Oftewel, door een flinke "startsprint" kwam ik al na 500 meter op een hartslag van 165. De eerste kilometer ging daardoor in 3:49. Vervolgens langzaam het tempo teruggebracht en steeds de hartslag om 165 gehouden. Volgende kilometers van 4:14, 4:24, 4:29, 4:40 en daarna stabiel rond de 4:45 (beetje fluctuatie door harde wind).
Met andere woorden, je geeft je lichaam eerst een flinke klap, om daarna langzaam aan een "steady state" te vinden. Ik kan het overigens niemand aanraden. Hooguit voor de grap. Je hartslag blijft weliswaar constant, maar de rest van je lijf is er ook nog. Het is zowel fysiek als mentaal vervelend om te doen, haha