Weinig koolhydraten en dan de Jungfrau marathon

Weinig koolhydraten en dan de Jungfrau marathon

Op 9 september 2017 liep ik de Jungfrau marathon. Met 1.600 hoogtemeters en 42 kilometers was deze Zwitserse bergmarathon de ‘grande finale’ van een mooie reis die maanden eerder begon.

In het voorjaar bedacht ik dat ik de Jungfrau wilde lopen. In gedachten zag ik me al finishen tussen de witte bergtoppen bij bergstation Kleine Scheidegg. Ik kon de euforie al voelen, de ‘kick of the kill’ dat het me was gelukt. De zon zou schijnen, de rode vlag met het witte kruisje zou strak afsteken tegen de blauwe lucht. Het beloofde een prachttocht te worden. Maar ik moest nog wel even trainen.

Jungfrau: hoe bereid je je voor op een bergmarathon in een land dat zo plat is als een dubbeltje?

Ondanks dat ik zelf ook hardloop- en Sportrusten trainer ben, wist is het niet. Ademhalingsdeskundige en ‘founding mother’ van de 14 km-marathonrevolutie, Stans van de Poel hielp me op weg. Ze liet me fietsen, observeerde mijn kuiten en maakte een plan. Ze liet me achter in verbazing. ‘Wat jij moet doen om de berg op te komen, is drie keer per week een stuk lopen, zoals je nu al doet maar dan wat langzamer. En veel belangrijker, je moet goed ontspannen en veel vlees eten’.

Vlees eten? Ik moest wennen aan het idee. Ik at al jaren bijna geen vlees meer. En eigenlijk ook geen vis, ei, zuivel en vet. Ik leefde op veel groenten, fruit, brood en vegetarische schijven. Een dramatisch slechte en kansloze combinatie volgens medisch fysioloog en Voeding Leeft collega Peter Voshol. Ik besloot mijn voeding op advies van Stans en Peter aan te passen en om te keren. Ik zou me de maanden daarna sterker en krachtiger eten.

Het plan was de finish te halen op vers en onbewerkt, op minder koolhydraten, meer vetten en meer eiwitten

Mijn marathonvrienden verklaarden me voor gek. ‘Ja hoor De Vries, denk je nu echt dat je met drie keer rustig ademhalen en een biefstuk de berg op komt?’ Ik kon het ze niet kwalijk nemen.

Voor hardlopers zijn koolhydraten de heilige graal.

Acht bruine boterhammen als basis, ik at ze ook en was er dol op. Lekker met banaan en jam, een duimdikke laag hagelslag of speculaasjes. Anders dan andere lopers had ik nooit ‘gestapeld’ voor een evenement. De stapels witte boterhammen met appelstroop en pannenkoeken, de borden witte kale pasta om vijf uur ’s ochtends en de bidons vol ‘carb-loader’. Ik kreeg ze niet weg. Maar ook ik was opgevoed met 70 gram koolhydraten per uur in de vorm van gel en sportdrank tijdens een loop.

Half mei startte mijn training. Ik liep hard, deed dagelijks ademhalingsoefeningen en vulde mijn maag in de eerste plaats met groente. Veel groente, nog meer dan ik al gewend was. Spinazie, tomaat, paprika en sla. Ik at groente bij de lunch en bij het diner, een ons of vier per dag. Dit beviel me direct prima. In de loop van de weken ging ik ingrijpend anders eten. Niet radicaal maar stapje voor stapje. Mijn tien boterhammen en zes appels werden er eerst twee en later nul. Ik verving muesli, ontbijtkoek en melkchocolade door noten, pitten en zaden. Ik bedacht twintig variaties op een omelet en had steeds minder moeite met dooie koe en vis op mijn bord. Ik ontdekte dat olijfolie bijna alles lekkerder maakt.

Makreel met avocado en mayonaise: zo vet werd het

En ik vond het eerst bijzonder, daarna fijn en uiteindelijk ook echt lekker. In de loop van de weken zag ik mijn lichaam veranderen. Ik werd sterker en gespierder. Mijn gewicht bleef weliswaar exact hetzelfde, maar ik hoorde mensen zeggen dat ik er voller en gezonder uitzag. Ik merkte dat ik minder trek kreeg. Ik had geen behoefte meer aan tussendoortjes en had genoeg aan drie stevige maaltijden. Ondanks het feit ik meer kilometers per week liep. Wat een verschil. Niet meer hongerig om 11 uur ’s ochtends, geen trek na een training of snaaierig aan het einde van de middag. Ik had gewoon genoeg. Buiten de maaltijden om dacht ik niet meer aan eten, dit gaf onverwacht veel rust.

