Bram Bakker loopt de Halve van Egmond: het valt zwaar
Als hardloper ben ik twee keer geboren.
De eerste keer was de meest ingrijpende: ik ontdekte iets dat me tot rust bracht, iets waarmee ik mijn altijd volle hoofd kon ontlasten en ook iets dat mijn stemming iedere keer weer een oppepper gaf. Dat gebeurde tijdens de talloze rondjes die ik door het Vondelpark rende, nog maar net aangekomen in Amsterdam en pas begonnen aan mijn studie.
De tweede geboorte was wat primitiever: de wil om er ook nog in uit te blinken, om anderen (en ook mezelf) te verslaan, om echt het maximale uit mijn lijf te persen. Dat gebeurde in mijn herinnering tijdens mijn deelnames aan de halve van Egmond, ergens in de jaren tachtig van de vorige eeuw. Er werd nog gestart met het stuk door de duinen, en de laatste kilometers gingen pas over het strand. Wanneer dat veranderd is weet ik niet precies. Ik herinner me een jaar dat ik probeerde in het spoor te blijven van cabaretier Dolf Jansen, die met een haarkleur die pijn aan mijn ogen deed nog lang in beeld bleef, ver voor me.
Ik liep vaak voor mijn doen heel goede tijden in Egmond, ik kon er dieper gaan dan elders.
Egmond werd synoniem met hardlopen als wedstrijdsport, voor mij dan

Bram Bakker in de duinen (niet in Egmond)
In 2018 blijkt het parkoers anders dan de laatste keer dat ik meedeed. We worden direct het strand op gestuurd, en doordat het rondje door het dorp eruit is, lopen we langer (en nog mooier) door het duingebied. Dit is het mooiste parcours dat ik gelopen heb in al die jaren. En ik loop slechter dan ooit, voor mijn gevoel. Ik heb te veel aan mijn hoofd gehad de afgelopen tijd, mijn aandacht ging naar het boek over mijn overleden jeugdvriend Gerrit, en naar het Depressiegala, de dag na de halve.
Meestal is mijn hoofd leeg na een paar kilometer rennen, maar deze keer krijg ik het hoofd niet leeg, er blijven gedachten over elkaar heen buitelen
En ik ervaar aan den lijve welk effect dat heeft op mijn tempo. Ik ga niet eens kapot, maar kom ook niet echt vooruit. In de trainingen loop ik dezelfde kilometertijden, maar dan met meer gemak. Ik berust en probeer niet terug te zakken in tempo. Dat lukt gelukkig nog wel. En laat ik ook niet vergeten dat dit een eerste voorzichtige test is in het traject naar de Comrades, over vijf maanden. Daar hoeft het ook helemaal niet hard te gaan, alleen heel lang…
In de laatste kilometers komt er gelukkig toch nog een beetje flow, en ik geniet tijdens de laatste klim op de Bloedweg van de aanmoedigingen van het publiek. Ik was hier nooit zo traag, maar ben ook minder stuk dan de voorgaande keren. En mijn hoofd is een stuk leger geworden, en mijn stemming opgeknapt.
Dankjewel Egmond!

Ik heb zelf gisteren de halve gelopen en ging stuk op het strand, km4 tm km7 waren echt zwaar. Heb daarna maar 1 ding in gedachten gehouden lage ademhaling en rustige hartslag en je loopt hem uit. Uiteindelijk mijn eerste halve marathon uitgelopen zonder te wandelen in een keurige 2:35. Maar zwaar was het 🙂