Tot wanneer kun je van iemand houden?

Een week geleden hield ik kort een mini-mensje vast van twee dagen oud.

Ze had haar ogen dicht en rook naar baby.

In de kamer ligt de moeder in bed, papa straalt van oor tot oor, oma is ontroerd, opa is blij en tante is verrukt.

Het is nogal makkelijk om van deze baby te houden: een bonkje levenslust waar je onmogelijk ergernis voor kunt voelen

Ik moet denken aan de boekpresentatie van Tem je brein.

Op de uitnodiging had ik gezet dat mensen vanaf 14:00 welkom waren.

13:30 – 14:00 inloop
14:00 – 15:00 mediteren (in stilte)
15:00 – 15:45 thee drinken en napraten
15:45 – 16:00 inloop II
16:00 – 16:30 praatje over nieuwe boek en overhandigen eerste exemplaar
16:30 – 17:30 thee, sapje, dumplings, nootjes en napraten

Mensen hebben de keus: of je komt om 14:00 en je mediteert in stilte een uur mee, of je haakt om 15:45 aan voor een praatje en wat te eten.

Tot mijn verbazing en vreugde komt bijna iedereen om 14:00 en mediteert mee.

Ook mensen die nog nooit hadden gemediteerd.

Het uur mediteren was bijzonder: in stilte een uur samen met 25 mensen zitten, het is bijzonder hoe anders de stilte is met 25 mensen of in je eentje.

Na het uur bedankte ik iedereen voor de meditatie. Ik was niet de enige die het had ervaren: de stilte met 25 mensen is iets bijzonders. Het is makkelijk om van een baby te houden. En het is makkelijk om in stilte van een ander mens te houden; niet zoals je houdt van je geliefde (lieve Eline) of van je kind (lieve Marin), maar als mens met een hart houden van een ander mens met een hart.

We kunnen wel wat houden van gebruiken.

Als grapje zei ik dat iedereen een fijn mens is, zolang we maar in stilte mediteren want als we gaan praten, dan gaat het mis

Iedereen is baby geweest, dus we kunnen ons voorstellen dat we van iedereen kunnen houden. Toch is het moeilijk om van alle volwassenen te houden. Als de woorden houden van wat teveel lading geeft, kun je het ook inwisselen voor genegenheid koesteren of onvoorwaardelijk aardig vinden.

Ik geef het denken daarvan (voorlopig) de schuld.

In gesprek over politiek, geloof, klimaat, zorgverzekeringen, medicijnen, verantwoordelijkheid voor ongezond gedrag en schoolsystemen maakt mijn hoofd snel de verschillen groter dan nodig: meningen en oordelen buitelen over mekaar en in al dat meningengeweld is het verrekte lastig om bij het hart te blijven.

Dat is de reden dat ik Tem je brein schreef. Het is een doorlopende oefening om in relatie met anderen voorbij het denken en bij het hart te blijven.

Voor de opperdenkers is dat vaag gelul; bij het hart blijven.

Maar het is niets of minder dan achter de meningen en oordelen te oefenen om de baby – een bonkje levenslust – in iedereen te herkennen.

En wat heeft een baby nodig?

  • Eten (daar zorgen volwassen zelf wel voor)
  • Liefde (daar krijgen volwassen veuls te weinig van)
  • Veiligheid (pfieuw, dat is ook een lastige voor het zenuwstelsel)

Waarom is het moeilijk om van anderen te houden?

Eén van de redenen waarom het zo moeilijk is om van anderen – met hele andere meningen en overtuigingen – te houden, zit diep in ons zenuwstelsel.

Ons zenuwstelsel scant de omgeving op gevaar en staat aan als er gevaar dreigt en is ontspannen als de kust veilig is. Iets wat bekend en vertrouwt is krijgt snel een groen vinkje: veilig. Iets wat onbekend en anders is krijgt snel een rood kruis: gevaar.

Is ons zenuwstelsel gespannen, dan is er weinig ruimte om gewoon van iemand te houden, zonder bijbedoelingen, zonder verwachtingen, gewoon van hart tot hart, van mens tot mens.

Want bij gevaar richt onze aandacht zich op het gevaar en dan is er geen ruimte voor een wijde, liefdevolle blik.

In gezelschap van een ander zijn we geneigd te gaan praten. Woorden, meningen, oordelen, overtuigingen. Ons zenuwstelsel is aan het scannen, scannen, scannen en scannen.

Stoppen we echter met praten en gaan we met onze ogen dicht een uur mediteren, dan blijkt er achter de ontspanning ruimte te zijn voor wat anders. Een woordeloze, gezamenlijke energie.

Bij een vol stadion voor een voetbalwedstrijd is de energie gericht op competitie en strijd.

In een startvak voor een loopevenement is de energie gericht op een gedeelde ervaring.

Bij een concert van Alexia Chellun is de energie gericht op The power of love.

Mensen die behendig zijn met taal zeggen vaak dat we met elkaar in gesprek moeten blijven.

Daar kunnen we ook tegenover zetten dat we elkaar wat vaker in stilte tegemoet komen.

Met een getemd brein, van hart tot hart gewoon zitten.

En dan zien wat er gebeurt.

Lieve mensen, je hebt mazzel als je een brein, twee longen en een hart hebt.

Groet aan je hart.

Over de auteur

Ademhaling is mijn favoriete onderwerp. Hardlopen en kou staan gedeeld tweede. Over deze onderwerpen schreef ik 10 boeken en ik leid ademcoaches en koucoaches op. Mijn favoriete ademhalingsoefening is anapana en run-dip-run is mijn favoriete training.

Koen de Jong