Wat doen we jongeren aan?
Arend Lunenborg gaat met een programma langs scholen. We hebben samen een programma ontwikkeld om jonge studenten wegwijs te maken met ademhalingsoefeningen.
Aanvankelijk was ik niet erg enthousiast.
Welke student zit er nu te wachten op ademhalingsoefeningen?
Van mijn eigen middelbare schooltijd herinner ik me vooral dat ik mijn best deed om zo min mogelijk naar de leraren te luisteren. Na de middelbare school strandde mijn opleiding. Het idee dat er docenten zijn naar wie leerlingen wél luisteren, kwam me wereldvreemd voor. Gelukkig bewijst Arend het tegendeel. Zijn studenten doen ademhalingsoefeningen én ontdekken de kracht van een koude douche.
Dat het betekenisvol is om jongeren tussen 14 en 24 kennis te laten maken met ademhalingsoefeningen, is nogal een understatement.
Het is eigenlijk volstrekt bezopen wat we onze kinderen aandoen
Aan de ene kant zien we de gevolgen van zitten, stressen en teveel eten en aan de andere kant blijven we jongeren depressies injagen. Ga maar na: overgewicht, diabetes, depressie en burn-out zijn een direct gevolg van een zittend leven met veel druk en ongezond eten.
Als we dat weten, lijkt het een open deur om onze kinderen vooral te leren om te bewegen, niet teveel te piekeren en gezond te eten.
Maar wat doen we? We zetten onze kinderen uren op een stoel (zitten) omdat het belangrijk is om een diploma te halen (piekeren) en tussen de middag is het makkelijker om RedBull te krijgen en een roze koek, dan een verse salade met mozzarella en een tomaatje.
Lunenborg zegt: dat moet anders.
We moeten studenten niet alleen boekenwijsheid meegeven, maar ook kennis via oefeningen en ervaring. En dan vooral kennis om stress om te buigen én energie te krijgen.
Kennis vergaren is een feestje, maar het is een vreemde boodschap om meer nadruk te leggen op een diploma dan op een goed gemoed en een gezond lijf. First things first, zou je denken.
Bioloog en schrijfster Catherine Raven promoveerde in de biologie en keek met verbazing naar zichzelf en haar mede-studenten. In haar boek Vos en ik schrijft ze dat ze in haar studententijd geregeld bloedende plekken op haar hoofd had. Plekken die ze zelf had opengekrabd. Daarover schrijft ze:
Op de universiteit liepen veel nerveuze mensen rond, en niet alleen studenten. De hebbelijkheden en de habitat van het moderne leven zijn simpelweg evolutionair niet stabiel. Metaal en plastic. Elektrisch licht dat de sterren wegstraalt. Hoogbouw die de zon en de maan in de weg staat. Claxonnerende auto’s en overal gepingel, gepiep en gezoem tot we niet eens meer een espenblad horen trillen. Denk eens aan alle veranderingen die onze soort de afgelopen paar duizend jaar voorbij heeft zien komen. Te veel. Te snel.
Je moest wel gek zijn om niet nerveus te zijn. Misschien was ik de enige in die universiteitsstad met bloed in haar haar, maar ik was niet de enige met spanningen die werden veroorzaakt door moderne hebbelijkheden en habitats die niet evolutionair stabiel waren. Vul een aula met universitair docenten en studenten en trek ze in groepjes naar buiten: degenen die verslaafd waren aan eten, tabak, afslankpillen, bier, marihuana, seks, antidepressiva; degenen die dwangmatig aan hun haar friemelden of aan hun gezicht pulkten of in hun armen sneden. De eeuwige afspraken bij de psychiater, de zelfmoordpogingen, het bingewatchen. Ik was er dan misschien niet beter aan toe dan zij, maar zeker niet slechter.
Bingewatchen en antidepressiva is onder studenten vanzelfsprekender dan ademhalingsoefeningen en koud douchen
En dat terwijl ze alle kennis over ademhaling en koud douchen letterlijk op zak hebben. Alleen spreekt een video over een kokosnoot* meer aan, dan een video over ademhalingsoefeningen.
Hoe mooi zou het zijn als studenten samen met een mentor oefeningen gaan doen. En dan bespreken welke oefening saai en irritant is en welke oefening lekker is en goed voelt. Een (ontspannen) mentor en wat oefeningen: meer heb je niet nodig om met je eigen lijf als kompas te ontdekken hoe je kunt ontspannen.
Ideaal als je ’s avonds naar het plafond ligt te staren en op automatische piloot nog een keer je telefoon pakt om door je apps te scrollen.
‘En? Hoe pakken de leerlingen het op?’ Ik vreesde dat leerlingen de video’s en het programma links lieten liggen.
‘Góéd!’ antwoordt Arend enthousiast. ‘Dit is precies wat mijn studenten nodig hebben. Zeker in deze tijd.’
Verrek, het werkt echt.
Ode aan de student. Ode aan ademhalingsoefeningen.
Wil je Arend mailen om met je eigen klas aan de gang te gaan? Klik hier.
* Wil je weten waar je zoon of dochter naar kijkt? Voilà :

Uitproberen of het ook werkt in jouw klas, groep, is een eerste stap. Zou zo prachtig mooi zijn want niemand wordt er slechter van, alleen beter. Heel mooi Arend dat jij die stap hebt genomen en dat het zoden aan de dijk zet.