De saaiste ademhalingsoefening die er is: waarom wil je die doen?

Ademkracht van Giel Beelen was weer spectaculair.

Roy Martina, Lars Faber, Steven Zwerink, Kasper van der Meulen, Marcel Hof. Tijdens deze week had Giel weer een heel blik aan interessante sprekers opengetrokken en de sessies waren spectaculair. Heftige ademhalingsoefeningen met drukpunten, sjamanentrommels, begeleide adempauzes en achtergrond over fysiologie.

Smullen geblazen.

Eind juli stuurde Giel een appje.

3 maanden: tijd genoeg om een spectaculaire oefening voor te bereiden

Maar ik deed geen spectaculaire oefening. Ik deed de oefening die me het meest dierbaar is. En dat is – eerlijk is eerlijk – de allersaaiste oefening die er bestaat.

De instructie is eenvoudig.

Observeer je ademhaling in de denkbeeldige driehoek die begint tussen je ogen en je neusvleugels bestrijkt en het gebied boven je bovenlip. De driehoek bakent het gebied af waar je aandacht is. Je ademt in door je neus, je ademt uit door je neus en je observeert je ademhaling in dat gebied.

Je hoeft niet te tellen, niet te sturen, je voelt geen tintelingen, je pijnappelklier houdt zich koest en het is maar de vraag of deze oefening je hartslag en je hartslagvariabiliteit beïnvloedt.

Waarom dan deze oefening?

De observatieoefening is mijn lievelingetje. Reken maar dat ik ook veel spektakel heb meegemaakt met de oefeningen van Faber en Martina; toch doe ik de observatieoefening het meest. Vier keer per week een uur op het clubhuis en ook thuis doe ik hem graag.

Door deze oefening ben ik Sportrusten gestart, de oefening is de basis van mijn persoonlijke records op de marathon en de oefening helpt mee met opvoeden, boeken schrijven, gezond eten en overvloedig te leven. Dat merk ik overigens pas achteraf op, het is nooit het doel geweest van de oefening.

De instructie is bedrieglijk eenvoudig, de effecten op lange termijn spectaculair. Je traint namelijk de waarnemer in jezelf en dat raakt aan alles. Twintig jaar geleden leerde ik deze oefening van meditatieleraar S. N. Goenka en na tien minuten dacht ik: dit is niks voor mij, ik kan dit niet. Het lukte nog geen twintig seconden om met mijn aandacht bij mijn ademhaling te blijven. Al snel drong zich een gedachte op en de gedachte nam de boel over. Het laatste waar mijn aandacht naartoe ging, was mijn ademhaling in de denkbeeldige driehoek.

Ik kan dit niet. Normaal is zo’n gedachte een punt dat je afhaakt maar nu is dat anders. De gedachte ik kan dit niet, is het krachtigste moment van de oefening. Want als je opmerkt dat je niet met aandacht bij de oefening kan blijven omdat er zoveel gedachtes zijn, leer je iets fascinerends. Er zijn gedachtes maar er is blijkbaar ook een waarnemer die dat kan observeren. Ga je vervolgens terug naar de driehoek, dan oefen je iets wat je in leven nog nooit hebt geoefend: je traint de waarnemer en gaat niet mee in je gedachten. Je observeert sensaties op je lichaam in plaats van je intellect. Dat is andere koek dan de basisschool, waar je juist getraind wordt op denken, denken en denken. Wie wil huppelen in de klas moet weer gaan zitten en wie het goede antwoord geeft op 8 x 7 krijgt een sticker in zijn schrift.

Denken is prachtig, maar niet als het aan het roer staat. Al helemaal niet als gedachtes negatief zijn.

Voorbeeld. Twintig jaar geleden wilde ik voor mezelf beginnen. Intuïtief voelde ik heel sterk: ik wil iets met ademhaling voor hardlopers en wielrenners. Maar na deze sterke wens, doken gedachtes over mekaar heen: dit is geen goed moment want nu is het heel druk bij de praktijk waar ik nu zit, ik ben geen ondernemer, ik heb geen geld voor apparatuur, als ik geen klanten krijg kan ik de huur niet betalen, wie ben ik nou helemaal zonder medische opleiding. Allemaal gedachtes die er bij mekaar voor zorgden dat ik niet voor mezelf begon. Tot ik de observatieoefening leerde kennen. Ik nam niet langer alle gedachtes voor waar aan. Dat wil niet zeggen dat ik ze negeerde, ik ging ze onderzoeken. Zo liet ik mijn gedachtes niet beslissen maar ging ik in gesprek met mensen; onder andere mensen die ervaring hadden met ondernemen en alles wat erbij kwam kijken.

Zo reageerde ik niet primair op negatieve gedachtes, maar ik gebruikte ze om te onderzoeken wat wel kon. Vijf maanden later was ik voor mezelf begonnen.

Je bent niet je gedachtes

Het is een zin die in elk meditatieboek tegenkomt. Het klinkt wel logisch maar als je het gaat leven, verandert het alles. En het begint met de observatieoefening.

Alsof dit niet genoeg is, geeft de oefening nog een extra bonus. Je tijd dijt uit. In plaats van haast, ervaar je zeeën van tijd. Simpelweg omdat je niet de hele dag in je hoofd zit met wat er nog komt. Je ervaart eindeloos veel momenten van nu en dat geeft een radicaal andere tijdsbeleving.

Een derde groot voordeel is dat je de oefening altijd en overal kunt doen. Iemand anders merkt überhaupt niet op dat je een oefening doet. Errug fijn om zo’n oefening achter de hand te hebben. Dan hoef je tijdens een saai of ingewikkeld gesprek niet weg te dromen over hardlopen in het groen of een heftige ademhalingsoefening op een mat. Je kunt ter plekke met aandacht bij je ademhaling (en je gesprekspartner) blijven.

Genoeg reden om de dag te beginnen met de observatieoefening.

Kun je ’s avonds alsnog met het heftige werk aan de slag 😉

Over de auteur

Ademhaling is mijn favoriete onderwerp. Hardlopen en kou staan gedeeld tweede. Over deze onderwerpen schreef ik 10 boeken en ik leid ademcoaches en koucoaches op. Mijn favoriete ademhalingsoefening is anapana en run-dip-run is mijn favoriete training.

Koen de Jong