Werkhoofd uit, vaderhoofd aan: hoe dan?

Werkhoofd uit, vaderhoofd aan: hoe dan?

‘Ik trek het niet meer,’ zegt H.

‘Tja, je doet er niks aan,’ zeg ik.

‘Donder toch op met je dooddoeners,’ zegt H. fel. ‘En kom al helemaal niet aanzetten met je gelijkmoedige gewauwel, want dan doe ik je wat.’

H. moppert. Dat niks wat ie zelf leuk vond (dansen, voetbal kijken, grappen maken op kantoor) nog mag en dat ie de hele dag thuis zit. Natuurlijk, hij houdt van zijn lieve zoon en zijn ondernemende dochter en zijn M. is een slimme lieverd, maar hij is zichzelf wat kwijt. Ik vind dat ie niet mag klagen. We zitten nota bene ín een café een biertje te drinken. En we hebben nog werk. Genoeg mensen die écht in de rats zitten.

Er zijn verder weinig mensen in Van Zuylen, een café in de Jordaan aan toeristische kant.

‘Weet je wat ik ook mis?’ vraagt ie.

‘Vast je vliegvakanties naar verre oorden om op een strand te doen wat je in Katwijk aan Zee ook kan doen?’ plaag ik.

‘Nee,’ negeert H. mijn sneer, ‘de file.’

‘De file?’ ik kijk hem aan of ie gek is en hef mijn glas omhoog. ‘Proost dan, op de file, die we allen zo missen.’

‘Ik meen het. Ik mis de file,’ herhaalt H.

‘Hoezo mis je de file in vredesnaam?’

‘In de file kon ik de werkdag achter me laten en had ik de tijd om te schakelen tussen werk en thuis. Als J. (zijn zoontje red.) op me af kwam rennen met een verhaal over twee mythische knokkers uit één megadoos kon ik er wel om lachen. Maar nu zit er helemaal geen tijd tussen werk en thuis, en luister ik maar half.’

‘Heeft ie Bibi al?’

‘Wat?’

‘Heeft J. Bibi al, die knokker met die knuppel en die kauwgum? Daar had M. (mijn zoon) het laatst over.’

‘Weet ik veel, daar gaat het toch helemaal niet om?’

‘Waar gaat dit wel om?’

‘Mijn vrijheid is weg, ik mag niks meer doen wat ik leuk vind en ik word er gek van. Natuurlijk moeten we dat virus bestrijden en ik wil geen verwend kind zijn, maar ik word er knettergek van.’

‘Hoezo is je vrijheid weg?’ vraag ik, ‘wanneer was je vrij dan?’

H. bestelt nog twee Skuumkoppes en gaat verzitten. Ik drink graag een biertje met H. omdat hij overal een andere mening over heeft dan ik. H. drinkt graag een biertje met mij omdat ik nooit een eindtijd in mijn hoofd heb.

‘Tot die ellende begon met corona, was ik vrij. Nu mag er niks meer,’ moppert H. verder.

‘Ik ben nog nooit vrij geweest. Maar daar heb ik vrede mee. Vrijheid gaat niet samen met samenleven,’ zeg ik.

‘Wat klets je nou, vent,’ H. zet zijn glas op tafel en er komt wat schuim over de rand, ‘als iemand een vrije vogel is, dan ben jij het wel. Je loopt wat hard, je ademt wat en schrijft af en toe een boekie.’

‘Op mijn zesde leerde ik: vrijheid bestaat niet.’

‘Op je zesde? Hoezo? Zo streng waren je ouders toch niet?’

‘Nee mijn ouders niet, maar de regels wel. Op een zonnige dag wilde ik in mijn blootje buitenspelen, maar dat kon niet. Bij wet was bepaald dat ik kleren aan moest en ik mocht niet buiten spelen, ik moest naar school. Net als iedereen. Toen hoorde ik niemand over vrijheidsberoving.’

‘Je slaat weer eens door. Ik wil kleren aan, maar ik wil ook naar Ajax en dansen.’

‘Het is bijna tien uur,’ zeg ik.

‘Moet je weg?’ vraagt H.

‘Ik niet, maar ik denk dat de tent om 22:00 dicht gaat. Nieuwe regels.’

‘DAT MEEN JE NIET. Helemaal niet aan gedacht.’ is H. pissig.

‘Van virussen heb ik geen verstand, maar van regels weet ik één ding zeker: het is zonde om de regels je humeur te laten bepalen. J. heeft niks aan een chagrijnige vader.’

H. drinkt snel zijn Skuumkoppe leeg en bestelt nog een biertje.

‘Het mag nog! Die nieuwe regel gaat morgen pas in. Wil jij er ook nog eentje?’ H. glundert aan de bar.

‘Lekker. Wist je dat mijn meditatieleraar het drinken van bier errug afraadt? Maar dat hij wonderlijke oefeningen heeft om te schakelen tussen je werkhoofd en je ouderhoofd?’ zeg ik.

‘Neeneenee, ik wil het niet over dat klooster van je hebben. Heb je Suárez gezien zondag?’

We dronken nog een biertje en ouwehoerden over Suárez, Alaphilippe, Van Aert, Fati, Rutte – die doet het wel goed / wat een slappe hap is dat – de herfst en onze zonen.

‘Morgen stuur ik je wel ff een filmpje over die oefening.’

‘Jaja. Tot de volgende.’

Hieronder de video met de meest krachtige oefening die ik ooit heb geleerd (hoe simpel ook)

Wat is jouw favoriete oefening om je werkhoofd uit te zetten?

Over de auteur

Koen de Jong (1979) loopt hard, fietst graag, ademt rustig en doucht koud. Hij is bedenker van het 100-dagen-sportrustenprogramma en geeft veel presentaties bij bedrijven.

Koen schreef de boeken Verademing (met Bram Bakker), Ik hardloper en De Hardlooprevolutie (met Stans van der Poel), Kopwerk (met Aart Vierhouten) en Koud kunstje (met Wim Hof). Zijn werk is in meerdere landen vertaald.

Zijn favoriete boek: Momo en de tijdspaarders.

Verder is hij dol op vers gemaaid gras, landkaarten, boekwinkels en ijsvogels.


Nieuwsbrief

Wil je wekelijks het nieuwste blog, aankondiging van webinars, meer interessante kost je mailbox? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief.

*  Website URL


10 reacties op "Werkhoofd uit, vaderhoofd aan: hoe dan?"

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.