Intensief sporten ongezond?

Een paar jaar geleden hoorde je het nog wel eens; sporten is ongezond.

Dick Swaab wijdde er een hoofdstuk aan in zijn boek uit 2010 “Wij zijn ons brein” (XIII.3: Fitrace naar de dood), en Midas Dekkers schreef er een heel boek over: Lichamelijke opvoeding (2006).

Het was een mooie hypothese. Dieren sporten niet. Hoe actiever je bent, hoe eerder alles slijt, en hoe eerder je dus doodgaat.

Schildpadden hebben een heel laag metabolisme en leven lang

Maar de grote tragedie van de wetenschap is, volgens een beroemde quote van Thomas Henry Huxley, dat mooie hypotheses om zeep worden geholpen door onwelkome feiten. Ugly facts.

En dat geldt a fortiori voor de “Sporten is ongezond” hypothese, want de bewijzen dat sport en lichamelijke oefening bijdragen aan de gezondheid zijn overweldigend (1).

Een prominent onderzoeker verwoordt het zo: “the benefits of exercise outperform any pharmacological therapy across a broad range of biological systems and if it were a patented pill it would be promoted as a miracle (4).”

Mogelijk dat ook Swaab dat beseft, want tegenwoordig geeft hij lezingen samen met Olympisch- en wereldkampioen schaatsen Ard Schenk.

Maar er doemt een nieuwe hypothese op, misschien een variatie, die zegt: intensief sporten is ongezond.

“Licht joggen is beter dan intensief sporten”, schreef de Volkskrant bijvoorbeeld in februari 2015 (2).

“Te vaak joggen even ongezond als niet sporten”, meldde de Vlaamse publieke omroep rond diezelfde tijd (2)

Deze en vele andere artikelen waren gebaseerd op een Deens onderzoek waar, op grond van een groep van 36 “intensief joggende” hardlopers, een twee keer hogere kans om te overlijden werd geconcludeerd, vergeleken met matig joggende hardlopers (3).

Hopelessly underpowered, zo karakteriseerde een vakgenoot die studie onlangs (4). Veel te kleine steekproef.

It is very difficult to interpret anything from these data with regard to higher doses of regular exercise and it would seem that the authors’ very prescriptive conclusion, that the most favourable dose of running was “no more than 3 running days per week, at a slow or average pace” is unfounded (4). Vrij dodelijk commentaar, waarmee waarschijnlijk ook een paar honderd nieuwsberichten in de prullenbak kunnen.

Zijn er dan geen goede onderzoeken die iets te melden hebben over de mogelijke gevaren van intensief of langdurig sporten?

Zeker.

Finse eliteatleten en Franse Tour de France wielrenners leven langer dan gemiddeld-gezonden (5,6). De vraag is hier wel of dit voordeel te maken heeft met sport of lifestyle, maar het wijst in elk geval niet op een groot gevaar van intensieve sport.

Een studie onder 661.137 amerikanen vond geen hogere sterfte bij intensief sportende mensen (7), maar een even groot voordeel in levensverwachting (37% lagere sterftekans vergeleken met inactieven) als iets meer gematigde sporters.

Wat wel steeds duidelijker begint te worden is dat mannen van middelbare leeftijd die veel marathons hebben gelopen vaker variaties hebben in hun hartritme, zoals een extra voorslag in de rechter hartkamer of een linker hartboezem “flutter” (4).

Ook is het zo dat na een marathon er stoffen in het bloed worden gevonden die op hartschade duiden. Vrijwel altijd zijn die waarden na twee weken weer normaal (8, 9).

Hoe gevaarlijk die tijdelijke hartschade en hartaanpassingen zijn is onbekend. Middelbare mannen vallen niet bij bosjes neer op de marathon. Er vallen statistisch gezien eigenlijk opvallend weinig hartstilstand-marathondoden, ongeveer 1 per 100.000 lopers (10). En dat zijn dan vooral jongere lopers en geen marathonveteranen.

Al met al is er dus weinig bewijs voor de stelling “Intensief sporten is ongezond”, en veel meer voor het tegenovergestelde.

Er is ongetwijfeld een grens aan intensief en lang en vaak waarna de sterftekans weer toeneemt. Waar die ligt is alleen nog niet gevonden – en vast ook anders bij mannen en vrouwen, jongeren en ouderen, etcetera.

Toch lijkt het niet onverstandig om het aantal marathons per jaar binnen de perken te houden, en zeker te wachten met een nieuwe tot ook het hart weer helemaal hersteld is.

Referenties

1. Khan KM, Thompson AM, Blair SN, et al. Sport and exercise as contributors to the health of nations. Lancet 2012;380:59-64.

2. http://www.volkskrant.nl/wetenschap/droogtebestendige-planten-vrijpostige-kakkerlakken-en-gezonde-lichte-joggers~a3846102/

http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/wetenschap/1.2228670

3. Schnohr P, O’Keefe JH, Marott JL, Lange P, Jensen GB. Dose of jogging and long-term mortality: the Copenhagen City Heart Study. J Am Coll Cardiol 2015;65:411-9.

4. La Gerche, A. The Potential Cardiotoxic Effects of Exercise. Canadian Journal of Cardiology. Volume 32, Issue 4, April 2016, Pages 421–428

5. Sarna S, Sahi T, Koskenvuo M, Kaprio J. Increased life expectancy of world class male athletes. Med Sci Sports Exerc 1993;25:237-44.

6. Marijon E, Tafflet M, Antero-Jacquemin J, et al. Mortality of French participants in the Tour de France (1947-2012). Eur Heart J 2013;34: 3145-50.

7. Arem H, Moore SC, Patel A, Hartge P, Berrington de Gonzalez A, Visvanathan K, Campbell PT, Freedman M, Weiderpass E, Adami HO, Linet MS, Lee IM, Matthews CE. Leisure time physical activity and mortality: a detailed pooled analysis of the dose-response relationship. JAMA Intern Med. 2015 Jun;175(6):959-67.

8. Shave R, Baggish A, George K, et al. Exercise-induced cardiac troponin elevation: evidence, mechanisms, and implications. J Am Coll Cardiol 2010;56:169-76.

9. Bernd Hewing, Sebastian Schattke, Sebastian Spethmann, Wasiem Sanad, Sabrina Schroeckh, Ingolf Schimke, Fabian Halleck, Harm Peters, Lars Brechtel, Jürgen Lock, Gert Baumann, Henryk Dreger, Adrian C Borges, and Fabian Knebel. Cardiac and renal function in a large cohort of amateur marathon runners. Cardiovasc Ultrasound. 2015; 13: 13.

10. Van der Wall, EE. Marathon running: small or increased risk for cardiac arrest? Neth Heart J. 2012 Mar; 20(3): 89–90.

Over de auteur

Maarten Fornerod is eigenaar van Dataconsultancy Data42.

Hij is ook werkzaam als onderzoeker (associate professor) en docent aan de ErasmusMC/TU Delft, Rotterdam/Delft.

Fornerod analyseert niet alleen. Hij doet soms ook een marathon. Zijn beste tot nu toe liep hij in 3u27