Sorry. Nu doe ik het toch

Sorry. Nu doe ik het toch

Sorry.

Nu doe ik het toch.

Meestal waait de waan van de dag aan mijn voordeur voorbij en schrijf ik liever over een mooi boek, een aangename dip of een prettige ademhalingsoefening.

Vandaag niet.

Nu komen Trump, Rutte en corona voorbij.

Het begon met een wandelingetje door het park met A.

Ik denk dat het mag,  appte hij. We halen een koffie to go, wandelen het Vondelpark in en praten wat bij. Als we afstand houden wordt dat toegejuicht. Een frisse neus halen, heet dat.

‘Heb je de persconferentie gezien,’ vraagt A. terwijl hij een vreemde hond een aai over zijn bol geeft. Honden houden geen 1,5 meter afstand.

Ik hum instemmend. Meestal mis ik persconferenties, journaals en het nieuws van de dag. Maar nu had ik met mijn laptop op schoot (ik heb geen t.v.) gekeken. Samen met mijn zoon. Om te horen of hij de volgende dag naar school kon en om te horen of we met kerst naar mijn ouders mogen.

‘Wat doet die Rutte dat ongelooflijk goed, hè?’ A. zegt het op een toon alsof er alleen ruimte is voor bevestiging.

Ik zeg niks en ik kijk naar de hond die bij A. wegloopt en naar zijn baasje rent. De zon schijnt. Twee meisjes op skeelers hebben de slappe lach.

‘Vind je niet dan?’ vraagt A. die mijn stilte goed interpreteert.

Even overweeg ik om te zeggen dat Rutte dat heel goed doet. Om ervan af te zijn.

‘Ik vind Rutte eng,’ zeg ik.

‘Rutte eng? Hoezo?’ roept A. uit

‘Nou ja, dan zit ie daar met zijn gezicht in de plooi, rustig articulerend te zeggen dat mensen in de zorg lof verdienen en dat we het virus samen moeten bestrijden,’ begin ik.

‘Ja, precies. Dat bedoel ik. Erg goed toch?’

‘Natuurlijk verdienen mensen in de zorg lof, een kerstkaartje, wat meer geld en straks een knuffel. Prima als onze premier dat zegt, maar met hetzelfde gezicht en op dezelfde toon praat Rutte een paar jaar geleden een gedoogconstructie met Wilders goed en met hetzelfde gezicht zei ie nog geen maand geleden dat met Trump prima is samen te werken.’

‘Dat heeft hier toch niets mee te maken?’ zegt A. op een toon alsof ie nu voor 21ste keer de spelregels van memorie uitlegt.

‘Nee, maar daarom heb ik niets met Rutte. Als je met een stalen gezicht kunt zeggen dat met Trump prima is samen te werken, dan vind ik je engig. Als ik weet dat mijn buurman zijn kind mishandelt, benadruk ik ook niet dat hij goed kan voetballen. Rutte hoeft niet weg te kijken van onrecht en haatzaaierij om mooi weer te spelen.’

‘Zo werkt politiek. Zo’n Rutte vindt Trump natuurlijk ook een achterlijke idioot, maar die moet de banden met Amerika goed houden.’ geen spoortje twijfel in de toon van A. Die weet hoe dingen werken.

‘Ik zeg niet dat Trump een achterlijke idioot is. Ik ben vooral tegen verdeeldheid, we moeten juist wat meer samen doen. Roepen dat de helft van Amerika stemt op een achterlijke idioot, helpt niks. Het zou je sieren als je probeert te onderzoeken waarom mensen op Trump stemmen, in plaats van hem weg te zetten als achterlijk,’ zeg ik feller dan ik wil.

‘Die white trash die op Trump stemt, heeft geen boodschap aan jouw samen,’ zegt A. ook fel.

Ik heb spijt dat ik niet ben begonnen over de eerste verhalen die binnendruppelen bij ons nieuwe magazine Mystical Miles.

‘Als ik een trail ga lopen van 60 kilometer in Indiana, weet ik zeker dat ik 95% van de deelnemers en vrijwilligers sympathieke types vind. Geheid dat als ik mijn gelletjes vergeet, tig lopers mij vriendelijk helpen,’ zeg ik.

‘Wat heeft dat er nou weer mee te maken?’ A. pakt zijn mobiel maar stopt hem zonder te kijken weer terug in zijn binnenzak.

