8 uur slaap: is dat écht nodig?

8 uur slaap: is dat écht nodig?

4:55.

De wekker gaat.

Ik kan er niet bij.

Om hem uit te zetten moet ik mijn bed uit.

Eenmaal naast mijn bed, sleep ik mezelf naar de keuken om mijn telefoon te pakken.

Whatsapp is normaal niet het eerste waar ik aan denk als ik wakker word, maar nu wil ik een appje sturen naar de overige leden (68!) van de app-groep: 5 uur op. Yeah!

Even overweeg ik om na het appje terug mijn bed in te gaan.

Maar ik zie het uitgeprinte lijstje op de koelkast hangen:

Ik doe een keukenkastje open, pak een glas en draai de kraan open.

Ik drink en kijk naar de ovenklok: 5:01.

Gisteravond in bed zag ik de wekker verspringen van 01:00 naar 01:01.

Ik heb niet meer dan vier uur geslapen

Het was een heerlijke zomeravond.

In Hilversum bestelden mannen in korte broeken witte biertjes op het terras.

Met Aart Vierhouten zat ik op het terras van café ’t Tolhuis. Aart bestelde een Duvel. Aart is het type met wie je op een avond over gedoe in je huwelijk praat én over Chris Froome én over een nieuw boek én over ayahuasca én over onze ouders én over het verschil tussen Westmalle Triple en Karmeliet én over ademhalingsoefeningen voor kinderen én over plannen smeden in een houten boshut én over nieuwe schoenen én over avonturen van 20 jaar geleden.

Dan lig je dus niet vroeg in bed.

En vandaag is 1 juni en begin ik met 30 dagen om 5:00 uur opstaan.

Ook de nacht van 29 op 30 mei heb ik slechts vier geslapen, omdat ik ’s avonds – na een mooie cursus over ademhaling – vanuit Zwolle moest komen en het wat tegen zat met de trein. Ook toen lag ik er om 1:00 uur in en had ik de wekker alvast om 5:00 uur gezet met oog op mijn voornemen om dat de hele maand juni te doen.

Acht uur in twee nachten: ik weet dat ze dat niet bedoelen met acht uur slaap

Mijn redering was simpel. Wil ik een maand vroeg opstaan dan moet ik ’s avonds wel moe zijn, anders ga ik niet vroeg naar bed.

Want hoewel ik de avond heerlijk vind, is vroeg opstaan ook verrukkelijk. Ochtenden zijn me dierbaarder dan avonden.

’s Avonds na een dag werken, mensen ontmoeten en spelen met mijn zoon doe ik niet veel meer dan hangen op de bank en lezen.

Of – als ik een vermoeiende dag heb gehad – hangen op de bank met mijn telefoon.

Of – als ik een vermoeiende dag heb gehad met vervelende gesprekken – hangen op de bank met Clash Royale.

Heb ik echter de ochtend voor mezelf en ik ga mediteren, schrijven en wat plannetjes voor de dag noteren, dan heb ik daar de hele dag lol van.

Dus ik sta als het even kan vroeg op: rond een uur of vijf.

Maar: normaal sta ik vroeg op als ik vroeg naar bed ben gegaan. Ik zet mijn wekker altijd sowieso zeven uur nadat ik naar bed ga (als ik dat nog haal). Dus als ik om 01:00 uur in bed lig zet ik de wekker nevernooit om 5:00 uur.

Gevolg: ik ben de volgende avond om 21:30 echt niet moe en wil nog wat aan mijn avond hebben.

Dus dat vroege opstaan hou ik nooit weken achter elkaar vol.

Tot nu.

Want in juni zet ik gewoon iedere dag de wekker om 4:55 en dan stap ik uit bed, ook als ik er pas om 1:00 uur in lig

Op het schoolplein trekt een moeder haar wenkbrauw op als ze hoort hoe lang ik de afgelopen nacht geslapen heb. We wachten tot ons kroost naar buiten sprint en ze betrapt me op een gaap. Moe? vroeg ze, waarna ik van mijn vroege ochtenden en late avonden vertelde.

