Vriendschap
‘Hebben we meer dan 8848 hoogtemeters gemaakt deze week?’
‘Geen idee, hoezo?’
‘Dan hebben we in een week de Mount Everest beklommen, dat lijkt me mooi,’ zegt W.
‘Ik kijk even op mijn Strava.’
We hadden in vijf dagen 9.973 hoogtemeters gemaakt. Dat is de Mount Everest plus de Col d’Izoard.
M. neemt een slok van zijn wijn en knikt naar de kaart: ‘Wat nemen jullie?’
Zes dagen eerder pikte W. me om 5:00 uur op in Amsterdam om naar Finhaut te rijden. Een kwartiertje later belden we aan bij M. en laadden we zijn bagage in en zetten zijn fiets op het fietsenrek.
Negen uur later waren we in een klein dorp in de Zwiterse Alpen te gast bij de Nederlandse Ilse Bekker.
Fietsen. Ouwehoeren. Eten. Drinken. Een boek lezen
Met uitzicht op besneeuwde bergtoppen en houten chalets met opgestapeld hout onder een afdakje.
Beklimmingen met onbekende namen en stijgingspercentages van twee cijfers.
Col du Sanetsch.
Col du Pillon.
Lac dex Dix.
Col des Montets.
Vaudagne.
Als de Dorpstraat geen Dorpstraat heet, maar Route du Col, maakt mijn hart een sprongetje. Dus iedere ochtend stapten M., W. en ik op de fiets.
M. met voorvrees, ik met voorpret en W. met een stoïcijnse blik.
Een haarspeldbocht, een waterval, volle benen en een leeg hoofd: mij maak je niet blijer dan dat.
’s Avonds aan tafel bleek dat M. zo’n klim nogal anders beleeft. Die telt af en piekert. Als het nog 8 kilometer is en ik rij 6 kilometer per uur, dan duurt deze lijdensweg nog dik een uur. Waarom ben ik niet wat kilo’s lichter? Houdt mijn hart het wel? Heb ik wel genoeg gelletjes bij me?Â
Eenmaal boven breekt de zon door: boks, grijns. Ging jij lekker pik?
Fysieke inspanning en mooie natuur staan garant voor een heerlijke week.
Toch is er iets dat zo’n week nog mooier maakt.
Bijzonder zelfs.
Op de vierde avond realiseerde ik me dat.
We hadden de hele dag in de regen gereden en na een afdaling bleek dat we moesten kiezen: of de snelweg op, of omdraaien en de afdaling in omgekeerde richting pakken.
M.’s doorweekte gezicht veranderde van een boze Rafael van der Vaart in een boze Dennis Rodman
Na dik vier uur fietsen in de stromende regen en 1790 hoogtemeters, zetten we de open haard aan in ons huis.
We aten worst en dronken wijn.
‘Het blijft moeilijk om minder vlees te eten,’ zegt M.
W. snijdt een stuk worst af en ik pak het van het plankje.
‘Wist je wanneer ik voor de allereerste keer ongemak voelde toen ik vlees at?’ vroeg ik M.
‘Nee. Vertel.’
‘Toen we jouw kip hadden gevangen die ontsnapt was uit jullie kippenhok en dat we daarna kip (een andere) met friet aten bij je thuis. Terwijl ik kip at, keek ik vanaf jullie keukentafel zo het kippenhok in. Dat voelde vreemd.’
Dat was 33 jaar geleden.
M. vertelt over zijn vader die kippen ging voeren en ik zie dat zo voor me. Want ik heb zijn vader gekend. En dat is voor M. niet vanzelfsprekend. Want zijn vader overleed toen hij nog tiener was, dus de meeste van zijn vrienden, collega’s en kennissen (;)) hebben zijn vader nooit gekend.
Ook zijn leuke dochter niet.
Een hele gewone zondagmiddag in 1988 waarop ik ging spelen bij een vriendje om te voetballen en we daarna een weggelopen kip terughaalden, krijgt 33 jaar later ineens betekenis in een chalet in een klein Zwitsers dorp.
Niet omdat het in Zwitserland is, niet vanwege de mooie vergezichten, niet vanwege de fysieke inspanning maar vanwege het gezelschap.
Heel gewoon – met W. en M. – die ik al járen ken.
Maar omdat het al 33 jaar heel gewoon is, wordt het bijzonder
Hoe kan dat?
Wat is dat?
Een dag later wist ik het.
Na een verrukkelijk zonnig ritje, gingen we ’s avonds een hapje eten in een restaurant.
M. neemt een slok van zijn wijn en knikt naar de kaart: ‘Wat nemen jullie?’
Ik weet al wat hij gaat nemen.
En ik weet ook al dat ik zeker nog een zoet toetje ga nemen en dat M. dan met een tevreden grijns bij de digestives gaat kijken.
Soms zien we elkaar maanden niet. Er is een tijd geweest dat ik hem een paar jaar niet zag.
En nu zitten we in een restaurant en zit M. naast W.
Twee tevreden smoelen die ik al meer dan dertig jaar ken.
‘Wat nemen jullie?’
Een doodgewone vraag en ik realiseer me dat we allemaal het antwoord al weten.
Want we kennen elkaar al jaren.
Vriendschap, denk ik bij mezelf.
We bestellen en ouwehoeren nog uren door.


Vriendschap, dus! Prachtig mooi verwoord weer.
Volgens mij heb ik ook eens met jou, M en W gefietst. Mijn eerste keer in de bergen op mijn “roze maillot”. Doe ze de groeten. Zullen wij binnenkort anders weer eens rondje rijden of kop koffie drinken?
Mooi Koen.
Héél mooi.
Dank Mark. Dank.
Heerlijk om te lezen Koen en zo waar, Echte vriendschappen moet je koesteren. Da.s rijkdom!
Heerlijk om te lezen Koen en zo waar, Echte vriendschappen moet je koesteren. Da”s rijkdom!
Mooi woord Els: koesteren. Zie jij nog vrienden/vriendinnen uit je jeugd?
Ach Koentje wat zeg je dat toch weer mooi. De traantjes komen weer los bij je moeder. Echt heel bijzonder zo’n lange vriendschap.
Dank mam, tot snel.
Prachtig Koen! En zo is het maar net. Goede vriendschap is de energie voor een gelukkig leven🥳
Dank voor je aardige en mooie reactie Jeroen!
Mooi geschreven weer Koen!