Hoe vind je je roeping (of hoeft dat niet)?

‘Jij hebt ook boter op je hoofd hè. Met je ik vind geld niet belangrijkLoopt ie hoor met een flat white op z’n sneakertjes door het park in de zon om half elf. Meneertje loopt wat hard, schrijft af en toe een stukkie en geeft nu en dan een webinarretje en het geld komt vanzelf binnen.’

‘Ook leuk om jou weer te zien,’ zeg ik.

‘Zeker. Was veel te lang geleden.’

Ik loop met O. door het Flevopark. Een halfuur eerder fietste ik weg uit Amsterdam West. Het is een mooie dag. Op de Herengracht kleurden de bomen aan mijn kant in de zon al rood en geel, de bomen aan de overkant hielden nog vast aan het groen van de zomer. Een stel liep arm in arm. Zij wees met haar vrije arm op een gevel en de man schoot in de lach. Via het Scheepvaartmuseum fietste ik langs de molen richting Oost.

O. had ik vijf jaar niet gezien. Of ik zin had in een wandelingetje door het Flevopark. Even bijpraten en koffie drinken.

Met O. weet ik zeker dat ik niet over het weer ga praten.

En ook niet over trainingen in aanloop naar de marathon.

‘Jij hebt makkelijk praten. Jij verdient geld met je hobby,’ ze kijkt naar een hond die achter een hardloper aanloopt.

In mijn vorige blog schreef ik dat geld een onhandige drijfveer is. Dat je er een beter gevoel aan over houdt, als je jouw roeping volgt.

De meesten mensen hebben geen roeping, die hebben er hun handen al vol aan om ’s ochtends uit bed te komen en de boel te bestieren, zegt O.

Hoe vind je je roeping?

En wat doe je als je geen roeping te hebt?

Dik dertien jaar geleden stapte ik een crèche binnen met mijn zoon van zes maanden in een draagdoek op mijn buik. Ik keek wat rond. Twee jonge vrouwen zaten een tikkie verveeld aan een tafeltje met 6 minimensjes voor zich op een dekentje. Mijn lief tikte me tegen mijn elleboog en ze schudde subtiel met haar hoofd. Na een kort gesprek zeiden we dat we nog even verder zochten.

‘Het klopt niet. Om onze leuke pluim hier ’s ochtends neer te leggen en uren later weer op te halen,’ zei mijn lief.

‘Iedereen doet het,’ zei ik nog, maar ik dacht eigenlijk hetzelfde.

‘Het is te vroeg,’ ze ze.

Ik ondersteunde met mijn rechterhand het hummeltje in mijn draagdoek en gaf een kus op zijn kruin.

‘Als ik de zaterdag ga werken, kan ik prima ook de dinsdag en de vrijdag met onze pluim op stap,’ zei ik, op maandag was ik sowieso al met mijn zoon in de weer.

We werkten wat minder, we vroegen wat hulp en we hielden onze leuke hummel van zes maanden thuis.

Als je intuïtief een sterk gevoel hebt dat je iets moet doen (of laten) geef je daar dan gehoor aan? Ook als het onpraktisch is of indruist tegen wat gewoon zo hoort?

Het is vaak moeilijk om je intuïtie te volgen.

Want je krijgt weerstand of je doet andere mensen verdriet.

Als 17-jarige vond ik het moeilijk om mijn trainer en voetbalvrienden te zeggen dat ik ging wielrennen. Niemand die ik kende zat op wielrennen, maar ik voelde: dit moet ik doen. Dus ik deed het maar, ook als ik daarmee iets anders deed dan mijn vrienden.

Vier jaar later deden al mijn vrienden een studie – want dat doe je nu eenmaal – maar ik hing de studieboeken aan de wilgen, pakte mijn fiets en ging een jaar naar Spanje om (te proberen) profwielrenner te worden.

Intuïtief voelde ik: dit moet ik doen. Rationeel dacht ik: dit is niet slim.

Dus ik deed het.

‘Dat ik geld verdien met mijn hobby, komt omdat ik vaak mijn intuïtie volg,’ zeg ik, ‘je kunt beter naar je inuïtie luisteren, dan naar je bankrekening. Het was geen blog tégen geld, maar een pleidooi vóór intuïtie.’

‘Intuïtie klinkt al minder kerkelijk dan roeping, maar het blijft vaag,’ zegt O.

Het is ook vaag: je intuïtie volgen. Zeker als je hoofd (en je angstcentrum in je brein) de hele dag op volle toeren draait, is de taal van je lichaam ver weg. Op het gevaar af nog vager te worden, zie ik intuïtie als een taal van het lijf. Toen ik voor het eerst een wielerwedstrijd zag, kreeg ik warme wangen, toen ik voor het eerst een ademhalingsoefening deed voelde ik mijn hart kalmeren, toen ik met Wim Hof sprak over de voordelen van kou kreeg ik kippenvel tussen mijn schouderbladen.

Mijn lijf vertelde: hier zit iets in.

En daar waar mijn hoofd regelmatig de plank mis slaat, heeft mijn lijf altijd een punt. Dus als je geen benul hebt wat je roeping is, hoef je maar één ding te doen: compromisloos je intuïtie volgen. En dat is wel te oefenen.

‘Ja hoor, ik weet wel waar dit heen gaat,’ zegt O. en ze doet haar ogen dicht (met een pruilmondje) en vouwt haar handen voor haar borst, ‘ohmmmmmm, ohmmmmmmm, we moeten mediteren om bij ons gevoeeeeeellllll te komen.’

‘Kan,’ grijns ik, ‘of je neemt een ijsbad.’

‘Ik wil best een ijsbad,’ zegt ze, ‘om witte wijn te koelen.’

‘Wat lees je op het moment,’ breng ik het onderwerp op een ander onderwerp.

‘Het geluk van de wolf, van die Italiaan, Cognetti. Prachtig.’

‘Waar gaat het over?’

‘Natuur. Liefde. Stilte.’

‘Klinkt als een boek waar intuïtie op een voetstuk staat.’

‘Niet weer beginnen, hoor. Wil je nog een bakkie?’

Over de auteur

Ademhaling is mijn favoriete onderwerp. Hardlopen en kou staan gedeeld tweede. Over deze onderwerpen schreef ik 10 boeken en ik leid ademcoaches en koucoaches op. Mijn favoriete ademhalingsoefening is anapana en run-dip-run is mijn favoriete training.

Koen de Jong