Waarom ik geen krant lees

Waarom ik geen krant lees

‘Je moet toch weten wat er in de wereld gebeurt?’ L. kijkt me dwingend aan: ‘Ik had van jou verwacht dat je geïnteresseerd zou zijn in anderen, in de wereld om je heen.’

‘Ehhhh,’ zeg ik, ‘natuurlijk ben ik geïnteresseerd in anderen, maar daarvoor hoef ik toch geen kranten te lezen?’

‘Ik vind het maar raar. Je leek me iemand met een nieuwsgierige inborst en brede interesse, maar dat had ik dus mis.’ L. wacht op een antwoord.

Maar ik weet niets te zeggen.

Als ik de volgende ochtend yoghurt en koffie ga halen bij De Dirk om de hoek, koop ik ook weer eens een krantje. De Volkskrant. Op zondagmorgen heb ik alle tijd van de wereld, dus ik zet koffie en leg de krant op de keukentafel.

Hoe helpt Europa deze mensen?

Over het toenemende aantal daklozen in Europa, inclusief Nederland.

Volgens Trump speelt congres Iran in de kaart met de resolutie

Over de Amerikaanse Senaat die een resolutie heeft aangenomen die inhoudt dat president Trump het Congres om toestemming moet vragen voor militaire actie tegen Iran.

Zwerfplastic knelt zich om nek otter

Over een jonge otter in De Nieuwkoopse plassen die vermoedelijk stikt als ie groeit.

Undercover bij de klantenservice van Wehkamp

Over een online winkel met een ‘lieve-oma-uitstraling’ die mensen tegen 14% (!) rente zoveel mogelijk spullen verkoopt en opzadelt met hoge schulden.

Na veertig minuten lezen ben ik blij dat ik bij de bijlage ben: Boeken & Wetenschap. Even bijkomen met Sylvia Witteman met een column over Ischa Meijer en Connie Palmen.

Van mijn goede humeur op zondagmorgen is dan al weinig meer over.

Wat doen we elkaar aan? Wat doen we de wereld aan?

De krant heeft op mij een verlammende werking. Als het allemaal zó erg is, kan ik net zo goed onder de dekens blijven liggen. Er zijn mensen die worden strijdvaardig van zulk leed, voor hen is een krant alsof ze een kind zien verdrinken.

Maar ik word er alleen maar misselijk van.

Nieuws.

De waarheid. Een waarheid.

Fabrieken in Bangladesh waar vrouwen van 19 longkanker krijgen omdat ze 14 uur per dag giftige troep inademen.

Rundvlees in de supermarkt waar dierenleed ondergeschikt is aan een paar euro meer verdienen.

Mannen die oproepen tot geweld en andere mannen die daarvoor vluchten en als vee worden behandeld, 3000 kilometer van huis.

Mijnen waar jonge kinderen werken omdat de productie van telefoons nóg sneller en nog hoger moet.

Hele industrieën waar mensen ziekmakende middelen zo verslaving gevoelig mogelijk maken, want dan verdient het lekker (sigaretten, alcohol en ander heftig spul).

Waarom doen we elkaar dat aan? Kunnen we niet gewoon handelen met in ons achterhoofd de vraag: wat is goed voor ons allemaal?

In de krant lees je vooral de ellende.

Een Russisch gezin dat omkomt bij een hotelbrand in Omsk is wél nieuws, een man die na tien dagen mediteren in Leuven, overstroomt van compassie en aardige gedachten en zijn leven (en dat van zijn gezin) een mooie wending ziet nemen, is geen nieuws.

Dus ik ben gestopt met het lezen van kranten (of kijken naar TV)

Als ik in de echte wereld om me heen kijk heb ik het volste vertrouwen in de toekomst.

Er zijn zoveel mensen die ’s ochtends wakker worden en gewoon hun best doen om de wereld een beetje mooier te maken. De bakker die wat croissantjes achterhoudt voor twee mannen die leven op straat. Artsen die met mensen gaan wandelen (want we hebben meer dan medicijnen). Groepjes hardlopers die onderweg plastic opruimen. Een dozijn mensen dat in Blaricum in een ijsbak gaat zitten en daarna koffie gaat drinken. Een vriendin die een vluchteling in huis haalt. En een vriend die ie-de-re week een bos bloemen bij een wildvreemde in het ziekenhuis gaat brengen.

In iedereen schuilt vast een egoïstische zak, maar in iedereen schuilt óók een hoekje met zorgeloze compassie.

Een klein cluppie mensen – 26 – heeft evenveel geld als de armste 3,8 miljard mensen. Dat is een idioot idee en het is een goede reden tot paniek. Maar het kan ook hoopvol omslaan.

Want stel dat die 26 rijkste mensen op een ochtend wakker worden en denken: hoe kan ik met mijn geld en expertise de wereld een beetje mooier maken? Dan kan het hard gaan.

Dus het moet mogelijk zijn dat we samen optrekken om goed voor elkaar te zorgen. Zorg dat iedereen een veilig en fijn huis heeft en laten we kijken hoe we iedereen voldoende te eten en te drinken geven (en dagelijks een knuffel) met oog voor dieren, planten en de oceanen.

Een utopie?

In de boekenbijlage van De Volkskrant staat een lijstje van de boeken-top-10.

Op 4 staat Rutger Bregman: De meeste mensen deugen.

De meeste mensen deugen: dat is niet zo moeilijk voor te stellen.

Maar dan kun je beter geen kranten lezen.

Deel dit artikel
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin

Nieuwsbrief
Wil je wekelijks het nieuwste blog, aankondiging van webinars, nieuwe interessante boeken en meer in je mailbox? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief.


Over de auteur

Koen de Jong (1979) loopt hard, fietst graag, ademt rustig en doucht koud. Hij is bedenker van het 100-dagen-sportrustenprogramma en geeft veel presentaties bij bedrijven.

Koen schreef de boeken Verademing (met Bram Bakker), Ik hardloper en De Hardlooprevolutie (met Stans van der Poel), Kopwerk (met Aart Vierhouten) en Koud kunstje (met Wim Hof). Zijn werk is in meerdere landen vertaald.

Zijn favoriete boek: Momo en de tijdspaarders.

Verder is hij dol op vers gemaaid gras, landkaarten, boekwinkels en ijsvogels.

42 reacties op "Waarom ik geen krant lees"

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.