Col d’Izoard: legendarisch

Vanuit Guillestre is de col d’Izoard legendarisch.

Hij is mooi.

Hij is zwaar.

En de verhalen liggen op het asfalt voor het oprapen.

Verhalen over Bartali, Bobet, Bahamontes, Merckx, Thévenet.

Of Coppi, die in 1951 huilend als eerste boven kwam, denkend aan zijn broer die een maand eerder tijdens een wielerwedstrijd om het leven was gekomen.

Zo’n col waar alles in zit

Ook een mysterie.

Dat het melkzuur tijdens de beklimming als zweetdruppels van mijn voorhoofd gutst, daar kan ik op wachten.

Maar het gekke is, dat de klim loodzwaar is, waar ie gemakkelijk is.

Het profiel liegt niet.

Vanuit Guillestre fiets ik met mijn vader lekker over de D902; Combe du Queyras. Af en toe een tunneltje of een bruggetje, mooie doorkijkjes en de rivier de Guil de hele tijd naast me. Soms links, dan weer rechts.

Tot 18 kilometer is er niets aan de hand.

Dan sla ik linksaf en gaat het mis. Op klimtijd.nl heb ik gezien dat de stijgingspercentages hier nog meevallen. 6%, 7%, 5%.

Het echte werk begint pas 8 kilometer onder de top.

Hier rij ik in een weiland. Op het oog is het een beetje vals plat omhoog. Maar ik ga he-le-maal stuk. Op 39×28 (mijn lichtste tandjes) zwoeg ik langzaam omhoog. Ik kijk of mijn remblokje aanloopt. Ik kijk of ik een lekke band heb. Ik kijk of er soms een plakkerig bovenlaagje op het asfalt ligt. Niets van dat. Ik leg me neer bij een slechte dag en vrees de zwaardere kilometers die nog komen gaan.

Maar die komen niet.

De bordjes naast de weg laten hogere stijgingspercentages zien.

Maar mijn bovenbenen vinden een ritme en het lijkt steeds makkelijker te gaan.

Hoe hoger ik kom en hoe steiler het wordt, hoe soepeler het gaat.

‘Ha Coppi, weet jij waarom deze col steeds makkelijker wordt, naarmate die zwaarder wordt?’ vraag ik aan de meester zelf

Hij kijkt me na zonder antwoord te geven.

Boven wacht ik (niet zo lang) op mijn vader.

‘Manmanman, wat kolereberg,’ zeg ik.

‘Ja, vooral dat begin is zwaar. Bij dat weiland,’ antwoordt mijn vader.

Huh? Hij ook.

Het blijft het mysterie van de Izoard.

Waar stijgingspercentages en wind er niet toe doen, maar waar een makkelijk stukje het zwaarst is.

Misschien is daar een permanente reünie van overleden wielrenners die afspreken om daar als geesten wielrenners te pesten en als onzichtbare schimmen aan je zadel te hangen.

Nah ja, hoe dan ook. Het is een legendarische klim.

Over de auteur

Ademhaling is mijn favoriete onderwerp. Hardlopen en kou staan gedeeld tweede. Over deze onderwerpen schreef ik 10 boeken en ik leid ademcoaches en koucoaches op. Mijn favoriete ademhalingsoefening is anapana en run-dip-run is mijn favoriete training.

Koen de Jong