Doping

Doping

Hé Koen, ook weer aan het fietsen? S. komt naast me fietsen en veegt met de achterkant van zijn knalrode fietshandschoentje het zweet uit zijn ogen.

Ja, hijg ik kortaf en ik hou even mijn benen stil op het Kopje van Bloemendaal.

Is weer wat anders dan hardlopen, zegt S. Fiets jij ook naar Amsterdam?

Ja, zeg ik iets minder kortaf dan de eerste keer.

Ik heb je boek Kopwerk gelezen. Erg interessant: die stukken over ademhaling en trainen op hartslag. En leuk hoor, die stukken van JW Roy en Eric Corton en wát een mooie foto’s.

Mooi, zeg ik nog wat terughoudend, want ik voel een maar aankomen.

Maar, zegt S. het zit me wel dwars dat je een interview doet met Joop Zoetemelk en dat je het helemaal niet over doping hebt. Zoetemelk is ook betrapt op doping, hoor. Dat kun je toch niet onbesproken laten? En ook Peter Winnen heeft een column in jullie boek. Ook een dopingzondaar.

Ai, de dopingdiscussie.

Toen het boek uitkwam in november ging het ook meteen daarover, toen ik een foto plaatste met Joop Zoetemelk.

In gesprek met Joop Zoetemelk
(Foto: Aart Vierhouten)

Vind jij het heel erg als wielrenners doping gebruiken? vraag ik.

Natúúrlijk, doping verwoest de sport, reageert S. als door een wesp gestoken.

Doping gebruiken mag natuurlijk niet, zeg ik, maar je mag ook niet over de stoep tegen het verkeer in fietsen. En dat doen we allemaal wel een keer.

Dat slaat nergens op, dat is geen vergelijking.

Toen Joop Zoetemelk werd betrapt op doping kreeg hij een tijdstraf als waarschuwing, en de dag erna stapte hij weer op. Dat is logisch. Je doet iets wat niet mag, je krijgt straf en je gaat weer door. Nu doen we alsof wielrenners die doping gebruiken, het gevaarlijkste tuig is dat er rondloopt. Jarenlange schorsingen en honderden krantenberichten. Alsof doping gebruiken net zo iets afschuwelijks is als een moord ofzo. Dat is toch gek?

Het is valsspelen.

Heb je gisteren Messi gezien tegen Liverpool?

Ja, wat heeft dat er nou weer mee te maken?

Messi kreeg als kind jarenlang groeihormonen omdat ie anders te klein bleef om profvoetballer te worden. En in het voetbal ben je een held als je geblesseerd bent, en je gaat gewoon door. Ook als je daar een cortisonen-spuit bij neemt. Als wielrenner zou je al lang in de strafbank zitten.

Met voetbal is dat heel anders. Met een balsport heb je niet zoveel aan doping.

Nou, een belangrijke eigenschap van doping is dat je sneller herstelt. Als een voetballer in de 85ste minuut nog net zo hard sprint als in de 5de minuut, heeft ie daar enorm voordeel van. 100% zeker dat in het voetbal doping wordt gebruikt. Er gaat meer geld in om, dus er wordt meer vals gespeeld. Dat kan niet missen. Alleen de FIFA doet minder zijn best om het op te sporen dan de UCI.

Probeer je voetbal nu ook zwart te maken?

Nee, ik probeer te zeggen dat het voor de sport niet zoveel uitmaakt hoe sporters de grenzen van hun kunnen opzoeken. Voor ons – het publiek – is het toch wel genieten.

Ik snap niet dat een wielrenner het leuk vindt om te winnen, als ie heeft vals gespeeld.

Een eigenschap van elke topsporter, is dat ie wil winnen, dus die moet de grens opzoeken.  Een wielrenner eet gezond, gaat vroeg naar bed, traint gerust 180 kilometer per dag, ook in februari als het regent. En hij zit per week zo 1000 kilometer op de fiets. Ik snap wel dat winnen goed voelt, ook als je een keertje een supplement hebt genomen waar iets in zat dat eigenlijk niet mocht. Een training duurt 5 uur, een pil slikken 6 seconden. Dat vooral de arbeid blijft hangen, kan ik me wel voorstellen.

Maar dat…

En nog iets: wat is doping en wat niet? Dat is volstrekt willekeurig. Een espresso drinkt iedereen. Maar als je 10 espresso’s drinkt binnen een kwartier is dat wel gek. Als je geen zin hebt om espresso’s te drinken en je neemt een pil of – nog gekker – een infuus, dan is daar ergens een grens voor de dopingcontroleurs. Maar wie bepaalt die grens? En is het gek dat wielrenners die grens opzoeken en dus wel eens over die grens gaan? Ik geniet gewoon van de sport, ook als er wel eens iemand tegen de lamp loopt. Neem Marco Pantani. Die etappezeges van hem kan ik nog steeds terugkijken op youtube. Dan denk ik alleen: WAUW.

Nu vind ik wielrennen kijken wel weer leuk. Nu het schoner is, maar een paar jaar geleden vond ik er niets meer aan. Toen las ik alleen Thijs Zonneveld, die was tenminste eerlijk.

Journalisten die wielrenners bejubelen zijn medeplichtig aan het dopinggebruik.

Waar slaat dat nou weer op?

Zit je op Facebook?

Wat heeft dat er nou weer mee te maken?

Facebook leert je wat dopamine doet. Ik neem me wel eens voor om een uur niet op Facebook te gaan en nog geen kwartier later kijk ik toch even. Mijn lijf hunkert naar een dopamine-shot. En waar gaat het over? Een rood vierkantje met een getalletje erin. Of een duimpie bij een bericht.

Dus?

Als een wielrenner zijn dopamine niet haalt uit een lullige melding op Facebook, maar uit honderdduizenden mensen publiek, TV-aandacht, fysieke euforie, geld en jubelende artikelen in de krant is het niet gek dat een wielrenner daar méér van wil.

Wat heeft dat met die journalisten en doping te maken?

Journalisten die jonge wielrenners overladen met mooie woorden en een gouden toekomstperspectief, prikkelen de dopamine. En de kiem van valsspelen zit hem in de euforie. Want als het een paar weken minder goed gaat, mist een wielrenner zijn dopamine-shot. Dus doet ie er álles aan om weer supergoed te worden.

Ik volg je niet meer.

En jij fietst me te hard, ik ga een tandje terug.

Ik moet eigenlijk wat harder, ik moet nog een blok D3 doen.

Succes. En geniet van de Giro.

Aju.

Agur.

Deel dit artikel
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin

Nieuwsbrief
Wil je wekelijks het nieuwste blog, aankondiging van webinars, nieuwe interessante boeken en meer in je mailbox? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief.


Over de auteur

Koen de Jong (1979) loopt hard, fietst graag, ademt rustig en doucht koud. Hij is bedenker van het 100-dagen-sportrustenprogramma en geeft veel presentaties bij bedrijven.

Koen schreef de boeken Verademing (met Bram Bakker), Ik hardloper en De Hardlooprevolutie (met Stans van der Poel), Ik, de wielrenner (met Aart Vierhouten) en Koud kunstje (met Wim Hof). Zijn werk is in meerdere landen vertaald.

Zijn favoriete boek: Momo en de tijdspaarders.

Verder is hij dol op vers gemaaid gras, landkaarten, boekwinkels en ijsvogels.

Nog geen reacties op "Doping"