Jij wéét toch dat een goed herstel belangrijk is. Acht uur slaap is zó belangrijk.

Toen werd ik besprongen door mijn zoon en bloedde het gesprek dood.

Als ’s avonds om 22:00 uur mijn zoon al dik een uur slaapt, ben ik ook rijp voor mijn bed.

Met een voldaan, tevreden gevoel. Niet met het idee dat ik wat mis als ik vroeg ga slapen.

Ik zet opnieuw de wekker om 4:55 uur.

Zeven uur slaap. Uitstekend. Denk ik.

Jij wéét toch dat een goed herstel belangrijk is. Acht uur slaap is zó belangrijk – hoor ik de moeder op het schoolplein nog zeggen.

Waar komt die acht uur slaap eigenlijk vandaan?

Dat acht uur slaap goed is voor een mens hoor ik wel vaker, maar dat het voor iedereen altijd nodig is, lijkt me de grootst mogelijke kul. Tuurlijk moet je voldoende slapen. Maar soms is dat zes uur, soms is dat acht uur en soms is dat tien uur.

Het bestaat niet dat het aantal uur slaap dat je nodig hebt altijd gelijk is.

Er zijn dagen (niet veel) dat ik 100 kilometer fiets en daarna vijf bier drink op een terras en dineer met bitterballen, loempia’s, brood met aioli en (iets later) tiramisu. Als ik dan om 23:00 uur ga slapen heb ik om 7:00 uur acht uur geslapen maar ben ik verre van fit.

Er zijn ook dagen dat ik 5 kilometer vogels kijk, daarna een boek lees met een kop thee en dineer met sperziebonen, avocado, tomaat, linzen en ei. Als ik dan ’s avonds een uur ga mediteren en ik ga om 23:00 uur slapen, ben ik om 5:00 uur al topfit.

Duh.

De hele afgelopen week ben ik om 4:55 opgestaan en met mij aardig wat anderen: in de app-groep lees ik iedere ochtend 50 x goedemorgen rond de klok van 5:00 uur.

En er komen mooie foto’s binnen.

Foto uit de vroegel vogel app-groep: Esther van Ham, HIE Fotografie.

Dat helpt om echt mijn bed uit te komen en nu zit ik goed in het ritme. Alleen tussen 15:00 uur en 17:00 uur heb ik zin in zoet, dat had ik eerder niet, dus ik vermoed dat het door mijn nieuwe ritme komt. 5:00 uur op, geen alcohol en tussen 15:00 en 17:00 (stiekem) een gevulde koek: op naar de tweede week.

Doe je mee met de 5-uur-op-maand? Laat dan een reactie achter, ben benieuwd hoe het gaat.


Nieuwsbrief
Wil je het e-book Sportrusten voor hardlopers cadeau? Mét ademhalingsoefeningen en slimme tips om hard te lopen, waaronder vogels kijken. Schrijf je in voor de nieuwsbrief en je krijgt het boek vanzelf in je inbox.


Over de auteur

Koen de Jong (1979) loopt hard, fietst graag, ademt rustig en doucht koud. Hij is bedenker van het 100-dagen-sportrustenprogramma en geeft veel presentaties bij bedrijven.

Koen schreef de boeken Verademing (met Bram Bakker), Ik hardloper en De Hardlooprevolutie (met Stans van der Poel), Ik, de wielrenner (met Aart Vierhouten) en Koud kunstje (met Wim Hof). Zijn werk is in meerdere landen vertaald.

Zijn favoriete boek: Momo en de tijdspaarders.

Verder is hij dol op vers gemaaid gras, landkaarten, boekwinkels en ijsvogels.

36 reacties op "8 uur slaap: is dat écht nodig?"

Geef een reactie