Na een dag zweten in de bergen voelt Nyon als een vreemde wereld

Na een dag zweten in de bergen voelt Nyon als een vreemde wereld

‘Where are you from?’ de Fransman in smetteloos wit shirt van Lacoste, knikt naar mijn fiets.

‘From Amsterdam,’ antwoord ik en ik voeg eraan toe dat ik nu 8 dagen onderweg ben.

Hij fluit kort en hoog: ‘Chapeau.’

Ik neem een slok koffie en wacht. Vaak stelt iemand een vraag niet omdat hij iets wil weten, maar omdat hij iets wil vertellen.

Daar hoop ik op. Dat hij een mooi verhaal gaat vertellen.

‘Once, I walked from here to Santiago de Compostella,’ zegt de Fransman en hij lacht. Dan vertelt hij een verhaal over blaren, vrouwen, verdwalen, honger en zijn dochter.

Terwijl de Fransman praat over verdwalen, denk ik aan gister.

In de ochtend fietste ik om 7:00 uur weg uit Belfort. Vóór ontbijt. Vóór een kop koffie. Na een uurtje fietsen plof ik wel ergens op een terras voor koffie en een croissant. Om 8:00 uur is in elk Frans dorp wel een café of een bakker open.

Dacht ik.

De eerste dag nadat W. was vertrokken ging nog soepel. Van Aydoilles over de eerste échte col (Balon d’Alsace) naar Belfort. In de stad met 50.000 inwoners boekte ik voor het eerst een hotel via Booking.com en het was allemaal zo gepiept.

Maar van Belfort naar het zuiden liep het anders.

In ieder dorp waar ik naar de kerk fietste (kerk-plein-café-koffie) kwam ik bedrogen uit. Wél een kerk, verder niks.

Pas na 12 dorpen en 76 kilometer was het raak: koffie en ontbijt.

De route was schitterend en mijn fysiek deed goed mee, dus mijn humeur was nog prima. Na een koffie, een croissant, een hand nootjes en wat gedroogde abrikozen ga ik met 2 gevulde bidons weer op pad.

Kilometers achter mekaar fiets ik voorbij het denken. Niet praten, niet denken aan de volgende stop. Nú en trappen. Meer is er niet. Behalve geregeld een mooi uitzicht of een spectaculaire roofvogel.

Komoot navigeert me langs rustige D-wegen tot ik ineens een drukke weg opdraai.

Grote vrachtwagens.

4 banen.

Ik heb nergens een bord gezien dat ik hier niet mag fietsen, maar dit voelt niet goed. Rechts van de weg staan 2 agenten.

‘C’est possible avec mon velo,’ vraag ik en ik wijs eerst naar mijn fiets en dan naar de weg voor ons.

‘Oui. Oui.’ zegt de agent en hij gebaart dat ik achter een vrachtwagen moet gaan staan.

Als de vrachtwagen doorrijdt zie ik een grenspost. Bij de post staan vier agenten en ze geven aan dat ik gewoon door mag fietsen. Welkom in Zwitserland!

Vrij snel na de grenspost sla ik linksaf een rustige weg in. Ik klim en iedere kilometer zie ik meer zweetdruppels op mijn armen. Het is een serieuze klim. Boven staat een bord: Mont d’Orzières en er is een mooi plekkie waar ze cola verkopen. Ik ga zitten, bestel een cola en neem hand noten.

Nu ik zit, voel ik hoe moe ik ben.

Volgens Komoot heb ik 138 kilometer gefietst. Het is wel mooi geweest voor vandaag. Dus ik open de app van Booking.com om slaapplekken te zoeken in de buurt. Geen netwerk.

Nah, ja. Geen probleem. Ik daal zo af naar een meer, daar zijn vast ook hotels.

Inderdaad.

Bij het meer zijn genoeg hotels. Ik doe mijn mondkapje op en stap een hotel binnen. De dame bij de receptie kijkt me verschrikt aan en zegt dan gehaast dat er geen kamers meer vrij zijn.

Een tikkie teleurgesteld loop ik naar buiten. Op weg naar de uitgang zie ik niemand met een mondkapje op. Blijkbaar hoeft dat in Zwitserland niet.

