3 tips om minder te piekeren

3 tips om minder te piekeren

S. schuift de gordijnen opzij en kijkt uit over Kitka Lake, het grootste meer van Europa.

Ze is in Finland om bij te tanken. Ze trekt een joggingbroek en een dikke kabeltrui aan en stapt in haar boots om naar de schuur te lopen voor 8 blokken hout om de sauna op te warmen. Ze hakt twee grote blokken in vier kleinere stukken en wandelt terug naar haar blokhut.

Aapo heeft haar gisteren geleerd hoe je eenvoudig een vuurtje aan kunt maken. Wat kleine houtjes op een kluitje en dan links en rechts een groter blok. Daaroverheen plaats je dan – precies boven de kleine houtjes – blok nummer drie. S. legt de grote blokken neer als een A en het vuur laait snel op. Het komende uur moet ze drie keer wat hout bijvoeren om de sauna op te stoken naar 80 graden Celsius.

Tijdens dit uur herleest S. haar favoriete kinderboek Kruistocht in spijkerbroek en drinkt ze een kop thee.

Af en toe kijkt ze op van haar boek en staart ze uit het raam. Het weidse uitzicht met water, wilde zwanen en een prachtig wolkendek ziet ze niet.

Ze piekert.

Ze maakt zich zorgen over geld.

Over haar gezondheid.

Over haar zoon.

Over haar toekomst.

De zorgen ploppen zonder aankondiging op in haar brein.

Het piekeren is niet van lange duur. Na een paar minuten staat ze op om de temperatuur van de sauna te checken.

50 graden Celsius. Dat gaat de goede kant op.

Een halfuur later is de sauna op temperatuur.

S. gaat er drie keer een kwartiertje in en dompelt tussendoor in het ijskoude meer. Nu ziet ze de wilde zwanen wel.

Na dit ritueel voelt ze zich verkwikt en gaat ontbijten in de Taiga School.

S. blijft net zo lang in Finland als ze zelf wil. Tot haar gepieker en angsten zijn weg geëbd.

S. bestaat echt. Haar piekeren is echt. Haar angsten zijn echt. Maar dat ze in Finland zit, is een verzinsel

In werkelijkheid is S. met haar gepieker bij een grote instelling terecht gekomen. Daar gaat ze één keer per week een uurtje praten. Ze praat met een bevlogen psychologe over haar zorgen.

In een ruimte zonder daglicht.

S. krijgt tools en huiswerkopdrachten mee van de 25-jarige psychologe.

Denken staat daarbij centraal. S. is hoogopgeleid en de psychologe is hoogopgeleid.

Het piekeren van S. zit in haar hoofd, dus S. duikt met haar psychologe in het hoofd om de piekerproblemen op te lossen.

Na twee maanden heeft S. veel geleerd over piekeren. Ze heeft boeken over piekeren gelezen en haar psychologe heeft haar interessante dingen geleerd over angst, haar amygdala en het zoogdierenbrein.

Maar S. piekert nog steeds.

Ik gun haar een onbepaalde tijd in Finland om uit haar hoofd te komen.

Maar ja, dat gaat niet.

Gezin.

Werk.

Mantelzorg.

Toch zou hulp uit een andere hoek welkom zijn

Want een probleem van het hoofd (gedachten < > piekeren) oplossen mét dat hoofd (gedachten < > stoppen met piekeren) klinkt wat onlogisch.

Alsof we de opwarming van de aarde proberen op te lossen door onze koelkast open te zetten.

Wat kun je proberen om je piekerbrein te temmen?

Hier 3 tips waar je vandaag mee kunt beginnen (of stoppen)

1. Stop met het lezen van blogs en boeken over stress en piekeren. Het brein kent nog vele geheimen en wonderen waar we weinig van weten, maar één ding weten we wel: wat je aandacht geeft groeit. Je brein maakt geen onderscheid tussen angst waar een reëel gevaar tegenover staat of een angst die enkel in je hoofd zit. Piekeren en angst schuren dicht tegen mekaar en lezen en praten over angst en piekeren, voedt de angst. Dus je kunt beter een goed kinderboek lezen dan deze blog.

2. Doe activiteiten waarbij het denken vanzelf stopt. Als het denken stopt, kan het ook niet piekeren. En als je minder piekert, slaat je brein minder snel aan op piekeren in de toekomst. Dus alle tijd die je besteed aan activiteiten waarbij je niet piekert zijn goud waard. Eenvoudige taken zijn zware fysieke inspanningen zoals sporten, een ijsbad of tillen, sjouwen, traplopen etc. Ook tuinieren, schilderen, tekenen, zingen, dansen en een instrument bespelen scoren hoog op de ‘niet-denken-activiteiten’.

3. Piekeren is prima. Daar hoef je helemaal niet vanaf. Als je piekert, realiseer je dan wel: je bent niet je gepieker. Er plopt een gedachte in je brein, maar je hoeft daar niet met je hele hebben en houden in mee te gaan. Dus als een deel van je piekert, maar een ander deel observeert bijvoorbeeld je ademhaling, dan is het piekeren al wat minder sterk.

In de reacties op dit blog zou ik het mooi vinden als je jouw favoriete kinderboek met me deelt. (Alleen je favoriete kinderboek, geen tips over piekeren 😃).

Deel dit artikel
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin

Nieuwsbrief
Wil je wekelijks het nieuwste blog, aankondiging van webinars, nieuwe interessante boeken en meer in je mailbox? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief.


Over de auteur

Koen de Jong (1979) loopt hard, fietst graag, ademt rustig en doucht koud. Hij is bedenker van het 100-dagen-sportrustenprogramma en geeft veel presentaties bij bedrijven.

Koen schreef de boeken Verademing (met Bram Bakker), Ik hardloper en De Hardlooprevolutie (met Stans van der Poel), Ik, de wielrenner (met Aart Vierhouten) en Koud kunstje (met Wim Hof). Zijn werk is in meerdere landen vertaald.

Zijn favoriete boek: Momo en de tijdspaarders.

Verder is hij dol op vers gemaaid gras, landkaarten, boekwinkels en ijsvogels.

110 reacties op "3 tips om minder te piekeren"

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.