De verandering was niet alleen fysiek maar ook mentaal. Na een maand of twee voelde ik me helderder, scherper en vrolijker. De visjes in het groen op mijn bord maakten me ongelofelijk blij.

De marathon kwam dichterbij. Ik ging op zoek naar antwoord op de vraag wat ik vlak voor, tijdens en na de marathon zou kunnen eten en drinken.

Na zoveel vers en onbewerkt, vrijwel ketogeen, waren stapelen, gelletjes en herstelshakes echt geen optie meer

Ik ging op zoek op internet en trof Tim Noakes. Mijn loopvrienden kwamen niet meer bij van het lachen: ‘woehaah, je gaat toch niet echt met twee gekookte aardappels in je broek naar boven?’ Ik moest toegeven, dit ging ook mij wat ver. Collega Peter had een goed alternatief: noten en dadelreepjes. In de week voor de marathon nam ik wat ik al weken nam. Niets meer, niets minder, niets anders. De avond voor de marathon at ik groenten met olijfolie uit de oven, een salade en een Zwitserse worst. Koffie met een blokje zwarte chocola toe. De koolhydraatrepen die ik op de marathonexpo had gekregen, verdwenen in de vuilnisbak.

Ik werd wakker op de marathondag. Het was grijs en grauw buiten. De Jungfrau had zich verstopt in de wolken.

Ik at een ontbijt van sojayoghurt, een banaan en een volle hand noten

Op naar de start. Ik voelde me zenuwachtig. Mijn eerste bergmarathon, was ik klaar voor de ultra-inspanning? Zou de man met de hamer me ergens onderweg genadeloos staan op te wachten? Nu al zacht gniffelend om mijn naïeve voorbereiding? Pang, daar ging het startschot. Ik zette mijn eerste stappen, op weg naar de finish met vier noten-dadelreepjes in de band om mijn middel.

Zes uur, 80 gram koolhydraten, liters water en twee bekers bouillon later, finishte ik. In de stromende regen.

Half verkleumd in mijn rode Adidas shortje maar dolgelukkig. Wat een geweldige tocht. Een marathon die over van alles ging, behalve over hardlopen.

Ik was boven en voelde me fit. Ik durfde het bijna niet te zeggen, conditioneel had ik over, mentaal voelde ik me vrijer dan ooit.

‘Ik takel je er morgenochtend wel uit’, zei mijn man ’s avonds. Hij wist wat hij zei, hij had me vaker gezien ‘the day after’. Ik ging in bed liggen met mijn finishers T-shirt aan, medaille nog om de nek.

De volgende ochtend werd ik verbaasd wakker. Geen spierpijn. Helemaal niet. Ik voelde me goed en energiek. We stapten op de fiets. Heerlijk vlak langs het meer, lekker uittrappen, bijna een marathonafstand. Tussen de middag lunchten mijn man en ik met vrienden op het terras. Vis uit het meer die zwom in de boter met amandelen. Het smaakte me goed.

Ik snapte de fysiologie, maar bleef het een wonder vinden.

Mijn lichaam had nauwelijks puryvaat en lactaat gemaakt omdat ik het niet had overbelast met koolhydraten

Ook de dagen na de marathon bleven moeheid en honger uit. Mijn lichaam voelde na een dag alsof er niets was gebeurd. Mijn hoofd was echter nog wel in de bergen. Bij de witte toppen die verscholen hadden gelegen achter dichte mist.

Bij de honderden mensen die voor en achter mij in stilte omhoog waren gelopen. Mijn gedachten hadden duidelijk meer tijd nodig voor herstel dan mijn spieren. Mijn hoofd dacht ‘low carb keto rocks’, de rest van mijn lichaam wist het al lang.

Deel dit artikel
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin

Nieuwsbrief
Wil je wekelijks het nieuwste blog, aankondiging van webinars, nieuwe interessante boeken en meer in je mailbox? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief.


Over de auteur

Maaike de Vries (1972) is gepromoveerd gezondheidswetenschapper. Ze is actief in de gezondheidszorg als wetenschappelijk directeur, adviseur en toezichthouder.

Met haar man en twee pubers woont ze bij de duinen en de zee.

Ze loopt en fietst graag hard, haalt rustig adem en schreef eerder de bestseller ‘Zo werkt de zorg in Nederland’.

44 reacties op "Weinig koolhydraten en dan de Jungfrau marathon"

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.