In een hoekje van mijn onderbewustzijn zit (gek genoeg) grote vreugde en hoop

In een hoekje van mijn onderbewustzijn zit (gek genoeg) grote vreugde en hoop

Vind jij het niet erg, het coronavirus? bijt een vriendin me toe.

Ehhh, jawel. Tuurlijk wel, zeg ik wat schaapachtig. Hoezo?

Je zit met je lachende smoel op Facebook je boekje over gelijkmoedigheid aan te prijzen.

Ehhhhhhhhhhhh, ja.

En je hebt het over loopevenementen die zijn afgelast en over vakanties die niet door kunnen gaan. Nou als dát de problemen zijn waar jij je druk over maakt, dan weet ik het niet hoor.

Het klopt. We  hadden een filmpje opgenomen voor mensen die hun evenement en vakantie in rook zagen opgaan.

Eerder die dag was ik met twee vrienden een rondje wezen fietsen. In de zon. Lachend om een filmpje van een man op een heftruck die rond reed in een magazijn vol WC-papier.

Het was een fijne middag.

Of ik me geen zorgen maak?

Jawel.

Natuurlijk om het virus zelf en het aantal bedden op de Intensive Care. De zus van een vriendin werkt op de intensive care. Die moet straks keuzes maken: wie heeft wél recht op een plek en wie niet? Onmogelijke keuzes.

En ik maak me zorgen over restauranthouders, artiesten, hardwerkende mensen die evenementen organiseren, alleenstaande ouders die de huur moeten betalen én voor hun kind moeten zorgen. Voor veel mensen is drie weken (op z’n minst) niet werken een financiële ramp.

Ook mijn inkomsten vallen voor een groot deel stil, nu alles wordt afgezegd.

Er voltrekt zich een maatschappelijke ramp die op grote schaal en op kleine schaal voor veel leed zorgt. En toch voel ik in een klein hoekje van mijn onderbewustzijn ook grote vreugde en hoop

Maar daar durf ik niet goed naar te kijken.

Ik denk aan mijn oma Jaantje (1928-2011). De vanzelfsprekendheid waarmee zij haar handelen vulde met liefde, vriendelijkheid en gastvrijheid maakte diepe indruk. Met acht kinderen en weinig geld was er bij haar toch altijd plek voor 2 of 3 of 4 gasten om te blijven eten. Dan at ze zelf maar wat minder. En een stukje vlees kun je altijd nog twee keer doorsnijden. Ik kon me daar als kind weinig bij voorstellen, de verhalen van mijn vader. Bij ons was er altijd (veel) meer eten dan hongerige buiken.

Op een dag vroeg ik haar:

Oma, voel jij je ergens schuldig over? Heb jij je wel eens misdragen?

Wat stel jij toch altijd moeilijke vragen. Normale 15-jarigen houden zich bezig met meisjes en brommers, niet met schuldgevoelens van hun oma, haar ogen knepen wat samen, als teken dat er nog een uitgebreid en eerlijk antwoord zou volgen.

Natúúrlijk heb ik fouten gemaakt, ik ben ook maar een mens van vlees en bloed, zegt ze. Wat me in mijn dromen nog steeds achtervolgt is de oorlog. 

Ja, maar over de oorlog kun jij je toch niet schuldig voelen? zeg ik verbaasd.

Ze legt haar handen op schoot en knijpt met haar rechterduim en wijsvinger hard in haar linkerduim: Toen in 1940 de oorlog echt uitbrak, gingen alle scholen dicht. En als meisje van 12 vond ik het heerlijk dat ik niet naar school hoefde. Met wat vriendinnen gingen we spelen bij de Waal en ik was vooral blij dat ouderen zich helemaal niet met ons bemoeide. De oorlog was in volle gang. Honderdduizenden doden. En ik was blij dat ik niet naar school hoefde, na 55 jaar schiet ze nog vol. Ze laat de tranen over haar wangen gewoon lopen.

Ik was er stil van.

Voel ik me nu schuldig dat ik in tijden van het coronavirus ‘gewoon’ geniet van fietsen en van grapjes over WC-papier?

Nee, dat is het niet.

Mijn vreugde en hoop zit dieper dan dat.

Zit het in de reacties van mensen die zich niet laten leiden door angst?

Nee, daar komt mijn gevoel van vreugde en hoop ook niet vandaan. De tegeltjeswijsheden zijn soms raak, maar vaker voelt het betekenisloos.

Ik lees een artikel over luchtvervuiling in China: de luchtvervuiling is enorm gezakt sinds de uitbraak van het corona-virus

En dan begrijp ik waar het hoekje vreugde en hoop vandaan komt in deze tijden van crisis.

Het ís mogelijk dat de hele wereld samenwerkt om een crisis te bestrijden én het heeft razendsnel effect. Politieke maatregelen die commerciële belangen overstemmen: het kán wel

Ik fantaseer hoe de wereld na deze crisis gaat samenwerken om andere crisissen aan te pakken:

  • milieu
  • gezondheidszorg
  • welvaartskloof

Er zijn genoeg problemen en ziektes te benoemen die (rap?) opgelost kunnen worden als de hele wereld samenwerkt.

Tot een maand geleden leek dat een utopie.

Geld verdienen lijkt een machtige kracht die alles voor het zeggen heeft: mateloze consumptie gaat vóór gezondheid (sigaretten, suiker, alcohol), vóór het milieu (vliegen, gif op landbouwgrond) en vóór het welzijn van mensen (lage lonen, kankerverwekkende werkomgevingen).

Maar wat leert het coronavirus?

Als de nood hoog genoeg is, kan de politiek gezondheid boven geld plaatsen

Dat lijkt me reden voor vreugde en hoop.

Dus ik ga ook maar gewoon door met sportrusten.nl: rustig ademen, gezond eten en hardlopen blijft ook in tijden van stress en paniek een goed idee.

Zorg goed voor jezelf en je naasten.

Gelijkmoedig voorwaarts.

Deel dit artikel
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin

Nieuwsbrief
Wil je wekelijks het nieuwste blog, aankondiging van webinars, nieuwe interessante boeken en meer in je mailbox? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief.


Over de auteur

Koen de Jong (1979) loopt hard, fietst graag, ademt rustig en doucht koud. Hij is bedenker van het 100-dagen-sportrustenprogramma en geeft veel presentaties bij bedrijven.

Koen schreef de boeken Verademing (met Bram Bakker), Ik hardloper en De Hardlooprevolutie (met Stans van der Poel), Kopwerk (met Aart Vierhouten) en Koud kunstje (met Wim Hof). Zijn werk is in meerdere landen vertaald.

Zijn favoriete boek: Momo en de tijdspaarders.

Verder is hij dol op vers gemaaid gras, landkaarten, boekwinkels en ijsvogels.

67 reacties op "In een hoekje van mijn onderbewustzijn zit (gek genoeg) grote vreugde en hoop"

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.