Stel je niet zo aan

Met drie vrienden fiets ik een rondje en ik vind het niet meer zo leuk.

Liefhebbers heet de app-groep van dit fietscluppie en ik associeer dat met ‘vogels kijken’. Maar het gaat me te hard. Mijn hartslag is hoog en mijn benen zijn leeg.

Na 50 kilometer ga ik naast Willard fietsen (dé Willard) en ik zeg dat het me zwaar valt.

‘Kunnen we iets zachter fietsen?’, mompel ik.

‘Hèh?’, antwoordt Willard.

‘Of we iets zachter kunnen fietsen’, zeg ik iets harder.

‘Stel je niet zo aan, man. Ik rij gewoon op mijn binnenblad.’

Ik zeg niets meer en probeer mijn voorwiel naast het wiel van Willard te houden. Na een kilometer hou ik het niet meer en ik laat me afzakken.

Als Willard me bijna helemaal voorbij is kijk ik naar zijn derailleur: 39×12. Ik laat mijn hoofd hangen.

De Beer uit Bussum neemt mijn plekkie in en ik fiets zwijgend naast Aimabele Jeugdvriend. Zijn bovenlijf schudt wat van links naar rechts: hij heeft het ook zwaar.

Fietsen in de winter

Een paar jaar geleden had ik er een hekel aan als de klok terug werd gezet. Vroeg donker, dus weinig tijd om te trainen. Nu ik niet alleen fiets, maar ook ben gaan hardlopen maakt de wintertijd me niet meer uit. Hardlopen kan altijd en overal. De laatste weken heb ik echter zoveel hard gelopen, dat ik nauwelijks heb gefietst.

En dat merk ik nu.

Deze mannen fietsen het hele jaar door. Zomer en winter: in het weekend stappen ze op de fiets. Of ze hard fietsen of rustig peddelen hangt niet zozeer af van de vorm van de dag of van het trainingsschema (wat moet je ermee?), maar meer van de avond ervoor.

Vandaag heeft Willard duidelijk een goede dag. De Beer uit Bussum heeft altijd een goede dag. En ik fiets zwijgend en hijgend op de tweede rij. Bij de brug over het Amsterdam Rijnkanaal moet ik even lossen en even overweeg ik om ze te laten gaan en in mijn uppie naar Amsterdam te fietsen. Na de afdaling van de brug sluit ik echter toch weer aan.

Verrassing

In Loenen aan de Vecht roept Aimabele Jeugdvriend ineens:

‘Wil, we zijn te ver. We moeten terug.’

Te ver?, denk ik bij mezelf. Als we nu de Vecht volgen rijden we gewoon richting Amsterdam. Maar Willard draait ook om en is duidelijk op zoek. Links, rechts, winkelstraatje.

‘Hier is het, jongens’, zegt Willard met een tevreden grijns en zijn fanatieke kop is verdwenen. Willard stapt af voor een restaurant een zet zijn fiets neer.

Mijn hart maakt een sprongetje: we gaan koffie drinken!

Een uur lang zitten we te ouwehoeren, koffie te drinken en we eten wat. Ik moet beslist vaker mee om te fietsen, goed voor mijn fietsconditie en goed voor mijn humeur.

Na de pauze geniet ik van het herfstzonnetje. Bij de Beer uit Bussum zie ik zweetdruppels op zijn voorhoofd. Het maakt me niet uit hoe hard we gaan, we zijn bijna in Amsterdam en het was een heerlijke middag.

Op een mooie winter.

Over de auteur

Ademhaling is mijn favoriete onderwerp. Hardlopen en kou staan gedeeld tweede. Over deze onderwerpen schreef ik 10 boeken en ik leid ademcoaches en koucoaches op. Mijn favoriete ademhalingsoefening is anapana en run-dip-run is mijn favoriete training.

Koen de Jong