ik er een mooi avontuur van.

Hoewel, avontuur, is niet het goede woord. Het was geen onherbergzaam gebied waarin we konden verdwalen en we hoefden ook niet te overleven van planten en de jacht.

Het was een verrukkelijke loop in het groen.

Lang genoeg om voorbij het denken te komen.

Rustig genoeg om te genieten van reeën, buizerds, een boomklever en gedachteloze kilometers.

Het is één van de dingen die ik het liefste doe

Rennen. Ouwehoeren. Rennen. Zwijgen. Rennen. Beetje kijken.

Waarom is zo’n dagje zo fijn?

Al op Amsterdam Sloterdijk begon de voorpret. In de trein naar Rhenen, daar uitstappen en vier stations terugrennen.

31 kilometer rennen. Normaal verloopt zo’n lange loop in 3 fases. In begin zijn er nog ‘waan-van-de-dag-gedachtes’. In het middenstuk zijn de gedachtes niet gericht op dingen die moeten, maar de omgeving. En in het laatste deel komt de gedachteloosheid. Het voordeel van een evenement of een ander ren-uitstapje, is dat je de ‘waan-van-de-dag-gedachtes’ al kwijt bent vóór je begint.

Dus toen Mark en ik het station bij Rhenen uitliepen en rechtsaf sloegen langs de Nederrijn, genoten we van stromend water, een mooie kerk en het paadje dat ons het bos in bracht.

Smalle bospaadjes, grote kastanjebomen, koolzaad, bosmuizen, een dood molletje, buizerds, een bonte specht, ooievaars, klimmetjes, afdalingen met stronken, dicht bos, wijds uitzicht.

En aan het eind een terras in Zeist.

‘Cheers.’

‘Cheers, het was een mooie dag.’

‘Ja, schitterende route.’

‘Ik voel mijn benen wel.’

‘We zitten hier voorlopig prima, ik hoef nergens heen.’

‘Wie denk jij eigenlijk dat er morgen gaat winnen bij de vrouwen?’

‘Ik hoop Van Vleuten, na die val van haar vijf jaar geleden, gun ik het haar zo.’

Een onbekend meisje gooide echter roet in het eten.

Maar dat wisten we toen nog niet.

En we bestelden nog wat.

Over de auteur

Ademhaling is mijn favoriete onderwerp. Hardlopen en kou staan gedeeld tweede. Over deze onderwerpen schreef ik 10 boeken en ik leid ademcoaches en koucoaches op. Mijn favoriete ademhalingsoefening is anapana en run-dip-run is mijn favoriete training.

Koen de Jong