Om de haverklap maakt mijn hart een sprongetje

Om de haverklap maakt mijn hart een sprongetje

‘Cheers,’ zeg ik en ik til mijn biertje op. Bièrre brassee dans les Vosges, staat er op mijn flesje.

‘Proost,’ zegt W. en hij neemt een slok.

W. staart naar een opgezette das.

Ik staar in de open haard, die vandaag niet aan hoeft. In de schouw staat in klassiek lettertype Dieu Ayde en boven de schouw hangt het gewei van een hert.

W. zwijgt, maar de zoutranden bij zijn slapen zeggen genoeg. Hij is diep gegaan.

403 kilometer in 3 dagen.

Met veel hoogtemeters.

Van Maastricht naar Aydoilles – in de Vogezen. W. heeft zijn treinstation gehaald.

We zitten bij te komen in een oud landhuis met gastvrije bewoners (mooie plekkies vinden, kun je gerust aan W. overlaten).

Gisterochtend reden we weg uit Winterspelt en had ik gemengde gevoelens: enthousiasme, vrolijkheid, vrijheid, vrees en spanning.

We volgen rivier de Enz en zakken voorspoedig naar het zuiden. W. fluit een duintje, die voelt zich erg goed.

150 kilometer verder is W. al een tijd gestopt met fluiten. Af en toe een vloek, dat nog wel.

Het was een zware, schitterende route.

Om de haverklap maakt mijn hart een sprongetje.

Zonnebloemveld.

Vos.

Groene specht.

Opgerolde hooibalen.

Middeleeuwse kerk.

Kabbelend beekje.

Buizerd.

Was dat een fret?

Vlierbloesem.

Zwijn. O nee, grote steen.

Blauw bord, gele sterren: Luxembourg.

Blauw bord, gele sterren: France.

Tussen al het moois praten we wat bij.

Maar onze tocht ontvouwt zich als een omgekeerde Proud Mary: we gingen steeds langzamer.

Als Martin S. erbij was, had ie nu zachtjes gezegd dat bij hem de prik er wel een beetje vanaf was.

De prik is er bij mij ook wel een beetje af. Maar W. en ik fietsen door. Vandaag is de dag dat we meer dan 150 kilometer willen fietsen, zodat we morgen ietsje korter kunnen fietsen.

Het lukt. Na de 107 kilometer van vrijdag, fietsen we zaterdag 161 kilometer.

Duitsland – Luxemburg – Duitsland – Frankrijk.

In Creutzwald (ja, dat is écht Frankrijk) ploffen we op een terras.

We eten.

We drinken.

We ouwehoeren.

We luisteren naar Franse gesprekken die we maar half begrijpen maar die wél vrolijk maken, omdat ze in ‘t Frans zijn.

We denken nog niet aan morgen als we 135 kilometer gaan fietsen.

Na twee dagen samen fietsen lijkt het alsof we al een week weg zijn. Fysieke uitputting (afstand, bergen, wind) afgewisseld met vrolijke ontspanning (terras, koffie, bier, ouwehoeren) rekt de tijd uit.

Diepgaan is het zeker.

Zelfs in mijn slaap ga ik diep.

Ik droom dat ik met blote voeten aan het fietsen ben. W. rijdt voor me, ik ben moe. W. rijdt op mooi asfalt, maar als ik bij hetzelfde punt ben, is de weg veranderd in centimeters diepe glasscherven. Ik ben moe, ik wil stoppen maar ik durf mijn blote voeten niet aan de grond te zetten in het glas. We klimmen. Het wordt steiler en het glas wordt steeds hoger. Ik ben uitgeput en kan bijna niet meer fietsen. Dan zie ik dat W. boven is en aan een afdaling begint. Gelukkig. Maar als W. in de afdaling een scherpe bocht instuurt, schrik ik. Rechts een ravijn, voor me een scherpe bocht die zich snel vult met glasscherven. Als ik de bocht in stuur en vrees te vallen in het glas, schrik ik wakker.

02:11.

Ik neem een slok water en ga weer liggen.

De volgende ochtend is er weinig over van mijn angstdroom.

We fietsen door schitterende gebieden. Noord Frankrijk. Ik vreesde industriegebieden en vrachtwagens. Komoot wijst ons echter de weg langs stille paden, bossen, weilanden en mooie dorpjes.

Dus als we na een dag fietsen in een landhuis terecht komen uit 1585 en Charlotte (zonder tanden mét pretoogjes) een verrukkelijke quiche en salade op tafel zet, voel ik me als een rups die net een vlinder geworden is.

De volgende ochtend neem ik afscheid van W. Hij stapt in Epinal op de trein, ik fiets richting de Balon d’Alsace.

Nog niet wetend dat met het vertrek van W. ook mijn mazzel vertrekt.

Deel dit artikel
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin

Nieuwsbrief
Wil je wekelijks het nieuwste blog, aankondiging van webinars, nieuwe interessante boeken en meer in je mailbox? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief.


Over de auteur

Koen de Jong (1979) loopt hard, fietst graag, ademt rustig en doucht koud. Hij is bedenker van het 100-dagen-sportrustenprogramma en geeft veel presentaties bij bedrijven.

Koen schreef de boeken Verademing (met Bram Bakker), Ik hardloper en De Hardlooprevolutie (met Stans van der Poel), Kopwerk (met Aart Vierhouten) en Koud kunstje (met Wim Hof). Zijn werk is in meerdere landen vertaald.

Zijn favoriete boek: Momo en de tijdspaarders.

Verder is hij dol op vers gemaaid gras, landkaarten, boekwinkels en ijsvogels.

2 reacties op "Om de haverklap maakt mijn hart een sprongetje"

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.