Dopamine

Dopamine

‘Oh, wow. Dat ziet er overpowered uit,’ mijn zoon wijst naar hersenen in een vitrine.

Naast de hersenen staat uitleg: dopamine is het gelukshormoon en deze neurotransmitter wordt aangemaakt in de hersenen.

We zijn in in Body Worlds  en kijken onze ogen uit. Skeletten, spieren, hersenen, bloedvaten, darmen, hele lijven: echte lichaamsdelen, geplastificeerd. Bedenker Dr. Gunther von Hagens heeft aan de tentoonstelling in Amsterdam de naam The happiness project meegegeven.

Wat bepaalt of we gelukkig zijn?

Met een bezoek aan Body Worlds met mijn zoon, hoop ik mijn eigen stokpaardje wat kracht bij te zetten: geluk zit van binnen, zoek het niet in bezit.

Dopamine

Maar dan komen we bij de dopamine. Mijn zoon leest het bordje nog eens voor:

‘Dopamine is het gelukshormoon en deze neurotransmitter wordt aangemaakt in de hersenen,’ zijn blik verraadt een tevreden triomf.

‘Huuhuumm,’ mompel ik.

‘Niks mis dus met dopamine,’ mijn zoon kijkt tevreden, ik weet wel waar hij naartoe wil.

Sinds hij naar de middelbare school gaat, heeft hij een smartphone.

Zijn rooster. Zijn cijfers. Een klassen-appgroep. Hij gebruikt het ding voor school. Maar natuurlijk ook voor Clash of Clans, Clash Royal, Brawl Stars en Wordfeud met zijn oma.

Dus ik herhaal eindeloos dat ie zijn telefoon op stil moet doen en in mijn zicht moet leggen. Want te veel is niet goed.

‘Ik kan toch zelf wel bepalen wat goed is?’ werpt ie dan tegen.

En dan komt mijn dopamine-verhaal.

‘Er zit een heel team van slimme volwassenen die hun uiterste best doen om die spelletjes zo te maken, dat jij veel dopamine aanmaakt. Je wordt om de haverklap beloond door een gouden kist open te maken of een gevecht te winnen. De kleuren, de vormgeving, de handelingen: alles is bedacht, zodat jij steeds terug wil naar dat spel. In het begin is het leuk: je voelt je goed. Maar er komt een moment dat je chagrijnig wordt, als je een uurtje niet wordt beloond. Die verslaving moeten we voorblijven, dus pak maar een boek.’

Geïrriteerde blik.

‘Goed dan, maar bespaar me je ode-aan-de-verveling-preek.’

En nu ligt er naast een geplastificeerd brein het bordje met dopamine als geluksbrenger

‘Hier staat niets over teveel dopamine,’ zegt mijn bijdehante zoon.

Om een voorbeeld te geven waarbij de aanmaak van dopamine vervelende bijwerkingen kan hebben, kom ik aanzetten met snoep en frisdrank.

‘Jij bent gek op Fanta en autodrop,’ zeg ik.

Instemmend geknik.

Ik vervolg: ‘Als jij iets lekkers eet of drinkt, maak je ook dopamine aan. Maar als jij alleen nog maar Fanta drinkt en autodrop eet, went je lichaam aan suiker en heb je steeds meer eten nodig. Want na een piek in je energie, komt ook een dip. En in die dip ga je weer eten en zo kom je kilo’s aan. En dan kan je niet meer zo lekker boulderen, je wordt sneller moe en als je jarenlang alleen maar Fanta drinkt krijg je diabetes en ben je ziek. Dus meestal drink je water, soms Fanta. Van water maak je geen dopamine aan, maar je bent wel een stuk fitter. Als je lichaam maar niet went aan Fanta, is er niets aan de hand.’

Weer instemmend geknik. Matigen met snoep lijkt hem makkelijker af te gaan dan matigen met zijn telefoon.

‘Met gedachtes en aandacht is het vergelijkbaar,’ overspeel ik misschien mijn hand: ‘als je in razend tempo je aandacht heen en weer slingert tussen verschillende apps en spelletjes, raakt je brein gewend aan die snelheid en dan raak je verveeld als bijvoorbeeld een leraar (of je vader) langzaam praat of als er even niets te doen is. En als de aanmaak van dopamine dan even uitblijft, word je daar somber of chagrijnig van. Dat kun je voorkomen door niet teveel op je telefoon te zitten. Dus apps en spelletjes zijn prima, maar niet té vaak. Want je lichaam moet niet wennen aan dat hoge tempo van prikkels en die mate van dopamine.’

Geen instemmend geknik, maar mijn zoon laat het erbij.

Een paar dagen later slaat mijn zoon zijn boek Nederlands open om te leren voor een proefwerk

Nog geen tien minuten later slaat hij het alweer dicht.

‘Klaar,’ zegt hij tevreden.

‘Nu al?’ zeg ik verbaasd.

‘Ja, ik haal wel een zesje.’

‘Leer nog twintig minuten door. Dan haal je misschien wel een acht of een negen,’ zeg ik.

‘Nee, dat is niet goed,’ zegt mijn zoon plechtig, ‘als ik een negen haal, maak ik teveel dopamine aan en dat kan ik maar beter voorkomen.’

Deel dit artikel
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin

Nieuwsbrief
Wil je wekelijks het nieuwste blog, aankondiging van webinars, nieuwe interessante boeken en meer in je mailbox? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief.


Over de auteur

Koen de Jong (1979) loopt hard, fietst graag, ademt rustig en doucht koud. Hij is bedenker van het 100-dagen-sportrustenprogramma en geeft veel presentaties bij bedrijven.

Koen schreef de boeken Verademing (met Bram Bakker), Ik hardloper en De Hardlooprevolutie (met Stans van der Poel), Ik, de wielrenner (met Aart Vierhouten) en Koud kunstje (met Wim Hof). Zijn werk is in meerdere landen vertaald.

Zijn favoriete boek: Momo en de tijdspaarders.

Verder is hij dol op vers gemaaid gras, landkaarten, boekwinkels en ijsvogels.

8 reacties op "Dopamine"