In het dorp zijn nog twee hotels. Allebei vol.

Mijn telefoon heeft nog steeds geen bereik, dus ik fiets gewoon door naar het zuiden. Er komen genoeg dorpen aan en dit is een toeristische hoek.

15 kilometer verder. Weer een dorp. Met twee hotels. Allebei vol.

Weer 7 kilometer verder. 1 hotel.  Vol.

Nog eens 12 kilometer verder. Drie hotels. Vol.

Weer booking.com proberen. Niks.

Na 188 kilometer stap ik mijn elfde hotel binnen. Weer geen plek, maar de man bij de receptie lacht me toe: In Nyon zijn genoeg hotels.

Ik vraag hoe ver Nyon nog is.

12 kilometer.

Het liefst stap ik onder een douche en bestel daarna een biertje. Maar 12 kilometer moet nog lukken.

Nyon blijkt een stad met chique. Vrouwen in mooie jurken, mannen met dure zonnebrillen en horloges. Na een dag zweten in de bergen, voelt Nyon als een vreemde wereld.

Terrassen vol mensen.

Veel auto’s (Porsche, Jaguar, Tesla, Masserati).

Ik voel me als die vent uit Titanic die per abuis aan tafel belandt bij de chique 1ste-klassers.

200 kilometer op de teller. Bijna 10 uur op de fiets gezeten. 3000 hoogtemeters.

Ik wil een douche, wat eten en een bed.

Het zal wel een dure grap worden.

Zonder op de prijslijst te kijken stap ik een hotel binnen op een middeleeuws plein.

Of er plek is? De vrouw van het hotel kijkt me aan of ik gek ben. Natuurlijk niet. Het is zomer. Het is vakantie. Zonder reservering is er geen plek. Wellicht in Genève, 22 kilometer verderop.

Ik weet niet hoe ik keek na dit nieuws, maar de vrouw kreeg medelijden. Of ze iets voor me kon doen. Ik leg uit dat ik 200 kilometer gefietst heb, dat ik al 60 kilometer een hotel zoek, dat ik moe ben.

Ze kijkt me moederlijk aan. Of ik er bezwaar tegen heb, als ik geen eigen douche heb?

‘Nee, dat geeft niks,’ zeg ik snel en ik krijg hoop.

In de toren van het hotel wordt een kleine kamer gereed gemaakt waar alleen een bed in past. Twee verdiepingen lager kan ik douchen. Of wil ik soms eerst wat drinken? Nee, eerst douchen is fijn.

Een half uur later zit ik met een spijkerbroek en (gekreukte) blouse aan tafel. Lasagne komt eraan en een wijntje.

Mijn telefoon met slecht nieuws appjes uit de Alpen, zie ik niet. Mijn telefoon ligt in het torentje.

Ik geniet van het eten.

‘Monsieur, vous voulez un café,’ de man heeft zijn verhaal over compostella verteld en mijn gedachten aan gister ploffen weg.

Nog een koffie hoeft niet. Ik bedank en stap weer op mijn fiets. Vanuit Nyon ben ik laat vertrokken en vandaag ga ik niet zover. Maar ik wil vroeg in Villy-le-Pelloux zijn om te kunnen bellen over de aangepaste plannen.

‘Au revoir,’ zeg ik.

‘Bonne route!’

Deel dit artikel
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin

Nieuwsbrief
Wil je wekelijks het nieuwste blog, aankondiging van webinars, nieuwe interessante boeken en meer in je mailbox? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief.


Over de auteur

Koen de Jong (1979) loopt hard, fietst graag, ademt rustig en doucht koud. Hij is bedenker van het 100-dagen-sportrustenprogramma en geeft veel presentaties bij bedrijven.

Koen schreef de boeken Verademing (met Bram Bakker), Ik hardloper en De Hardlooprevolutie (met Stans van der Poel), Kopwerk (met Aart Vierhouten) en Koud kunstje (met Wim Hof). Zijn werk is in meerdere landen vertaald.

Zijn favoriete boek: Momo en de tijdspaarders.

Verder is hij dol op vers gemaaid gras, landkaarten, boekwinkels en ijsvogels.

11 reacties op "Na een dag zweten in de bergen voelt Nyon als een vreemde wereld"

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.