Waarom je een held bent als je met een buikje de Mont Ventoux op fietst

Waarom je een held bent als je met een buikje de Mont Ventoux op fietst

Willard T. fietst bij me weg.

Ik vloek in mezelf.

Al meer dan twintig jaar fiets ik samen met T. in de bergen.

Tourmalet. Alpe d’ Huez. Izoard.

Allemaal fietsen we ze samen omhoog. Tenminste, we beginnen samen en als het stijgingspercentage boven 5% komt, dan fiets ik bij hem weg. Ik wacht boven wel. Ik ben een betere klimmer. Ook dit jaar fietsen we samen in de bergen. We zijn met de trein naar Lyon gegaan en we zijn daar op de fiets gestapt. We fietsen in vier dagen naar de voet van de Mont Ventoux, in etappes van rond de 100 kilometer. Bij de voet van de Ventoux hebben we een huis gehuurd, waar nog zes andere vrienden aansluiten.

Nu zitten we op dag 2.

Etappe: Bonneaux – La Chapelle en Vercors, door het prachtige Massif en Vercors.

En T. rijdt bij me weg.

Gorges du Bourne. Stijgingspercentage: 6%. Dat percentage ligt mij beter dan T.

Ik probeer lichter te schakelen. Kan niet. Ik rij al 39 x 25, mijn lichtste verzet. T. pakt 100 meter, 200 meter, 300 meter. T. loopt steeds verder uit.

Hoe kan dit? Ik ben toch de betere klimmer?

Ik ga bij mezelf na.

Mijn conditie moet goed zijn, hoewel ik de laatste tijd meer loop dan fiets. Is het de maximale training van 14 kilometer? Neuh, want gister ging het op het vlakke nog prima met fietsen. Loopt mijn fiets soms aan? Nee, dat heb ik echt wel gecontroleerd vanmorgen. Heeft T. stiekum heel veel getraind? Ook dat kan haast niet. Hij heeft zeker veel gefietst, maar zijn buikje bewijst dat hij niet ascetisch geleefd heeft.

Mijn snelheid zakt terug.

13 km/uur.

12 km/uur.

11 km/uur.

Het is heet.

Mijn bovenbenen schreeuwen moord en brand.

Langer uitademen lukt niet.

En het ergste: T. is nergens meer te zien.

Met moeite fiets ik op een gegeven moment 8 km/uur. Wat is hier aan de hand? Zo langzaam fiets anders nooit bij een stijgingspercentage van 6%.

Ik ploeter door.

Dan eindelijk: de top.

Ik zie T. staan. Met een grote grijns maakt hij een filmpje als ik aan kom. T. vraagt uiterst opgewekt: ‘Ging ie lekker Koen’

‘Pfffffffffffff’, is het enige dat ik kan zeggen.

Na een paar minuten bijkomen zegt T:

‘Joh, weet je waarom jij het zo zwaar hebt?’

Ik verwacht een flauw grapje en wacht gelaten op wat gaat komen.

‘Jij bent te slap voor die paar kilo bagage. Ik ben al jaren gewend aan wat extra kilo’s’, zegt T. met een malicieuse  grijns terwijl hij op zijn buik slaat.

Daar denk ik even over na. Want dat is inderdaad het enige dat anders is dan anders: we hebben allebei 8kg bagage. Normaal rijden we met een auto naar een mooi gebied, en van daaruit gaan we tochten fietsen zonder bagage. Nu rijden we het eerste stuk met bagage.

Is dat in mijn nadeel?

T. is 1m90 lang en weegt 85 kilo.

Ik ben 1m68 en weeg 58 kilo.

Is de bagage de reden dat T. ineens harder omhoog fietst dan ik? Ik kan het me niet voorstellen. Jarenlang stond ik bovenaan iedere berg te wachten op T. Dat was al zo toen we 16 waren en dat was zo toen we 35 waren. Soms was ik wel een halfuur eerder boven dan T.

Dan kan 8kg bagage toch niet ineens zo’n groot verschil maken? Hij heeft immers ook bagage.

We fietsen door naar Bedoin. Bij elke beklimming is T. sterker dan ik.

In Bedoin sluiten zes andere vrienden zich aan. Hier blijven we vier nachten, dus de bepakking kan thuis blijven.

Zonder bepakking gaan we de Mont Ventoux op.

De eerste vijf kilometer fietsen we samen, dat komt niet boven de 6% uit.

Mont Ventoux (Bedoin)

Ik ga lekker.

T. hijgt al flink.

Na vijf kilometer draaien we linksaf.

Hét bos.

Stijgingspercentage: 10%

Temperatuur: 38 graden Celsius

Gevoelstemperatuur: 86 graden Celsius

Ik ga staan. Niet om te versnellen, maar om niet om te vallen.

Alles wat wielrenners zeggen over het bos op de Mont Ventoux is waar. Het is afschuwelijk, de vliegen zijn verschrikkelijk, de hitte is onverdraaglijk en je hebt geen moment rust om op adem te komen.

Meer dan de moeite waard dus.

Pas ná tien kilometer door het bos, bij Chalet Reynard, kijk ik om. T. is nergens te zien. Dat doet goed.

Ik fiets door. De wind is gunstig. De laatste zes kilometer vallen mee.

Boven kijk ik naar mijn tijd: 1u38 vanuit Bedoin.  Ik ben tevreden.

Na 5 minuten is T. nog niet boven. Ik wacht.

Na 10 minuten is T. nog niet boven. Ik wacht.

Na 15 minuten is T. nog niet boven. Ik wacht.

Na 18 minuten komt T. eraan. Hijgend, vloekend en voldaan. Zijn tijd: 1u56.

Als T. hoort hoe lang ik sta te wachten wil hij volgend jaar revanche, maar dan mét 8kg bepakking. Dat is eerlijker, vindt hij.

Ik moet er niet aan denken om de Mont Ventoux op te fietsen met bepakking.

Maar T. heeft met zijn buikje altijd wat extra gewicht om mee te nemen. En ook onze vrienden Job D. en Pieter vd M. hebben een buikje. En Job D. en Pieter vd M. rijden in 1u39 de Mont Ventoux op. Mét een buikje.

Nadat ik vier dagen met bepakking heb gefietst, groeit mijn bewondering voor wielrenners met een buikje.

Je bent een held als je met een buikje de Mont Ventoux op fietst.

Meer weten over klimmen, ademhaling en slim trainen? Lees ook Ik, de wielrenner.


Nieuwsbrief
Wil je het e-book Sportrusten voor hardlopers cadeau? Mét ademhalingsoefeningen en slimme tips om hard te lopen, waaronder vogels kijken. Schrijf je in voor de nieuwsbrief en je krijgt het boek vanzelf in je inbox.



Koen de Jong fietst harderfietsen.nl GOEDKoen de Jong (1979) loopt hard, fietst graag en ademt rustig. Hij schreef de boeken Koud kunstje, Verademing, Ik, hardloper, en Ik, de wielrenner. Daarnaast bedacht hij 100 dagen sportrusten. Hij beoefent Vipassana meditatie.

Het is een ramp om hem telefonisch te pakken te krijgen. Als je hem wil spreken maak je de meeste kans op een muurtje in Nederhorst den Berg, Radioweg 3.

Verder is hij dol op koffie, lanterfanten en vers gemaaid gras.

Zijn favoriete boek: Momo en de tijdspaarders.

28 reacties op "Waarom je een held bent als je met een buikje de Mont Ventoux op fietst"

Geef een reactie