Forensen op de fiets

Forensen op de fiets

Altijd 30 km/uur gemiddeld

In het boek Ik, de wielrenner schrijven Aart Vierhouten en ik over de voordelen van rustige trainingen. Vierhouten merkte tijdens het schrijven grappend op dat er een groot verschil is tussen profwielrenners en liefhebbers; profs trainen alleen voor wedstrijden, en liefhebbers rijden áltijd wedstrijden. Hiermee doelde Vierhouten op de drang van fietsers om altijd hard te fietsen.

Ik herken me er wel in. Toen ik in 2003 stopte met koersen deed ik eerst een halfjaar niets. Na hevig protest van mijn hart (als ik bed lag leek het wel een eekhoorntje dat eruit wilde) en van mijn brein (niet bepaald blijmoedig) stapte ik weer op de fiets. Omdat ik geen wedstrijden meer reed stelde ik mij tot doel om altijd 30 km/uur gemiddeld te rijden. Dat was soms nog best lastig, ik woonde midden in Amsterdam dus na 10 kilometer was mijn gemiddelde door toeristen en stoplichten altijd lager dan 25 km/uur. Dit maakte ik op dijken en rechte wegen dan goed door hard door te trappen. Na een halfjaar was de eekhoorn tot rust gekomen en mijn brein had het wel weer goed, maar toen stokte de progressie.

6. Vogels kijken wielrennen en hardloper

Vogels kijken

Ik haalde de oude trainingsschema’s uit een schoenendoos  en kwam tot een conclusie; ik moet weer een basis leggen met rustige duurtrainingen. Hartslagmeter om en simpelweg niet boven de 140. Deze training noemden we vogels kijken. En dat was letterlijk. Geen kilometerteller maar met een licht verzet rustig fietsen. Zo rustig dat je verstopte ijsvogels en lepelaars kon zien. Dat leek eenvoudig, maar na één brommer of een groepje wielrenners was mijn hartslag snel weer boven de 160. Ik wist dat een rustige training me goed zou doen, maar mijn ego oppoetsen op de korte termijn won het altijd van het logische verstand. Zo was ik na een maand nog nooit een hele training onder de 140 gebleven. Tot ik ging forensen.

Amsterdam – Nederhorst den Berg

Toen het sportrusten-hoofdkwartier verhuisde naar Nederhorst den Berg kon ik mooi op de fiets van Amsterdam naar Nederhorst. 35 kilometer heen en 35 kilometer terug. Zo werd fietsen geen doel, maar een middel om op werk (voor zover je het werk kan noemen) of thuis te komen. En sindsdien is het makkelijk om lekker rustig te fietsen. Ik moet immers toch naar mijn werk en als ik ingehaald wordt voel ik me geen wielrenner, maar forens. Zo kom ik ook prima aan 3 x in de week sporten. En af en toe kan ik zo 150 kilometer vogels kijken. Zoals bij bovenstaand kaartje. In Ouddorp gaf ik een lezing over ademhaling en hardlopen. Heen kon ik mooi meerijden met iemand, ik fietste terug. Een fraaie tocht en ik heb forensen mooi kunnen combineren met (heel veel) vogels kijken.

Heb jij ook een truc bedacht om de training ‘vogels kijken’ aangenaam te maken? Ik hoor het graag,

 

Deel dit artikel
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin

Nieuwsbrief
Wil je wekelijks het nieuwste blog, aankondiging van webinars, nieuwe interessante boeken en meer in je mailbox? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief.


Over de auteur

Koen de Jong (1979) loopt hard, fietst graag, ademt rustig en doucht koud. Hij is bedenker van het 100-dagen-sportrustenprogramma en geeft veel presentaties bij bedrijven.

Koen schreef de boeken Verademing (met Bram Bakker), Ik hardloper en De Hardlooprevolutie (met Stans van der Poel), Ik, de wielrenner (met Aart Vierhouten) en Koud kunstje (met Wim Hof). Zijn werk is in meerdere landen vertaald.

Zijn favoriete boek: Momo en de tijdspaarders.

Verder is hij dol op vers gemaaid gras, landkaarten, boekwinkels en ijsvogels.

4 reacties op "Forensen op de fiets"

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.