‘In Indiana heeft Trump ruim gewonnen. Kan niet missen dat als je daar een trail gaat lopen, dat je Trump-stemmers tegen het lijf loopt. Van de 75 miljoen Amerikanen die op hem gestemd hebben, weet ik zeker dat ik het met de meerderheid prima kan vinden, zolang we het hebben over bijvoorbeeld sport of Wim Hof.’

‘Wat zit jij ineens pro-Trump te kletsen, vent.’ A. is nu echt geïrriteerd.

‘Het gaat niet om Trump, het ging er juist om dat ik zo’n Rutte eng vind, omdat hij vier jaar Trump samenvat met te zeggen dat er met Trump prima samen te werken is. Dat zal politiek correct zijn, maar bij bijvoorbeeld Merkel zie je dan toch een opgetrokken wenkbrauw om te laten zien wat ze écht vindt. Als ik naar Rutte kijk, zie ik een welbespraakte, zielloze mooiprater. Als hij zegt dat de lockdown zwaar is voor ondernemers, zie ik er nul emotie bij. Dat vind ik eng. Maar ja, als kind vond ik om die reden clowns ook eng.’

‘Je overdrijft. Rutte doet het gewoon heel goed,’ vat A. het samen, ook hij stapt liever over op een ander onderwerp. ‘Zag ik op LinkedIn nou goed dat jij van de week bij RTL Boulevard zat?’

‘Ja, dat was geinig. Ze hebben er echt een enthousiasmerend item van gemaakt.’

‘Hoe kom jij bij Boulevard terecht?’ vraagt A.

‘Arie Boomsma maakt geregeld items voor het programma, en zijn broer Klaas woont bij mij in de straat en daar ga ik regelmatig mee dippen,’ zeg ik. ‘Onwijs sympathieke vent en we lopen even hard.’

‘Heeft die Klaas niet een boek geschreven? Over zijn verslaving?’ is A. scherp.

‘Ja, die is het. Ren voor je leven: een boek over hoe hij drank en coke inruilde voor rennen,’ bevestig ik.

‘Dapper. Dat ie over zo’n onderwerp zo’n persoonlijk boek schrijft,’ zegt A. bewonderend

Ik denk aan Klaas. Zijn dochter Daantje staat blijvend op zijn arm geschreven en Bannister staat op zijn been. Hij praat zacht. En rustig. Hij vraagt meer dan ie vertelt. En als je appt om te vragen of ie wil rennen of dippen zegt ie meteen ja (maar met een voorbehoud, want er wordt even thuis overlegd). Hij eet geen dieren, geen eieren, geen boter en geen kaas, want voor dieren moet je zorgen, die moet je niet opeten. Een strikte veganist. Maar als iemand anders een croissantje eet met boter (of een hele kip) neemt ie rustig een hap van zijn tomatensoep en haalt zijn schouders op. Even goeie vrienden.

‘Ja,’ zeg ik. ‘Persoonlijke verhalen van échte mensen met hun onhandige keuzes, domme fouten, vele vergissingen en destructieve randjes, dat raakt.’

Eén van de meisjes die net de slappe lach had, ligt nu op de grond. Ze vloekt en wrijft over haar knie. Er zit geen gat in haar broek. Een jonge kerel vraagt of ze haar even overeind moet helpen en het meisje dat wel is blijven staan op haar skeelers, zegt dat dat moeilijk gaat omdat ie op anderhalve meter moet blijven. Even kijken ze naar elkaar, dan trekt de man schuldbewust zijn schouders op en reikt zijn arm. De meisjes skeeleren verder.

‘Dat raakt wél,’ zeg ik en ik grijns een tikkie malicieus.

A. kijkt me aan en moet lachen.

‘Touché,’ zegt ie. ‘Wat méér samen hardlopen, wat méér samen dippen en wat minder politiek is misschien wel een goed idee.’

Over de auteur

Koen de Jong (1979) loopt hard, fietst graag, ademt rustig en doucht koud. Hij is bedenker van het 100-dagen-sportrustenprogramma en geeft veel presentaties bij bedrijven.

Koen schreef de boeken Verademing (met Bram Bakker), Ik hardloper en De Hardlooprevolutie (met Stans van der Poel), Kopwerk (met Aart Vierhouten) en Koud kunstje (met Wim Hof). Zijn werk is in meerdere landen vertaald.

Zijn favoriete boek: Momo en de tijdspaarders.

Verder is hij dol op vers gemaaid gras, landkaarten, boekwinkels en ijsvogels.


Nieuwsbrief

Wil je wekelijks het nieuwste blog, aankondiging van webinars, meer interessante kost je mailbox? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief.

*  Website URL


35 Responses to "Sorry. Nu doe ik het toch"

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.