Liggen in het gras

Liggen in het gras

Ik kijk naar een fluorescerend groen kruis aan de gevel. Het groene kruis verspringt naar de tijd: 15:05. Met de rug van mijn hand veeg ik een druppel zweet van mijn neus en ik zie een bordje: St. Cristina linksaf.

De tijd verspringt naar temperatuur. 44 graden.

Amai.

Het staat er echt.

44 graden Celcius

‘Hier links, mannen. We gaan bijna klimmen,’ Pieter v.d. M. klinkt opgewekt.

Willard T. kijkt met holle ogen omhoog. De eerste vijftig kilometer zat ie al niet makkelijk en nu draait ie met een mengeling van angst, vermoeidheid en chagrijn de col op.

St. Cristina.

Verscholen tussen de Gavia, de Stelvio en de Mortirolo klinkt St. Cristina als een inkomertje.

Voor mij is het de eerste klim van het jaar

Willard T. en Pieter v.d. M. waren vier dagen eerder met de auto naar de Italiaanse Alpen vertrokken. Lekker fietsen, ouwehoeren en rode wijn drinken. Ik had afspraken staan op maandag, dinsdag en woensdag en kon niet mee. Dit jaar moest ik een jaartje overslaan. Andere plannen, je kan niet alles hebben.

Tot Willard T. me vroeg of ik zin had om vanaf woensdag aan te haken. Een vlucht naar Verona was slechts € 47,00 euro en ze wilden me wel op komen halen. Ik had me voorgenomen om minder te vliegen. Maar het vlees is zwak, bergen zijn schitterend en het avontuur trekt. Dus vloog ik woensdagavond naar Verona om me drie dagen aan te sluiten bij Willard T. en Pieter v.d. M.

‘Heb je een hotel dichtbij het station,’ appte Willard T. toen ik op Schiphol zat te wachten.

‘Ik heb nog geen hotel,’ appte ik terug.

‘Maar je komt na twaalven aan in Verona, had je niet alvast kunnen boeken?’

‘Komt goed,’ app ik terug: ‘vast hotels genoeg in Verona.’

‘Als je morgenochtend je trein maar haalt. Om 11:00 uur pikken we je op bij Edolo.’

In het boemeltje naar Edolo denk ik terug aan onze trip twee jaar terug. Die trip begon ook in Verona en heeft Willard T. vijf jaar van zijn leven gekost.

Het zonnetje, het meer van Iseo, wijnvelden en mooie huizen tegen de bergwand: het is moeilijk voor te stellen dat het idyllische tafereel ook decor kan zijn voor noodweer en dreiging.

Ik boemel door.

Wijnvelden maken plaats voor rotswanden. De bergen worden hoger en af en toe zie ik al een plukkie sneeuw.

Mijn hart maakt geregeld een sprongetje.

We zijn er weer.

Willard T. en Pieter v.d. M. wachten me op bij Edolo en we rijden snel naar onze B&B.

Een uurtje later zitten we op de fiets.

Pieter v.d. M. heeft de route uitgestippeld.

‘Vandaag doen we rustig an Koen,’ zei de beer uit Bussum.

Ik dacht dat ie het meende.

Dus toen we na vijftig kilometer de St. Cristina opdraaiden, kwam ik zelfverzekerd uit mijn zadel en maakte tevreden mijn eerste klimkilometers van het jaar.

Maar het loopt niet.

Zweet prikt in mijn ogen en mijn bovenbenen lopen niet alleen vol met melkzuur maar ook met zwavelzuur

Na 11 kilometer klimmen – hoe lang is deze klim eigenlijk – gebeurt er iets dat ik nog nooit heb meegemaakt. Ik knijp in mijn remmen, leg mijn fiets in het gras en ga er zelf naast liggen. Met mijn rechterarm bescherm ik mijn ogen tegen de zon en ik denk dat het wel een mooi moment is voor een middagdutje. Pieter v.d. M. rijdt vermoedelijk minuten voor me en Willard T. kan ieder moment langskomen. Het vooruitzicht dat Willard T. hier langs komt fietsen en mij zou zien slapen in het gras, maakt dat ik me overeind hijs en mijn bidon pak.

Ik moet door.

Zwalkend vervolg ik mijn weg.

Dit inkomertje doet me vrezen voor de komende dagen. Als ik de St. Cristina al niet behoorlijk bovenkom, dan wordt de Stelvio helemaal een hel. Ik neem me voor om volgend jaar minder te lopen en meer te fietsen. Na een lange lijdensweg kom ik boven. Pieter v.d. M. lijkt niet moe, eerder verveeld.

‘Sjezus, wat een pokkeklim,’ hijg ik na.

‘Even rustig inkomen, morgen gaan we echt beginnen,’ zegt Pieter v.d. M. maar op zijn gezicht verschijnt de kwajongenste grijns die ik ooit heb gezien

Ik was ervan uit gegaan dat ik niet vooruit te branden was omdat ik niet goed was. Maar de gemene grijns van Pieter doet me wat anders vermoeden.

‘Hoe steil was dit eigenlijk?’ vraag ik.

‘Nergens meer dan 15,1%’

‘15%? Je maakt een geintje?’

Pieter v.d. M. pakt zijn mobiel en laat me het profiel zien van de laatste 6 kilometer met de tekst dat het steilste stuk 15,1% is.


De zon brandt op mijn gezicht en ik kijk naar mijn verzet, alsof ik nog niet weet dat 39×28 echt mijn lichtste verzet is.

Pieter v.d. M. slaat op mijn schouder: ‘Morgen doen we de Stelvio, dat is wat makkelijker.’

Willard T. komt even later boven. Zoutranden sieren zijn slapen. Hij is not amused. We vertrokken voor een rustig rondje en inmiddels is het rondje al twee keer langer en tien keer steiler dan Pieter v.d. M. had aangekondigd.

’s Avonds aan tafel zijn de heren pas weer eensgezind: rode wijn en goed vlees.

De twee dagen erna brandt de zon volop en we fietsen, ouwehoeren, lachen, vloeken, eten, drinken en ploffen voldaan op terrassen.

Al op dag twee vergeet ik dat ik dit jaar pas 600 kilometer gefietst heb en dat ik met haar op mijn benen op een twintig jaar oude fiets in rondte rij

Ik waan me Pantani in zijn beste dagen.

Op de Stelvio had iedereen een goede dag. Het was verrukkelijk.

Volgend jaar weer.

Toch, heren?

Deel dit artikel
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin

Nieuwsbrief
Wil je wekelijks het nieuwste blog, aankondiging van webinars, nieuwe interessante boeken en meer in je mailbox? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief.


Over de auteur

Koen de Jong (1979) loopt hard, fietst graag, ademt rustig en doucht koud. Hij is bedenker van het 100-dagen-sportrustenprogramma en geeft veel presentaties bij bedrijven.

Koen schreef de boeken Verademing (met Bram Bakker), Ik hardloper en De Hardlooprevolutie (met Stans van der Poel), Ik, de wielrenner (met Aart Vierhouten) en Koud kunstje (met Wim Hof). Zijn werk is in meerdere landen vertaald.

Zijn favoriete boek: Momo en de tijdspaarders.

Verder is hij dol op vers gemaaid gras, landkaarten, boekwinkels en ijsvogels.

6 reacties op "Liggen in het gras"